Na de dood van Galenus kwam er een stilstand in de medische literatuur.
Nadat het Romeinse Rijk gescheiden werd in twee delen, werd in het Oosten (Byzantium) veel aandacht geschonken aan de medische en botanische wetenschappen. De belangrijkste artsen uit die tijd waren Mesue (777-857), Rhazes (864-930) en Avicenna (980-1037).
Alle drie waren het bewerkers van oudere, Griekse geschriften met persoonlijke aanvullingen. Alleen Avicenna onderscheidt zich doordat hij, als 'leerling' van Galenus, veel over gelijksoortige ideeën schreef.
Hierdoor kon het gebeuren dat in de Renaissance zowel zijn boeken als die van Galenus in het openbaar door andersdenkenden werden verbrand.
In die periode waren vooral de monniken in het westelijk deel van het Romeinse Rijk in hun kloosters al aan ziekenverzorging toe.
Walahfrid Strabo: Hortulus (842)
In 842 (voorheen werd het werk vroeger gedateerd, circa 827) verscheen een kruidenboekje van de Duitse monnik Walahfrid, bijgenaamd Strabo (letterlijk: de 'schele').
Walahfrid was abt van het klooster van Reichenau. Bij het klooster hoorde een kruidentuin, die Walahfrid bezingt in zijn Hortulus (tuintje), geschreven in een charmant Latijn.
Hij beschrijft 24 verschillende kruiden die door Karel de Grote waren aanbevolen. In de kruidentuin van het Openluchtmuseum in Arnhem is een reconstructie van de kruidentuin van het klooster Reichenau te zien
In een hoek van de kruidentuin in het Openluchtmuseum te Arnhem bevindt zich de Kloostertuin, een kopie van de middeleeuwse tuin van het klooster van Reichenau in Duitsland. Dit is de tuin die door Walahfrid werd beschreven
De planten in de Kloostertuin waren bijna allemaal geneeskruiden.
Tegenwoordig kennen we ze eerder als keukenkruiden, zoals munt, lavas en venkel
Alleen de slaapbol is nog steeds een belangrijk geneeskruid, omdat hij dient als grondstof voor de bereiding van de pijnstillende morfine en de hoestdempende codeïne
In ieder bed staat een ander kruid
De iets verhoogde bedden zijn met plankjes afgezet om verzakking tegen te gaan
Vanaf de ingang van de Kloostertuin kunt u langs de planten wandelen in de volgorde waarin Walahfrid ze in zijn gedicht noemt
Van de 'Hortulus' is in 2004 een Nederlandse vertaling verschenen, het is een tweetalige uitgave, Latijn-Nederlands, met een uitvoerig nawoord over de beschreven planten
Enkele proeven van deze vertaling en meer informatie op dit adres
Informatie over de middeleeuwse hortulus en wat erin gekweekt werd
Pagina's over: groenten, specerijen, fruit, geneeskrachtige planten en sierplanten, met namenlijsten
Capitulare de villis (8e tot 10e eeuw)
Karel de Grote en zijn opvolgers Lodewijk de Vrome en Karel de Kale hadden ook grote invloed op de te verbouwen genees- en keukenkruiden. Onder hun bestuur verscheen het Capitulare de villis.
Deze verordening bevat verschillende hoofdstukken met voorschriften voor agrarisch beheer van de goederen van de Karolingische vorsten tussen de 8e en de 10e eeuw.
Hoofdstuk 70 heeft betrekking op de planten en bomen die in de hofdomeinen moesten worden aangeplant en onderhouden.
In de lijst komen 73 planten voor. De tekst van de volledige lijst luidt als volgt (zie voor een uitleg de tweede link):
"Volumus quod in horto omnes herbas habeant, id est lilium, rosas, fenigrecum, costum, salviam, rutam, abrotanum, cucumeres, pepones, cucurbitas, fasiolum, ciminum, ros marinum, careium, cicerum italicum, squillam, gladiolum, dragantea, anesum, coloquentidas, solsequiam, ameum, silum, lactucas, git, eruca alba, nasturtium, parduna, puledium, olisatum, petresilinum, apium, levisticum, savinam, anetum, fenicolum, intubas, diptamnum, sinape, satureiam, sisimbrium, mentam, mentastrum, tanazitam, neptam, febrefugiam, papaver, betas, vulgigina, mismalvas, id est altaea, malvas, carvitas, pastenacas, adripias, blidas, ravacaulos, caulos, uniones, britlas, porros, radices, ascalonicas, cepas, alia, warentiam, cardones, fabas maiores, pisos mauriscos, coriandrum, cerfolium, lacteridas, sclareiam. Et ille hortulanus habeat super domum suam Iovis barbam.
De arboribus volumus quod habeant pomarios diversi generis, pirarios diversi generis, prunarios diversi generis, sorbarios, mespilarios, castanearios, persicarios diversi generis, cotoniarios, avellanarios, amandalarios, morarios, lauros, pinos, ficus, nucarios, ceresarios diversi generis. Malorum nomina: Gozmaringa, Geroldinga, Crevedella, Sperauca, dulcia, acriores, omnia servatoria; et subito comessura; primitiva. Perariciis servatoria trium et quartum genus, dulciores et cocciores et serotina."
De volledige Latijnse tekst van het 'Capitulare'. Voor het voorschrift over de te telen planten, het befaamde 'volumus quod in horto omnes herbas habeant...'
(wij willen dat in een tuin alle [navolgende] planten voorkomen), zie hoofdstuk LXX, het laatste hoofdstuk
Franse webpagina's met veel waardevolle informatie: de oorspronkelijke namen, de huidige wetenschappelijke namen, de Franse namen en uitvoerig commentaar bij elke plant, met foto's en/of oude illustraties
Alle planten van het 'Capitulare' op een rij. Het Biokybernetisches Zentrum Aachen, de organisatie achter de website, beheert een proeftuin (Karlsgarten) waarin de planten van het 'Capitulare' worden gekweekt
Pseudo-Apuleius: Herbarius (ca. 900-1100)
De 'Apuleius-handschriften' kwamen in vele variaties in de Middeleeuwen voor.
Onder het kopje Apuleius Platonicus (zie verderop in dit artikel) wordt een van de jongere versies van dit veel verspreide handschrift vermeld (1481).
Hier worden enkele van de oudere handschriften besproken.
Allereerst de Herbarius van Pseudo-Apuleius, een handschrift uit de 10e eeuw, dat bewaard wordt in het Museum Meermanno-Westreenianum te Den Haag.
Het handschrift bevat 167 bladen, waarvan 153 over planten (herbae) en 14 over dieren.
Het hele handschrift is gescand en te bekijken, iconen 1 t/m 153 zijn de bladen met planten, iconen 154 t/m 167 zijn de bladen met dieren. De illustraties zijn pentekeningen, de tekst is in Karolingische minuskel. Heel fraai! Er is geen begeleidend commentaar, maar de bladen zijn zo al zeer de moeite waard om eens te bekijken.
Vervolgens twee handschriften uit de Bodleian Library te Oxford in Engeland. Ook hierbij geen begeleidend commentaar, maar wel veel prachtige illustraties.