Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Oude kruidenboeken online: inhoudsopgave, tijdlijn en auteurs | Volgende pagina

Bloeitijd van het kruidenboek 5

1601 Carolus Clusius: Rariorum Plantarum Historia
1613 Basilius Besler: Hortus Eystettensis
1621 Hondius: Dapes Inemptae oft de Moufe-schans
1627 H. Jacobs: Den kleinen Herbarius
1629 John Parkinson: A garden of pleasant flowers
1635 Johan van Beverwijck: Lof der Medicijnen
1648 Johan van Helmont: Ortus Medicinae
1652 Nicholas Culpeper: Complete Herball
1670 Petrus Nylandt: De Nederlandtse Herbarius of Kruydt-Boeck
1678 Cornelis Bontekoe: Tractaat van het excellenste Kruyd Thee
1678-1703 Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein: Hortus Indicus Malabaricus
1682

Abraham Munting: Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen
op deze site opengelegd alsof het op uw bureau ligt

1698 Stephaan Blankaart: Den Nederlandschen herbarius ofte kruid-boeck der voornaamste kruiden, tot de medicyne, spys-bereidingen en konst-werken dienstig
1741 Georgius Everhardus Rumphius (Georg Eberhard Rumpf): Herbarium Amboinense, Het Amboinsche Kruid-boek

Carolus Clusius: Rariorum Plantarum Historia (1601)

   Clusius, of eigenlijk Charles de l'Escluse (1526-1609), was al aan het hof van Maximiliaan II, toen Dodoens daar gevraagd werd.

   Clusius was een zeer veelzijdig mens: hij sprak acht talen en was geschoold in rechten, filosofie, geschiedenis, cartografie, dierkunde, mineralogie en muntkunde.

   Hij was een vriend van Dodoens en vertaalde diens Cruijdeboeck uit 1554 in het Frans en voegde er gegevens bij Histoire des plantes, 1557; zie voor een scan van dit werk onder Dodonaeus). De in die uitgave gebruikte houtsneden werden later ook weer voor Dodoens' herdrukken gebruikt.

   Omdat Clusius voor de tuinen van Maximiliaan zorgde, was hij in staat veel te reizen, om nieuwe planten te zoeken en ervaringen op te doen.

   Over zijn bevindingen schreef hij een aantal omvangrijke boeken, zoals het in 1576 uitgegeven werk over de planten van Spanje: Rariorum aliquot stirpium per Hispanias observatarum historia, en de in 1583 uitgegeven flora van Oostenrijk en zijn buurlanden: Rariorum aliquot stirpium per Pannoniam, Austriam, & vicinas quasdam provincias observatarum historia.

   Later kreeg hij ook de zorg voor de plantentuin van de Leidse universiteit, waar hij in 1593 werd benoemd tot hoogleraar in de botanie (in de Leidse hortus botanicus is een afzonderlijk gedeelte, de Clusiustuin, naar de illustere professor vernoemd).

   In zijn Leidse jaren publiceerde hij onder meer zijn Rariorum plantarum historia (1601), een samenhangend overzicht van het plantenrijk. Nieuw was een aanhangsel over paddenstoelen.

   Clusius introduceerde veel nieuwe planten in West-Europa, onder andere de jasmijn, de paardenkastanje, de aardappel, de snijboon, de schorseneer en de tulp. Zijn experimenten met het kruisen van tulpen lagen aan de basis van de Nederlandse tulpenbollenindustrie.

   Het plantengeslacht Clusia is naar Clusius genoemd. Clusia rosea is een tropische boom uit Centraal- en Zuid-Amerika.

   In Nederland wordt hij wel varkensboom genoemd. Ook in soortnamen komt Clusius' naam voor, bijvoorbeeld in Tulipa clusiana (Clusiustulp) en Gentiana clusii (grootbloemige gentiaan).

   Weblinks

Basilius Besler: Hortus Eystettensis (1613)

   De aartsbisschop Johann Conrad Freiherr von Gemmingen liet rond zijn slot te Eichstätt een tuin aanleggen door de apotheker en plantentekenaar Basilius Besler (1561-1629) uit Neurenberg.

   Deze vermaarde tuin (de Hortus Eystettensis, bestaande uit acht tuinen op verschillende niveaus) op de Wilibaldsberg deed dienst als botanische tuin en als siertuin.

   Rond 1600 kreeg Besler de opdracht om de rijkdom van de tuin in een boek vast te leggen. Het resultaat hiervan was de publicatie in 1613 van de Hortus Eystettensis.

   De Hortus Eystettensis verscheen in een oplage van 300 exemplaren. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig exemplaren over, waarschijnlijk een tiental.

   Het boek bevat 367 kopergravures, gemaakt door meer dan zes verschillende graveurs, van wie Wolfgang Kilian (1581-1662) uit Augsburg de belangrijkste was.

   In totaal 1084 geneeskrachtige en eetbare planten en sierplanten zijn afgebeeld (667 soorten, 417 gekweekte variëteiten).

   De volgorde van de planten berust niet op een botanisch ordeningsprincipe, maar volgt de seizoenen (lente, zomer, herfst, winter).

   De eerste editie van de Hortus Eystettensis verscheen in twee versies: een met beschrijvende tekst gedrukt aan de verso (linker) zijde van de afbeelding, en een versie zonder tekst. Deze laatste uitgave was bedoeld om ingekleurd te worden.

   De luxe uitgave bevat met de hand ingekleurde platen en geen tekst. Dit om te voorkomen dat de tekst door zou drukken en de prachtig ingekleurde platen zou bederven.

   De originele tekeningen die gebruikt zijn voor het boek zijn aanwezig in de universiteit van Erlangen. Van de koperplaten zij er 328 teruggevonden in de Albertina Graphische Sammlung te Wenen.

   Volledige titel: Hortus Eystettensis, Sive Diligens et accurata omnium Plantarum, Florum, Stirpium, ex variis orbis terrae partibus, singulari studio collectarum, quae in celeberrimis viridariis arcem episcopalem ibidem cingentibus, hoc tempore conspiciuntur delineatio et ad vivum repraesentatio.

   Weblink

Hondius: Dapes Inemptae, of de Moufe-schans (1621)

   Petrus Hondius of Peter de Hondt (1578?-1621) was predikant te Terneuzen.

   Aanvankelijk bewoonde hij in gezelschap van een nicht de pastorie van Terneuzen, maar weldra schijnt hij zijn intrek te hebben genomen op de Moffeschans (Moufe-schans).

   Dit was ooit een versterking even buiten de wallen van de stad, aangelegd tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Na het vertrek van de Spanjaarden werd de schans aangekocht door Johan Serlippens, burgemeester van Terneuzen, Aksel en Biervliet, die de verlaten stelling binnen een tiental jaren tot een buitenplaats herschiep.

   Serlippens en zijn vrouw Johanna de Burchgrave waren welgesteld en gastvrij, en het contact tussen de jonge predikant en dit echtpaar is zeker versterkt doordat de burgemeestersvrouw een nicht was van Hondius' vriend Heinsius.

   Of Hondius, die nooit getrouwd is geweest, later geheel bij hen introk, dan wel of hij 's winters zijn pastorie bleef bewonen, is niet geheel duidelijk.

   Zijn grote bibliotheek was in elk geval op de Moffeschans ondergebracht. Hier heeft Hondius zich ontwikkeld tot een kruidkundige, die een zekere vermaardheid genoot, en die zijn bescheiden deel heeft bijgedragen tot de kennis van de botanie.

   Zijn Hof op de Moffeschans werd al spoedig bekend, en ook wanneer men aanneemt dat deze predikant, die zich niet in de eerste plaats op bescheidenheid kon beroemen, hier en daar op ietwat grootscheepse wijze over de vermaardheid van zijn tuin heeft geschreven, dan behoudt men toch nog de indruk dat de Moffeschans in haar bloeitijd algemeen bekend is geweest in de botanische wereld.

   Deze tuin werd liefdevol bijgehouden en moet een lustoord zijn geweest, waar het publiek werd toegelaten om te wandelen, zij het onder strenge voorwaarden: Hondius had voor de bezoekers zogenaamde Hofwetten opgesteld.

   Voor de vele bezoekers schreef hij onder de naam Hondius zijn Dapes Inemptae, dat is, De soeticheyt des Buyten-levens. Dit boek bestaat uit tien delen geheel op rijm.

   Als predikant zal Hondius het niet juist hebben gevonden zijn Hof alleen voor zichzelf te houden, maar uit zijn Hofwetten blijkt duidelijk dat hij eigenlijk niet gesteld was op vreemd volk in zijn tuin. Er werden zelfs boetes opgelegd als men zich niet aan de regels hield!

   Een kleine selectie uit de hofwetten (bovenstaande gegevens zijn grotendeels ontleend aan P.J. Meertens, zie tweede link):

Comt sonder hont off blyfter uyt ;
Trapt in de weghens: myt het cruyt
.

Die niet can overende staen
En houft niet in myn hoff te gaen
.

Doch gaet sy swaer, is sy met kinde,
dat sy haer in myn hoff niet vinde
:
Myn hof die wenscht dat haere lust
sy elders als hier uytgeblust
.

Die bloem of cruyden laecken will,
die houde hem voor de deure still
:
Myn hof verclaert voor domme sotten,
die in een hof met hoven spotten
.

   Weblinks

H. Jacobs: Den kleinen Herbarius (1627)

   Over de schrijver van dit kruidboek is niets bekend. Het werk bestaat uit drie hoofdstukken.

   Het eerste is het 'Medicinael Kruyt-Boecxken', het tweede het 'Medicinael Remedi-Boecxken' en het laatste is 'Een Vertroostinghe Voor den Krancken'.

   Het eindigt met de spreuk: 'Om gesontheyt te behouden, ende sieckte te genesen, Salmen ongheneught schouwen, en sober wesen.'

   Het boek werd in 1633 en 1640 herdrukt.

^Naar het begin van deze pagina

John Parkinson: A garden of pleasant flowers (1629)

   In 1629 verscheen een boek van John Parkinson over tuinieren met een titel waarin de naam van de auteur besloten was.

   De volledige titel luidde: Paradisi in sole paradisus terrestris, or a garden of all sorts of pleasant flowers, which ayre will permit to be nursed up (Paradisi in sole paradisus terrestris, of een tuin met alle schone bloemen, die in ons klimaat willen groeien).

   Parkinson was toen al 62, maar nog ambitieus genoeg om een tweede boek te schrijven, het Theatrum Botanicum, dat in 1640 zou verschijnen.

   Parkinson woonde in Londen, waar hij een befaamde tuin had, een 'lusthof, wel voorzien van allerlei zeldzaams', dat zijn vrienden van hun reizen voor hem meenamen.

   John Parkinson was arts en apotheker. Evenmin als Culpeper was hij het eens met de behandelwijze en kruidenkennis van zijn collega's, maar hij was een zachtzinnig man: het lag niet in zijn bedoeling 'doctoren te onderwijzen, maar om hun tot geheugensteun te zijn'.

   Naar Parkinson is genoemd het plantengeslacht Parkinsonia, een geslacht uit de vlinderbloemenfamilie.

   Weblinks

Johan van Beverwijck: Lof der Medicijnen (1635)

   Johan van Beverwijck (1594-1647) studeerde medicijnen onder meer in Caen, Parijs, Montpellier en Leiden.

   Van 1625 tot aan zijn dood was hij stadsarts van Dordrecht, waar hij chirurgijns, vroedvrouwen en pestmeesters examineerde.

   Hij schreef boeken in die tijd, die naast de werken van Jacob Cats het meest gelezen werden. Al zijn werken bevatten verzen van Cats.

   In 1635 verscheen Lof der Medicijnen, een jaar later Schat der Gesontheyt en in 1642 Schat der Ongesontheyt.

   Al zijn boeken werden verschillende keren in één band uitgegeven, vaak met de titel Inleydinge tot de Hollantsche geneesmiddelen.

^Naar het begin van deze pagina

Johan van Helmont: Ortus Medicinae (1648)

   Jan Baptista van Helmont (1579-1644) was dokter in de medicijnen te Leuven en in 1605 arts te Brussel. Hij was een volgeling van Paracelsus.

   Van Helmont heeft de uitgave van zijn werk niet zelf kunnen meemaken. Ze werden posthuum door zijn zoon uitgegeven.

   De uitgave van 1660 is een vertaling van het werk van 1648. Het heet in de vertaling Dageraad ofte Nieuwe Opkomst der Geneeskunst.

^Naar het begin van deze pagina

Nicholas Culpeper: Complete Herball (1652)

   Befaamd geworden is de Complete Herball, or the English Physitian ('volledig kruidenboek') van de Engelse kruidkundige Nicholas Culpeper (1616-1654).

   Culpeper ging uit van het beginsel dat zowel de delen van het lichaam als de planten onder de heerschappij van bepaalde planeten stonden.

   Zijn patiënten behandelde hij overeenkomstig deze leer. In zijn boek richt hij zich tot twee groepen, 'degenen die astrologie bestuderen' en 'het gewone volk'.

   Het gewone volk sprak hij als volgt toe:

'Brave lieden, het bedroeft me dat u het ongeluk is beschoren zolang in Egyptische duisternis rond te dwalen, een duisternis waarvan u zichzelf wellicht bewust bent. De gewone aanpak van de medische wetenschap ligt niet op mijn weg en ik ben derhalve niet in staat u van advies te dienen.'

Tot de 'gevormden' zegt hij:

'Zij die astrologie bestuderen, de enigen die voor zover ik weet geschikt zijn voor de medische studie, want medicijnen zonder astrologie is als een lamp zonder licht; gij zijt de mensen die ik uitzonderlijk hoogacht.'

   Weblinks

Petrus Nylandt: De Nederlandtse Herbarius of Kruydt-boeck (1670)

   Dit is een samenvattend werk, waardoor men in één oogopslag kan zien wat voor planten

'sich in ons Nederlandt, soo wel in 't wilde, als in de Hoven tot vermaeck, voedtsel en herstellinghe van de gekrenckte gesontheyt des menschelycken Lichaems vertoonen'.

   De volledige titel luidt:

De Nederlandtse Herbarius of Kruidt-boeck, beschryvende de Geslachten, Gedaente, Plaetse, Tijt, Oeffeningh, Aert, Krachten en Medicinael gebruick van alderhande Boomen, Heesteren, Boom-gewassen, Kruyden en Planten die in de Nederlanden in 't wilde gevonden, ende in Hoven onderhouden worden. Als mede de Uytlandtschen of vreemde Droogens, die gemeenlijck in de Apothekers Winckels gebruyckt worden. Uyt verscheyde Kruydt-beschrijvers tot nut van alle Natuur-kunders, Geneesmeesters, Apothekers, Chirurgijns, en Liefhebbers van Kruyden en Planten by eem vergaedert, en beschreven door Petrus Nylandt, M. Doctor.

   De eerste druk verscheen in 1670. Een herdruk verscheen in 1682.

   De tekeningen in dit boek zijn nagetekend van de houtsneden die gebruikt waren in het kruidboek van Fuchs.

Cornelis Bontekoe: Tractaat van het excellenste Kruyd Thee (1678)

   Cornelis Bontekoe (1647-1685), die eigenlijk Dekker heette, was aanvankelijk chirurgijnsleerling, voordat hij naar Leiden ging om daar te studeren.

   Hij werd bekend als Theedokter.

Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein: Hortus Indicus Malabaricus/Malabaarse Kruydhof (1678-1703)

   Jonkheer Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein (1633-1691 of 1699) stamde uit een adellijk Utrechts geslacht. In 1657 kwam hij als adelborst in dienst van de VOC.

   In 1669 werd hij commandeur van Malabar (westkust van India). Hier hield hij zich bezig met vestingbouw en het kweken van tropische gewassen.

   In 1677 werd hij benoemd tot Raad Extraordinair in Batavia. In 1678 was hij terug in Nederland.

   In 1684 werd hij door de bewindhebbers van de VOC benoemd tot Commissaris-generaal, met de opdracht een einde te maken aan de corruptie van VOC-dienaren (morshandel).

   In o.a. Bengalen en op Ceylon trad hij hard op, maar echt effect had het niet. Hij overleed onderweg van Ceylon naar Suratte in 1691 of 1699 (de belangrijkste bronnen spreken elkaar tegen), vermoedelijk vergiftigd door VOC-dienaren die iets te vrezen hadden.

   Bekend is hij ook als botanicus: over de flora van India schreef hij het standaardwerk Hortus Indicus Malabaricus, dat tussen 1678 en 1703 in twaalf delen werd uitgebracht. De Nederlandse vertaling luidde Malabaarse Kruydhof.

   Het werk bevat gravures van grote kwaliteit en gedetaileerde beschrijvingen van 740 planten uit het gebied in India dat zich uitstrekt van de zuidkaap tot Culcutta, ruwweg een gebied van 30 x 400 km.

   Het is misschien wel de eerste publicatie over een definitieve flora van een Aziatische regio.

   Volledige Latijnse titel:

Hortus Indicus Malabaricus, Continens Regni Malabarici apud Indos celeberrimi omnis generis Plantas rariores, Latinis, Malabaricis, Arabicis, & Bramanum Characteribus nominibusque expressas, unà cum Floribus, Fructibus & seminibus, naturali magnitudine à peritissimis pictoribus delineatas, & ad vivum exhibitas. Addita insuper accurata earundem descriptione, qua colores, odores, sapores, facultates, & praecipue in Medicina vires exactissimè demonstrantur.

   Weblinks

Abraham Munting: Naauwkeurige beschryving der aardgewassen (1696)

op deze site opengelegd alsof het op uw bureau ligt

   Abraham Munting (1626-1683) was zowel geschoold in de kruidenkunde als in de scheikunde. Hij volgde in Groningen zijn vader op als professor in de botanie.

   In 1672 schreef hij de Waare Oeffening der planten.

   In 1682 verscheen hiervan een veel uitgebreidere versie onder de titel Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen.. ., die in 1696, na de dood van de auteur, nog eens werd herdrukt.

   Het boek bevat ruim 250 gedetailleerde kopergravures en biedt een mooi overzicht van de kennis van de geleerden uit de Oudheid en uit de Renaissance.

Stephaan Blankaart: Den Nederlandschen herbarius ofte kruid-boeck der voornaamste kruiden, tot de medicyne, spys-bereidingen en konst-werken dienstig (1698)

   Stephaan Blankaart (1650-1704) volgde een opleiding in de scheikunde en kruidkunde.

   Hij promoveerde in de geneeskunde en wijsbegeerte en vestigde zich als arts in Amsterdam, waar hij niet alleen naam maakte in de geneeskunde, maar ook in de schilderkunst, de dichtkunst en de knipselkunst.

   Blankaarts veelzijdigheid uitte zich in zijn publicaties.

   Hij publiceerde onder ander op het gebied van de anatomie, chirurgie, algemene geneeskunde, voedingsleer, farmacie, scheikunde, plantkunde, dierkunde en letterkunde. Bovendien maakte hij bij vele van zijn publicaties zijn eigen illustraties. 

   Wat betreft deze tekengaven: de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bewaart een handschrift in twee delen van Blankaart met de titel

Steph. Blankardi, Hortus Plantarum Hollandiae Indigenarum, propria manu delineatarum et pigmentis ad vivum obductarum.

   Het bevat 770 bladzijden, bijna alle gevuld met pentekeningen, sommige nog in potlood, andere al een beetje ingekleurd, bijvoorbeeld één blad of één bloem. De figuren in het handschrift zijn meestal heel natuurlijk getekend.

   De KB heeft ook nog vijf delen Steph. Blancardi Herbarium of Kruidboek met 2368 bladzijden, de meeste met pentekeningen, geheel of gedeeltelijk in potlood.

   Dit was de aanzet tot een groot samenvattend werk over planten, waar Blankaart niet meer aan toe is gekomen.

   In 1698 schreef Blankaart Den Nederlandschen herbarius , als aanvulling op een geschrift over de werking van geneeskruiden in het menselijk lichaam. In dit boekje kon hij niet uitgebreid op de genoemde kruiden ingaan en hij besloot daarom in een nieuwe publicatie deze aanvulling te verschaffen.

   In de Herbarius beschrijft Blankaart de meest bekende Nederlandse kruiden, bomen, planten en mossen met hun geneeskundige kracht en hun bereiding.

   Het boek is dus niet louter bedoeld als een botanisch werk, maar als een boek over de 'grondstoffen voor medicijnbewerking' en de 'spysbereidingen en konstwerken dienstig'. De 35 kruidenafbeeldingen in dit boek zijn van Blankaarts eigen hand.

Georgius Everhardus Rumphius (Georg Eberhard Rumpf):
Herbarium Amboinense/ Het Amboinsche Kruid-boek (1741-1755)

   Als één natuuronderzoeker de pechprijs verdient, dan is het wel Rumphius (1627-1702).

   Georgius Everhardus Rumphius of Georg Eberhard Rumpf was een van origine Duitse botanicus, werkzaam voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op Ambon.

   In 1670 werd Rumphius getroffen door blindheid, waardoor hij zijn onderzoek slechts met de hulp van anderen kon uitvoeren. Kort daarop verloor hij zijn vrouw en een kind tijdens een aardbeving.

   In 1687 gingen de tekeningen bij het manuscript van zijn levenswerk, Het Amboinsch Kruid-boek, in vlammen op zodat zijn zoon en een door de VOC gezonden tekenaar alles moesten overdoen.

   Toen het voltooide werk eindelijk naar Nederland werd gezonden, verging het schip met man, muis en manuscripten. Een achtergehouden kopie bracht uitkomst: in 1696 kwam het drukklare werk alsnog aan in Amsterdam.

   Daar besloot de VOC echter dat het boek zoveel gevoelige informatie bevatte dat het maar beter niet gepubliceerd kon worden.

   Uiteindelijk verscheen Het Amboinsch Kruid-boek vanaf 1741. [De eerste twee delen, verschenen in 1741, hebben als Nederlandse titel:

Het Amboinsche Kruid-boek, volgende delen verschijnen, vanaf 1743, onder de titel: Het Amboinsch Kruid-boek. De volledige titel in het Latijn en Nederlands luidt: 'Herbarium Amboinense, plurimas conplectens arbores, frutices, herbas, plantas terrestres & aquaticas, quae in Amboina, et adjacentibus reperiuntur insulis, adcuratissime descriptas juxta earum formas, cum diversis denominationibus, cultura, usu, ac virtutibus. Quod & insuper exhibet varia insectorum animaliumque genera, plurima cum naturalibus eorum figuris depicta. Omnia magno labore ac studio multos per annos conlecta, & duodecim conscipta libris. - Het Amboinsch(e) Kruid-boek. Dat is, beschryving van de meest bekende boomen, heesters, kruiden, land- en water-planten, die men in Amboina, en de omleggenden eylanden vind, na haare gedaante, verscheide benamingen, aanqueking, en gebruik: mitsgaders van eenige insecten en gediertens, voor't meeste deel met de figuren daar toe behoorende, allen met veel moeite en vleit en veele jaaren vergadert, en beschreven in twaalf boeken'.]

   Rumphius, 'de blinde ziener van Ambon', was de eerste natuurwetenschapper die actief was in de Oost-Indische Archipel.

   Geheel naar de geest van de 17e eeuw was hij een generalist, bijna een autodidact die uit zuivere natuurwetenschappelijke nieuwsgierigheid tot ongekende prestaties kwam, zeker ook omdat hij gedurende de laatste 32 jaar van zijn leven blind was.

   Rumphius was een kenner van, onder andere, vogels, vissen, kreeften, schelpen, planten en algen.

   Zijn werkgever, de VOC, was zich goed van de uitzonderlijke kwaliteiten van Rumphius bewust. Hij kon zich boeken laten toesturen en hij kreeg de gelegenheid om te corresponderen met wetenschappers in Azië en Europa.

   Rumphius kreeg daardoor grote bekendheid. Hij werd onder de titel 'Plinius Indicus' als corresponderend lid benoemd van de illustere Keizerlijke 'Academia Naturae Curiosorum' in het Duitse Schweinfurt.

   De belangrijkste prestatie van Rumphius was zijn Amboinsch Kruid-boek dat in twaalf delen verscheen vanaf 1741.

   Een ander zeer bekend geworden werk van hem is zijn Amboinsche Rariteitkamer. Het verscheen zonder problemen, maar wel postuum, in 1705 en beleefde drie Nederlandstalige drukken en een Duitse vertaling.

   Het is vooral dit boek geweest dat Rumphius grote faam bezorgde, ook buiten de wetenschappelijke wereld. Het is het eerste boek dat een inventaris geeft van de tropische mariene fauna van een bepaald gebied en geldt als het begin van de moderne mariene biologie. Als zodanig wordt het nog steeds geraadpleegd.

   Er worden niet alleen nieuwe, tot dat moment in Europa onbekende, soorten vermeld. Het boek staat ook vol met gedetailleerde informatie uit de eerste hand over de biologie en de ecologie van vele zeedieren.

   Rumphius liet ook niet na om de exacte vindplaatsen te vermelden. Dat kwam goed van pas toen in 1990 de Nederlandse 'Rumphius Biohistorische Expeditie naar Ambon' in de voetsporen van de blinde ziener trad. Als Rumphius schreef dat een zekere soort uitsluitend op een bepaalde plaats voorkwam, troffen de verbaasde expeditieleden het dier ook werkelijk op die plaats aan.

   Rumphius kwam pas als volwassene naar de Republiek, maar hij schreef vlekkeloos Nederlands met zeer veel gevoel voor idioom.

   Na drie eeuwen blijkt zijn werk nog altijd zeer leesbaar en boeiend te zijn. De namen van planten en dieren worden vermeld in het Nederlands, maar ook in de talen van de lokale bevolking.

   Vooral de verklaringen die Rumphius geeft voor de inheemse benamingen en de verhalen die er rond bepaalde soorten werden verteld, zijn nu nog zeer leuk om te lezen vanwege zijn levendige manier van schrijven.

    Wat men zoal over de volkeren en de flora en fauna van Indië ontdekte, werd door de Heren XVII van de VOC overigens angstvallig verborgen gehouden uit angst voor spionage vanuit het buitenland.

   Ook de publicatie van Rumphius' Amboinsche Rariteitenkamer werd zo lang mogelijk tegengehouden.

   Onderzoek naar planten werd geheim gehouden, omdat het gericht was op hun geneeskrachtige werking of op de bestudering van hun groeiwijze.

   Kruidenmengsels had men hard nodig om de vele ziekten onder de VOC-dienaren te bestrijden en kennis van de specerijen zou, zo meende men, op den duur de cultivering ervan kunnen bevorderen.

   Weblinks

^Naar het begin van deze pagina

Aardigheden over planten
Overzicht
Hedendaags
  Het samenstellen van je eigen kruidenthee
  Wat is kruidengeneeskunde?
  Lijst van kruiden(middelen) positief beoordeeld door Commissie E
  Commissie E
  Sint-Janskruid en de pil
  De plant van Fred
  Kruiden in de keuken
  Enkele basisoliën
  Oliehoudende planten
  Bomen
    Bomen, een onderwerp apart
    Ginkgo
  Planten, informatie & wetenswaardigheden
    Vroeger
    Een oud-Romeinse boerenpesto
    Contraceptief in de oudheid: Duivelsnaaigaren
    Theriak (Theriacum)
    Wat waren de Kano-planten?
    Nu
    Signatuur van planten
    Signatuur van planten, uitgebreid met astrologie
    Toverplanten
    Over de plant als klok, een bloemenklok en Linnaeus
    Welke bloem of plant hoort bij vandaag?
    Geneeskrachtige planten op postzegels
    Cultuurgewassen, waar komen zij vandaan?
    Hennep is nog geen cannabis, maar wel een wonderplant
    Schrijvers en kruiden
    Klaprozendag of Poppy Day
    Monstransboon
    Paddenstoelen
    Regelmaat in het plantenrijk
    Dipsacus fullonum - Kaardebol
    Riet, typisch Nederlands, toch verrassend
  Bijzondere toepassingen
    Verfplanten
    Heggenleggen
    Papier van planten
    Toepassingen van planten
    Energiehagen rond tuinbouwgebieden
    Biobrandstoffen: biodiesel en koolzaadolie
  Medicinale toepassingen
    EHBO-Kruiden Top Tien
    Bijzondere kruidenthee (Canadian Essence)
    Maretak en kanker
    Medicinaal gebruik van kruiden, kort
    Antiviraal en daardoor ook tegen griep
    Zonnebloemoliekuur
  Kruiden(leer)
    Oude kruidenboeken online, overzicht, Alfabetisch auteurs
    Introductie
    Historische achtergronden
    Vroegste Oudheid
    Griekenland en Rome
    Middeleeuwen
  Bloeitijd van het kruidenboek
    11e eeuw tot 1475: Von Bingen - Anglicus
    1475 - 1539: Von Megenberg - Bock
    1542 - 1555: Fuchs - Lonicerus
    1554: Dodoens / Dodonaeus' Cruijdeboeck
    1571 - 1597: Lobelius - Gerard
    1601 - 1741: Clusius - Rumphius
    Latijn: Agricola - Tournefort
Taal en namen
  Volksnamen van planten: Uittien
    Namen en dingen
    Vergeten woorden
    Verbasteringen en volksetymologieën
    Goden en godinnen
    Spanjaarden en Turken
    Grappige namen
    Beenbreek en heelbeen
    Wonden en zweren
    Namen en legenden
    Mannetjes en wijfjes
    Angelsaksen en Nedersaksen
    Wedewinde en beerbinde
    Raadsels
    Taal en planten
    Nieuws over volksnamen van planten
    Volksnamen van planten (Vlaams)
    Plantennamen in de Nederlandse Dialecten (PLAND)
 
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel