Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Aardigheden over planten

Schrijvers en kruiden

Geneeskunstjes, geneeskunde, planten en het schrijven daarover

(een ietwat eigenzinnige lezing, gehouden op 26 oktober 2005 in de openbare bibliotheek te Dordrecht)

Plantengek

   Plantkundigen zijn vreemde mensen, dat kan bijna niet anders; het heeft er zelfs alle schijn van dat ze volslagen gewiebeld zijn. Niets is toch mooier dan een rustgevende wandeling in de natuur, luisteren naar vogels en kijken naar beesten en genieten van de kleuren en de geuren van de planten om je heen? Een plantkundige heeft die rust bijna nooit. Als hij wandelt, speuren zijn ogen de omgeving af naar de planten afzonderlijk; hij zoekt naar planten die hij nog niet kent of die hij niet op die plaats - daar waar gewandeld word - verwacht. Hij kent de planten bij naam en toenaam en is als een kind zo blij als hij deze of gene plant heeft gevonden die zijn collega plantengekken nog niet hebben opgemerkt. Weg rust en serene inspiratie.

   Erger is het nog gesteld met mensen die niet alleen de naam en het uiterlijk van de planten willen kennen, maar ook nog een keer de gebruiksmogelijkheden op een rijtje willen hebben. Volslagen neuroten kunt u verwachten, als u op een convocatie ingaat om een lezing over kruiden bij te wonen.

   Gelukkig voor kruidkundigen is het, dat ze hun neurose op plantaardige wijze weten te maskeren en u, vanavond, niet met dezelfde afwijking als de spreker naar huis hoeft te gaan. Hoewel, als het maar een klein beetje aanstekelijk werkt wat we gaan bespreken, dan heb ik medelijders veroorzaakt en lijkt mijn afwijking wat minder erg.

   Een ietwat eigenzinnige lezing, had ik de mevrouw van de bibliotheek beloofd, compleet met lichtbeelden. Ik had daarbij een lezing in gedachten die ik voor natuurenthousiasten afgelopen najaar heb gehouden in Breda. Maar die lezing veronderstelde de nodige voorkennis op plantkundig gebied. Niet dat ik die van u onderschat, maar zo heel erg diep hoeven we niet op de technische zaken in te gaan. Vooral ook niet, omdat ik u wilde confronteren met een gedicht van een Schele Abt, heel oud en geschreven in het Latijn en nog niet zo lang geleden voor het eerst vertaald in het Nederlands. Het is een uitzonderlijk gedicht, omdat het drie eigenaardigheden combineert: de liefde voor planten, de kennis van hun werking en - niet als laatste - de dichtkunst.

   Het laatste kan voor een plantkundige een zeer aantrekkelijke zaak zijn, die kunst in de 'bagage' mee te nemen. Waar het doorgaans niet als sexy wordt beschouwd om planten bij naam en toenaam te kennen, compenseren dichtregels dat wonderbaarlijk.

   Daar ben ik achtergekomen toen ik voor dames in mijn werkomgeving elk een bloem had uitgekozen en daar een gedicht over had geschreven die de eigenschappen van de dames vergeleek met de toegedichte eigenschappen van de bloem. Tot dan toe was de relatie op de werkvloer een nuchtere, maar tijdens het etentje waar ik het bundeltje rijmen presenteerde verdwaalde een hand later ergens ter hoogte van een knie. Mijn knie en de hand van een niet met mij getrouwde jongedame. Een vergissing of een blijk van waardering? Wonderbaarlijk, die werking van bloemen en dichtregels.

   Diezelfde imponeerdrang is misschien ook waar te nemen bij de Schele Abt over wie ik u wil vertellen en die mijn verhaal over kruiden handen en voeten moet gaan geven.

   Anders is het met de smartlap geschreven door Willie Rex en gezongen door Carel Verbrugge, beter bekend geworden onder de artiestennaam Willie Alberti, waarin een dame van lichte zeden werd vergeleken met een 'wilde orchidee'. Die associatie lijkt me niet zo geslaagd.

^Naar het begin van deze pagina

Het tuintje van Walafried Strabo, de Schele Abt

   Hij was een middenklasser, sociaal gezien. Een zoon van vrije mensen, geboren naar alle waarschijnlijkheid in 808, door zijn ouders naar een kloosterschool in Reichenau gestuurd toen hij een jaar of acht was. Zijn leraar was de Abt Grimaldus en Walafried (ook geschreven als: Walahfrid) schreef op jonge leeftijd al gedichten. Zijn latere leraar was Hrabanus Maurus die, en dan komt de kruidenverbinding, een encyclopedie heeft geschreven: "Over geneeskunde en ziekte".

   In die dagen was het gebruikelijk om boeken en dichtwerken op te dragen aan personen in een zwierige opdracht, die in deze tijd en in Nederland als 'slijmjurkerij eersteklas' zou worden bestempeld. In die tijd echter zeer normaal. Het gedicht dat mij zo trof, was mogelijk een hofmakerij richting Grimaldus en kan heel goed een verholen 'herenliefdedichtwerk' zijn. Ik ben blij dat het in het Nederlands is vertaald, want mijn kennis van het Latijn beperkt zich hoofdzakelijk tot de plantennamen en afgekloven citaten die het altijd wel aardig doen.

   Het boekje dat ik onder uw aandacht wil brengen, heet "Hortulus", met als ondertitel "De kloostertuin van Walafried Strabo", en is uitgegeven door Terra Lannoo BV onder Auspiciën van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, waar een replica van Strabo's tuin is ingericht. Te vroeg gestorven, deze Walafried, hij werd 41 of 42 jaar oud en verdronk op een 'studiereisje' in de Loire. Een groot oeuvre aan gedichten en theologische polemieken en geschriften nalatend.

   Het zijn een 430 tal strofen waarin de tuin, het werken in de tuin en de vierentwintig planten in die tuin bezongen worden. Ik wil u een paar van die verzen voorlezen en tegelijkertijd een paar lichtbeelden van de beschreven planten laten zien. De vertaling is van Vincent Hunink.

De aanleg van een tuin (blz. 9)

Van alle blijken van een rustig leven
is tijd voor Paestums kunst de minste niet:
het werken waar de geile Priapus waakt.

Wat voor grond je ook in eigendom
verkrijgt, of het zandgrond is waar tussen kiezels
amper wat wil bloeien, of vochtig land
dat vruchtbaar is en volle opbrengst geeft,
of het land nu glooit en heuvelachtig is
of vlak en goed bereikbaar, berg of dal:
elk terrein kent zo zijn eigen planten.
Maar luiheid is uit den boze, aan de slag!
Vooral geen dom dédain nu voor de vele
schatten van de tuinder, deins niet terug
voor eelt, voor zon op je handen, heb geen schrik
om schrale grond met manden mest te bewerken!

Dat heb ik niet alleen van horen zeggen,
het is geen wijsheid die ik boeken dank.
Door werk en inzet (waar ik rust voor prijsgaf),
heb ikzelf ervaring hierin opgedaan.

   Het laatste kwatrijn is me uit het hart gegrepen, het kruidenvirus grijpt je bij de kladden en je bent verkocht voor je het weet en blijft aan de gang om steeds meer te leren en te begrijpen.

Gladiool (blz. 25)

Aan jou ga ik niet voorbij, plant met de naam
die afgeleid is van Latijn voor zwaard.
Je brengt me mooie paarse bloemen voort
al vroeg in de zomer, donkere viooltjes gelijk,
of als de soort die tegen Apollo's altaar
opsprong na de dood van Hyacint,
en daar zijn jongensnaam in bloesem vertaalde.
Met fijngewreven droge stukjes wortel
in wijnvocht opgelost bestrijden wij
hevige pijn in de blaas. En de voller maakt er
stijfsel van voor stevig, geurig linnen.

Papaver (blz. 27)

Ook ik maak in mijn verzen graag gewag
van Ceres' gift, de papaver, die Latona
na de roof van haar dochter slikte, naar verluidt,
tegen verdriet en voor vergetelheid.
Hij werkt ook bij een abces in keel of long,
dat soms een stroom van bitter slijm opstuwt
tot op de lippen: papaver onderdrukt ze.
Zijn hoofd vol pitjes reikt de hoogte in,
bungelend bovenop een lange nek.
En evenals de appel die qua naam
granaat is, geeft hij onder zijn ene vel
een massa machtig sterke pitjes prijs.
Hij dankt zijn naam aan happend lipgeluid.

Scharlei (blz. 29)

Omringd door het jonge groen staat lommerrijk
scharlei, sterk bestengeld, met bladerpracht
en takken hoog begroeid. Als medicijn
is zij amper in tel - zij lijkt te zijn ontsnapt
aan artsenhand. Maar week haar in warm water
en al haar kracht en aroma's komen los.

Daarnaast verschuilt zich niet het minste kruid,
vrouwenmint. Het helpt als maag en darmen
stokken: kook wat wortels gaar, en eet.

   Strabo is Latijn voor Schele of Loense. Vandaar dat ik hem de Schele Abt ben gaan noemen, niet uit gebrek aan respect voor deze godvrezende broeder.

   Meer informatie over Strabo op het Internet

^Naar het begin van deze pagina

Monniken

   Monniken, en vóór hen priesters van oudere religies, hadden de zware plicht om - als zij daartoe in staat waren - genezend op te treden. Vandaar dat het niet ongebruikelijk was dat kloosterbroeders naast theologie ook de plantkunde bestudeerden en filosofie en scheikunde en als klap op de vuurpijl ook nog eens de geneeskunde. Schrijven is de enige manier om kennis vast te leggen.

   De Kelten, en vóór hen de 'oude volken' van Europa, hadden niet de gewoonte om hun kennis op die manier vast te leggen, maar droegen de kennis over op verbale wijze. Dat gebeurde meestal in de vorm van rijmende beschrijvingen, vandaar dat een druïde eerst leerde om te rijmen en te dichten. Ik vind het erg jammer dat er zo weinig van die volkeren en hun gebruik van planten bekend is gebleven. Het enige wat daarvan over is gebleven, zijn beschrijvingen door bekeerlingen die het Latijn als voertaal namen. Ik neem die geschriften niet serieus, omdat ze heftig gekleurd zijn door de heersende theologische opvattingen van die tijd.

   Zij beschouwden de gebruiken als heidens en als zodanig verwerpelijk. Bijvoorbeeld, de roos is eerst verketterd en daarna weer in allerhoogste glorie als symbool van het lichaam van Christus opgevoerd - de vijftalligheid van de bloem als voorbeeld van de Pentateuch stellend. Maar als je de vijfpuntige ster, die de kroonbladeren vormen, op de verkeerde manier tekent, krijg je het symbool van de zwarte magie. Ook is religie de oorzaak geweest dat een aantal geneeskundige ontwikkelingen zeer traag op gang zijn gekomen en pas een enorme groei in ontwikkeling vertoonden toen de koppeling tussen religie en geneeskunst werd verbroken.

   Er is eeuwen aangeflodderd met de namen van planten wat tot rampen moet hebben geleid, waar Hoogervorst de minister met zijn gezondheidszorgbeleid bij zou verbleken, hoewel...

^Naar het begin van deze pagina

Geschiedenis van de plantkunde en het gebruik van planten in de geneeskunst

Jean Auel en de romancyclus "De Aardkinderen"

   Als we het werk van schrijfster Jean Auel een beetje serieus zouden nemen, was de oudste kruidkundige een meisje dat als vondeling door een stam Neanderthalers is opgenomen en daar tussen de jagers/verzamelaars een carrière als kruidenkundige opbouwde, waar een ieder jaloers op zou mogen wezen. Natuurlijk heb ik de romancyclus van "De Aardkinderen" van Jean Auel gelezen en een passage wilde ik u niet onthouden. Uit "De Stam Van De Holenbeer" (blz 198):

... 'Zie je dat plantje met die trechtervormige gelige bloemen [hadden ze al trechters in die tijd? prm], met een beetje paars in het hart?' Wees Iza de volgende plant aan.
Ayla raakte een plant van ongeveer dertig centimeter hoogte aan. 'Dit?'
'Ja. Dat is Bilzekruid. Heel nuttig voor de medicijnvrouw, maar nooit als voedsel; het kan gevaarlijk giftig zijn als het gegeten wordt.'
'Wat gebruik je ervan? De wortels?'
'Niet alleen. Wortels, bladeren, zaden. De bladeren zijn groter dan de bloemen en ze groeien om en om aan weerszijden van de stengel. Let goed op, Ayla. De bladeren zijn dof lichtgroen met stekelige randen en zie je die lange haren die er middenop groeien?' Iza raakte de fijne haren aan terwijl Ayla aandachtig toekeek. Vervolgens plukte de medicijnvrouw een blad en kneep het fijn. 'Ruik eens,' zei ze . Ayla snoof; het blad gaf een sterk bedwelmende geur af ...

   Er is - voor de adepten die de romancyclus hebben gelezen - een site op het Internet met allerlei citaten waarin kruiden worden toegepast in de boeken van de cyclus. Het grappige daarbij is dat we, als we - zogeheten - doorlinken, op een twintigste-eeuws kruidenboek uitkomen: "A Modern Herbal" van Maud Grieve, dat in zijn geheel digitaal is te raadplegen. Maar dan slaan we een slordige 100 eeuwen over.

^Naar het begin van deze pagina

De Chinese en Indische geneeskunst

   De oudste naslagwerken zijn Chinese en de Indische boeken die rond 5000 en 4000 voor Christus geschreven zijn.

   De Chinese geneeskunst is oud, heel oud. Ze maakt in principe gebruik van planten. Maar ook dierlijke preparaten werden en worden gebruikt. Kenmerkend is - voor die geneeskunst - dat het van twee temperamenten uitgaat, de beroemde Yin en Yang. Waarbij de een koud en vrouwelijk is en de andere heet en manlijk.

   De toepassingen van de ingrediënten verschillen in toepassingsbereik naar gelang van de bereidingswijze. Kruiden en dierlijke bestanddelen worden gebakken, gebraden, gekookt, opgelost, ingedikt en weer verdund en u zult dan ook niet verbaasd opkijken als ik u vertel dat een beetje Chinese apotheker een opleiding krijgt van een jaar of vijftien. Hij is dan daarna nog steeds bezig om zijn kennis bij te schaven. Invloeden van de diverse Mongoolse volkeren met hun geneeskundige inbreng zijn, hoewel ze op het tweede plan komen, merkbaar.

   De Indische geneeskunde is ietwat jonger dan de Chinese, maar doet niet onder in complexiteit. De opleiding is vergelijkbaar lang.

   Door invloeden vanuit de westerse geneeskunde worden tegenwoordig recepten uit het Oosten 'opgeleukt' met allerlei farmaceutische producten. Dat maakt de hier op de markt verkrijgbare preparaten naar Indische snit nu juist zo verdacht. Je kunt er zware metalen in tegenkomen die wij als behoorlijk ongezond betitelen en cortisonen, die als zeer effectief kunnen worden beschouwd, samen met hormonen en zelfs antibiotica maken het echte alternatief. Ook bij hier op de markt gebrachte Chinese preparaten komen dit soort kwalijke verrijkingen voor. Niet dat het afbreuk hoeft te doen aan het resultaat, maar voor zelfmedicatie is het ongeschikt.

^Naar het begin van deze pagina

Hippocrates

   Komen we, een vijfentwintigtal eeuwen teruggaand, bij Hippocrates. Dit is een arts naar ons moderne hart, die magie, godsdienst, geneeskunde en filosofie uit elkaar plukte. Hij ging daarbij uit van ziekte als verschijnsel en weet het ontstaan ervan aan een disbalans tussen vier lichaamssappen (humeuren of humores): bloed, slijm, zwarte gal en gele gal. Daaraan werden weer veel later de klassieke elementen warmte, koude, vocht en droogte gekoppeld. Dat komen we tegen in vrijwel alle latere boeken die handelen over de geneeskunde.

   In deze moderne tijd hoef je bij je huisarts niet met de Hippocratische humeuren aan te komen, hij zal ze kennen als onderdeel van de geschiedenis van zijn vak en er welwillend een tijdje met u in meegaan, maar echt gebruiken doet de arts deze begrippen niet. Het zal ongeveer op de manier van beschrijven van een auto zijn door een aantal sterk van achtergrond verschillende mensen; zonder seksistisch te willen zijn, een vrouw beschrijft een auto anders dan een werktuigbouwkundige en die doet dat weer anders dan een vormgever en die doet dat weer anders dan een macho ventje met boxen achterin zijn gepimpte auto van 200 watt elk.

   Maar om even bij Hippocrates te blijven, het belang van zijn werk - en dat van Theophrastus, een leerling van Aristoteles, die wordt beschouwd als de grondlegger van de taxonomie (naamgeving van planten) en de systematiek - op het gebied van beschrijven van planten en dieren is van heel groot belang voor ons geweest.

   Meer informatie over Hippocrates op het Internet

^Naar het begin van deze pagina

Dioscorides

   Pedanios Dioscorides, die de twijfelachtige eer had lijfarts te zijn van de Romeinse keizer Nero (bekend geworden als pyromaan), was een Griek uit Anazarbos uit Cilicië in Klein-Azië (thans Nazarba, bij Tarsus). Hij reisde als legerarts door grote delen van het Romeinse rijk en vestigde zich ten slotte in Paestum. In zijn vrije tijd schreef hij een boek in vijf kloeke delen over de artsenijkunde ("Materia medica"), dat jammer genoeg - voor zover ik weet - niet in het Nederlands is te lezen. Gelukkig zijn er wel Duitse, Franse en Engelse versies te bekomen. Het lijkt me de moeite waard voor u om te lezen dat een pasta van wijngaardslakken heel aardig tegen een opgezette buik te gebruiken is. Om nog maar van het gebruik van onderdelen van de kikker te zwijgen.

   Het verrijkende van Dioscorides is dat de man vanwege zijn kwaliteiten als legerchirurgijn nogal gezworven heeft over de toen bekende wereld en zodoende kwamen Egyptische en Arabische geneeskundige elementen de Westerse wereld binnen.

   Paestum is een van oorsprong Griekse stad, een eind ten zuiden van Napels, destijds een waar bolwerk van geneeskundige kennis en van militaire betekenis omdat er een soort militaire academie was gevestigd. Ik ben er eens geweest en de overblijfselen van die stad zijn indrukwekkend te noemen. Veel indruk maakte het toen ik - in navolging van wat de meeste tuinmannen vlot kunnen - de wetenschappelijke namen gebruikte van onder andere de prachtige Judasboom en nog wat van dat gesniester, wat de gids vervulde van geestdrift, het bleek ook een kruidengek te zijn. Dus de kennis is daar nog voorhanden en als u toch een 'grand tour' zou willen maken: de restauratie van de oude Griekse tempels in Paestum is ondertussen voltooid.

   Meer informatie over Dioscorides op het Internet

^Naar het begin van deze pagina

Hildegard von Bingen

   De geneeskunde was in de christelijke tijd een onderdeel van de caritas, mede omdat het deel uitmaakt van de zeven werken van barmhartigheid en Christus het expliciet zo zei, dat men de hemel kon verdienen door de zieken te bezoeken.

   Dus schreef de leraar van onze Walafried er een belangwekkend boek over, schreef Walafried over zijn tuintje, schreef de leerling van Walafried, Karel de Kale, een wet over het verplicht voorhanden hebben van kruiden.

   Komen we bijna als vanzelf bij Hildegard von Bingen, die al op jonge leeftijd in het klooster terechtkwam en het tot abdis schopte, ruzie maakte met een groot deel van de clerus, prachtige muziek schreef en gedichten maakte.

   Maar bovenal schreef ze het werk over "Oorzaken en Behandeling". Meestentijds zijn er wel Nederlandse vertalingen te vinden van wat gedeelten van haar werk in verhandelingen over de diverse aspecten van haar werk. Maar van "Causae et Curae" is er jammer genoeg geen fatsoenlijke Nederlandse vertaling. We zijn ondertussen wel in de 12e eeuw na Christus aangekomen en behalve de hoogtepunten die ik u noemde, zijn er hoegenaamd geen schokkende ontwikkelingen geweest. Het bleef een voortborduren op de inzichten van Hippocrates.

   Het grote verschil met Hilde von Bingen is dat zij haar werk grotendeels baseerde op haar eigen waarnemingen, soms ook van bovennatuurlijke aard. Het intuïtief genezen vindt bij haar zijn oorsprong. Dat ze geen algemene navolging kreeg zal wel deels op haar karakter zijn terug te voeren. Heden ten dage zijn er nog klinieken te vinden die de behandelwijze van Hilde von Bingen uitvoeren als ware het dat zij er zelf nog rond liep te wandelen. En het wordt nog vergoed door de Krankenkasse ook.

   Meer informatie over Hildegard von Bingen op het Internet

^Naar het begin van deze pagina

Naamgeving: Caesalpinus, Dodoens, Linnaeus

   Een paar eeuwen later was de verwarring over de namen in de diverse kruidenboeken zodanig groot geworden, dat de heer Caesalpinus meende orde in de chaos te moeten scheppen, waarvoor hij een heel nieuw schema ontwierp. In principe kwamen de namen uit op een beknopte beschrijving van de plant naar kenmerken. Niet echt effectief, want Carl von Linné (Linnaeus), een Zweed die een aantal jaren in Nederland verbleef (onder meer om er zijn doctorsbul, aan de toenmalige universiteit van Harderwijk, te behalen), deed het dunnetjes over op een manier die we nu nog gebruiken.

   Dat was dan de 18e eeuw. Tweehonderd jaar daarvoor, in de 16e eeuw, was er een autoriteit op het gebruik van planten, onder meer werkzaam voor de grote keizer Karel V die we uit onze vaderlandse geschiedenis goed kennen en die vaak hof hield in Gent, en later als lijfarts van een paar Oostenrijks-Habsburgse keizers. Ik heb het over de Vlaming Rembert Dodoens uit Mechelen (in internationale kringen beter bekend onder zijn gelatiniseerde naam Rembertus Dodonaeus). Een naam om te onthouden!

   Dodoens was een groot geleerde met internationaal gezag. Hij schreef een lijvig werk over het gebruik van kruiden ("Cruijdeboeck") en niet in het Latijn, zoals te doen gebruikelijk in zijn tijd, maar in de volkstaal van die dagen. Omdat de boekdrukkunst het overschrijven van alle handboeken uit de geschiedenis overbodig had gemaakt, kon hij er ook makkelijker toe komen een eigen benadering over het gebruik van planten in de geneeskunst te formuleren. Het was ook een stuk goedkoper om een dergelijk werk aan te schaffen en zodoende de kennis breder te verspreiden. Hoewel er vrij veel exemplaren zijn gedrukt, moet u er niet van staan te kijken dat u voor een origineel exemplaar - al dan niet ingekleurd - een prijs betaalt die vergelijkbaar is met die van een eenvoudige burgermanswoning.

   Wilt u die boeken toch bekijken en lezen in origineel en hedendaags schrift, dan kan dat via het Internet, want de teksten en het totale werk zijn op de website van http://plantaardigheden.nl/ in zijn geheel te raadplegen. Met dank voor de medewerking aan het Max Planck Instituut in Duitsland.

   Zie voor de kruidboeken van Rembert Dodoens

^Naar het begin van deze pagina

Druïden, eiken en de maretak

   U gaat mij er langzamerhand van verdenken dat ik niet aan het eigenlijke onderwerp: kruiden toekom. Voor een lezing in een bibliotheek kan ik er niet omheen het belang van naslagwerken voor het taalgebruik en de taal op zichzelf te onderstrepen. Immers, na de eenwording van de Italiaanse staat onder Garibaldi leek het onbegonnen werk om alle Italianen een en dezelfde taal te laten spreken. Er waren er ook maar een stuk of 26, tot men op het lichtende idee kwam om een kookboek uit te brengen in het nieuwe Italiaans. Dat is de basis geweest voor alle moderne Italianen om een en dezelfde taal te spreken. Alle Italianen? Een aantal dorpen biedt nog steeds tegenstand. Om Asterix te parafraseren.

   Wat me een bruggetje verschaft naar Panoramix, de druïde, die voor een kruidige noot in de stripverhalen tekent.

   Een rechtgeaarde plantenman heeft hier meerdere bruggetjes te pakken. De naam druïde is afgeleid van het Keltische en Griekse woord voor eik: drus. Die naam is ook weer de stamvader voor wichtkens, die dryaden of bosnimfen worden genoemd en, zoals aangenomen werd, onder eiken huisden. Val nooit onder een eik in slaap, want die dames zouden je mee kunnen nemen en nooit wordt er meer iets van u vernomen dan alleen de zuchten die soms nog te horen zijn.

   De eik is heilig. Niet voor niets is Bonifatius door woedende Friezen bij Dokkum naar de eeuwige zendingsvelden gestuurd, toen hij het in zijn hoofd haalde een eik omlaag te halen. Hij had als voormalige druïdenovice beter moeten weten: de beste maretakken groeiden op de eiken, het jaarlijkse feestje voor de druïden was het snijden met een gouden mes van maretakken die op de eik groeiden. Witte ossen - om het contrast met het rode offerbloed en de witte gewaden van de priesters te vervolmaken - kwamen er aan te pas. De afgesneden magische groeisels mochten niet op de grond vallen en dus stonden er jonge meiden met een doek onder de boom om de takken op te vangen. Op het neerhalen van een eik, zonder uitdrukkelijke toestemming van een druïde, stond de doodstraf. Een wandelaar ging in die dagen nooit zonder staf of knuppel op pad en als je die gebroken had op het hoofd van een struikrover of zo, dan kon je een tak afsnijden van een boom onder beding dat je de gebroken knuppel ervoor terug op de plaats bond.

   Zo ging dat, in die tijd. Ook over de maretak gaan heel wat verhalen. Rudolf Steiner maakte er het preparaat Viscadur uit, dat een geducht wapen zou moeten zijn tegen tumoren. En met de kerstdagen zouden er vrijgezelle meiden onder mogen gaan staan om jonge mannen te verleiden hun een kus te geven zonder dat er schande van gesproken mag worden.

^Naar het begin van deze pagina

Plantkunde en menskunde

   Zo komen we op de eeuwige koppeling tussen kennis en magische religiositeit. Dit gaan we loskoppelen.

   Planten nemen water en diverse stoffen en koolzuurgas op. Die stoffen komen met het water dat ze opnemen mee en het gas wordt uit de lucht gehaald. Daarvoor zijn planten groen. Uit dat gas en het water maken ze suiker. Die suiker wordt via een aantal processen in de diverse plantencellen omgezet in honderden stofjes. De suiker is van belang voor de mens als voedingstof, omdat we daar onze energie uit halen. De andere stoffen als zetmeel, eiwitten en eiwitten en de bouwstenen van eiwitten, de aminozuren, leveren reserve-energie en bouwstoffen op voor ons lichaam.

   In ons lichaam zijn allerlei processen aan de gang die het leven op gang houden. De meeste van die processen worden door de schildklier gestuurd, allerlei hormonen die voor de processen nodig zijn worden vandaaruit het lichaam ingestuurd om ervoor te zorgen dat precies dat wat nodig is gebeurt. Daarmee zat Hippocrates met zijn humeuren op bijna het juiste spoor.

   Als er iets scheef gaat in de goede gang van zaken, doordat we niet in de juiste mate alle stoffen opnemen die we nodig hebben, zal de zaak weer op orde gebracht moeten worden. We moeten dus de oorzaak van een falen van het systeem kennen om de juiste kuur toe te passen. In navolging dus ook van Hilde von Bingen.

   Een kruidenkenner en ook een herborist en een fytotherapeut kunnen pas in actie komen, als de juiste oorzaak van een kwaal bekend is. Of, als hij weet met welke remedie een kwaal kan worden aangestuurd om weer in het gareel te komen. Het stellen van een diagnose is een zaak die moet worden overgelaten aan een daarvoor opgeleide persoon. Een arts dus. "Vertrouw nooit goede raad," werd er in de oudheid geroepen, "omdat God de genezing in de hand heeft." Zo was die veronderstelling.
Neemt u van mij aan: zonder vakkundige diagnose bent u een beetje aan de heidenen overgeleverd.

   Er wordt wat afgebroddeld in kruidenminnend Nederland. Kruidenminnend Nederland wordt vaak ten onrechte verguisd door geneesheren en -dames die de oorsprong van hun vak niet meer kennen en die oorsprong daardoor ook niet meer kunnen waarderen. Positieve uitzonderingen zijn er wel te vinden. Laatstelijk raakte ik gecharmeerd door een apotheker die vertelde dat zij nog plantkunde in haar opleiding had genoten. Haar persoonlijke charme verhoogde mijn waardering nog meer, plantengekken kijken niet alleen naar planten.

   Omdat we met zovelen zijn en daardoor overgeleverd aan wat de 'markt' ons biedt, lopen we het gevaar niet alle stoffen voor een gezonde lichaamshuishouding tot ons te nemen. We zijn ook onze natuurlijke relatie met wat de natuur ons biedt kwijt. Vandaar dat er het een en ander fout kan lopen. Een mens wil graag gezond zijn en heeft daar soms een vermogen voor over. Reden ook waarom mensen het genezen als vak gekozen hebben.

   De Medici zijn daar een goed voorbeeld van. In Firenze - dat wij beter kennen als Florence - zijn die er rijk van geworden en is dat de naamgever van de beroepsgroep: medici en dat van de florijn, de oude naam van onze ter ziele gegane gulden. De Uffizi, waar zij in werkten met hun pillendraaierij, is niet alleen het voorbeeld van waanzinnige rijkdom, maar ook de oorsprong van het bijvoeglijk naamwoord officinalis of officinale, wat staat voor 'de geneeskrachtige soort'. (Althans: dit is wat ik een gids die mij in de Uffizi rondleidde, hoorde vertellen. Vaak wordt voor 'officinalis' een andere verklaring gegeven: het zou verwijzen naar de 'officina', een Latijns woord voor de werkplaats van onder andere de 'kruidenbroeder' in de kloosters, een woord dat nu nog in Vlaanderen gebruikt wordt voor het laboratorium van een apotheek. Het kan allebei: uffizi is een meervoudsvorm, officina een enkelvoud van een in origine zelfde woordstam.)

^Naar het begin van deze pagina

Fytosterolen, statines, cholesterol en de paardenbloem

   Tegenwoordig gaat er een groot deel van ons geld aan die pillendraaierij, oftewel de farmaceutische industrie, op. De farmaceuten vormen een beroepsgroep die niet van armlastigheid kan worden beschuldigd. Kijk maar naar de problemen die Afrika heeft met HIV/Aids en de medicijnenprijs.

   Een flink aantal aandoeningen kan echter met simpele dingen die de natuur ons biedt effectief worden bestreden.

   De jongens van Unilever hebben dat begrepen en gebruiken fytosterolen, zoals zij dat noemen, in hun 'Becel pro-activ'. Plantaardige sterolen (of fytosterolen) noemen plantengekken dat: stoffen die overeenkomsten vertonen met cholesterol, zowel chemisch als in verschijningsvorm. Het grote verschil is dat plantaardige sterolen de dierlijke verdringen en de plaats aan de bloedvatwanden innemen. Voordeel is dat de plantaardige sterolen soepel en veerkrachtig blijven en de dierlijke de neiging hebben te verharden. Daardoor kan een mens behoorlijk in de problemen raken.

   De farmacie heeft een ander antwoord: die bevelen 'statines' aan. Dat wordt ingegeven door het feit dat van de cholesterol in het lichaam 85 % wordt aangeleverd door de lever en dus het lichaam zelf en 15 % door de voeding. Waardoor diëten over het algemeen weinig succes hebben. Door de lever minder cholesterol te laten produceren, daalt het cholesterolgehalte in het bloed. Hoera en eureka werd en wordt er geroepen door de vakgroep medici. Sceptici wijzen erop dat alleen al in de USA 15.000 mensen per jaar overlijden aan hart- en nierfalen door het gebruik van statines. Hoezo? We mogen ervan uitgaan dat als men de lever zodanig pest dat zij minder cholesterol produceert, dat het bijeffecten heeft. Cirrose is er een van. Onomkeerbare leverproblemen, heet dat in goed Nederlands.

   Een plantengek kijkt u meewarig aan en verklaart u met uw hoge cholesterol voor gek, als u de paardenbloem na het wieden weggooit en niet gebruikt voor een cholesterolverlagende thee. Of er, zo u wilt, van de wortel een alternatieve koffie van zet, na hem te hebben geroosterd.

   De espressokoffie bevat ook een groot aantal plantaardige sterolen, witlof ook en dat in zoveel van die samengesteldbloemigenfamilie. Dat zit er in die Becel pro-activ, alleen wat duurder in gebruik.

^Naar het begin van deze pagina

Weegbree

   Wat te denken van een ander vaak weggemikt stukje onkruid, de Weegbree? Daun Sendok noemen de bahassa sprekende medemensen het, of Ki-urat; naar wat ik me heb laten vertellen, betekent dat zoveel als 'Breek de Steen', maar Maleis is niet mijn sterkste punt en ik ruil die vertaling bij beter weten meteen in. Met een andere plant: Koemis koetjing, zoals een oud kruidenboek het schreef (het is een kruid uit Indonesië; wij noemen hem Kattensnor), het beste wat de natuur u tegen een niersteen te bieden heeft.

   Pluk het voorzichtig en laat het ook voorzichtig drogen - als je het ruw doet, breken de mooiste stofjes af - en uw stenen vergruizelen en het gruis wordt minder scherp en u plast ze daardoor makkelijker en minder pijnlijk uit.

   Ook rijk aan sterolen. Mede daardoor heb ik 25 toepassingen voor dit kruid gevonden in niet alleen de kruidenboeken, maar ook in wetenschappelijke rapporten. Die variëren van kinkhoest en tuberculose in lichte vorm tot decubitus of doorligwonden. In mijn eigen kruidenboek heb ik 22 soorten weegbree staan, ze zijn me alle even lief. De stof aucubine en een moeilijker uit te spreken: luteoline-7-0- bèta glucoside, die in de weegbreesoort Plantago palmata veel voorkomt, doet de celwand van tumorcellen zoveel geweld aan, dat die daardoor af kan sterven.

^Naar het begin van deze pagina

Zoethout en de stof asparigine

   Phoe...

   U hebt stress, u bent gestopt met roken. Neem een stuk zoethoutwortel en kluif daarop, uw stress zakt weg. Logisch, dat is de werking van een aantal stoffen in het zoethout.

   Er zijn veel stoffen gevonden in zoethout. Omdat zoethout als genotsmiddel wordt toegepast in onder andere dropjes, is er veel onderzoek naar gedaan. Wel meer dan 200 stoffen heb ik bij elkaar kunnen vinden. (De eveneens vaak onderzochte druif staat nog een beetje bovenaan in de top tien van meest onderzochte planten.) Het wordt door sommigen aangeraden als cholesterolverlager. Mag absoluut niet in combinatie worden gebruikt met statines en met middelen tegen ontstoken urinewegen. Het kan nierfalen veroorzaken, ik houd u niet voor de gek, als ik u vertel dat een aantal Italiaanse dames bijna ter aarde konden worden besteld door een overmaat aan zoethoutproducten te eten. Het leverde hun acuut lijden aan het Con's syndroom op.

   Oncologen worden warm als ze de onderzoeksrapporten naar de gevolgen van het gebruik van asparigine lezen. Bij het behandelen van de ziekte leukemie worden cytostatica gebruikt in combinatie met een enzym aspariginaze. Dit enzym breekt asparigine af. Nou en?

   Nu is asparigine een stof die gezonde cellen zelf kunnen aanmaken, een aminozuur dat nodig is voor de voeding van de cellen. Meestal is er sprake van overproductie en zit er veel asparigine in de vrije bloedbaan. Het venijn zit erin, en dat is ook het logische in het gebruik van aspariginaze, dat het de asparigine afbreekt. Leukemiecellen kunnen het niet zelf aanmaken en zullen daardoor verhongeren; gezonde cellen blijven overeind, want die maken het zelf.

   U komt met een zak vol droppies van goede kwaliteit bij de arme patiënt om wat leuks en lekker te geven. Het bevat zoethout in hoge mate en zoethout bevat de meeste asparigine van alle planten (7%), de witte Lupine uitgezonderd. Maar daar maken ze geen dropjes van. Toch zal een oncoloog ervan opkijken als u hem vertelt dat dropjes asparigine bevatten. Dropjesfabrikanten maken dropjes zo lekker, dat u er veel van op wilt eten. Het is even wachten op vergelijkbare claims als bij de sigaren en sigarettenindustrie.

^Naar het begin van deze pagina

Het nut van nicotine en de aardappel

   Trouwens, schizofrenie, Gilles de la Tourette, Alzheimer worden heel goed met nicotine onderdrukt. Men veronderstelt dat ik lijd aan Tourette. U merkt daar niets van, want ik rook.

   Andere leuke dingen zijn de onderschatte waarde van de aardappel, de geriatrische industrie en het brandwondencentrum worden gewaarschuwd: de toepassing van de aardappel komt eraan als decubituszalf en als brandwondenkompres!

^Naar het begin van deze pagina

Voedingspatroon, dokter Moerman

   Liever dan het drinken van een kruidenthee raad ik aan om bij een kwaal of aandoening het voedingspatroon te wijzigen. Ik ben niet alleen in die opvatting. Mijn vroegere plaatsgenoot en omstreden arts Moerman droeg dat in extreme mate uit. Zijn rigide dieet, met het aanvullen daarop van zaken als jodium en dergelijke, waren dan ook bedoeld om diverse kankertumoren te bestrijden. Dat vereist iets meer dan het simpel aanpassen van het dieet.

   Ik heb Moerman in mijn jonge jaren een paar keer gesproken over planten die me bezighielden, maar dat heeft me niet tot een adept gemaakt. Ik was ook nog eens veel te jong en onervaren in zijn ogen. Het doet me wel plezier dat hij steeds meer en meer gelijk aan het krijgen is van niet de minsten onder de medici. Het komt voor Moerman te laat, dat respect en het gelijk, maar wat is tijd als we een beetje serieus al een eeuw of 43 met geneeskunde bezig zijn? Moerman heeft zelf geschreven en een flink aantal mensen hebben hem nageschreven. Dat overkomt alle beteren.

^Naar het begin van deze pagina

Kruidenlijstjes voor kwalen

   Ik heb voor een aantal kwalen boodschappenlijstjes gemaakt met zaken die u gewoon bij de groenteman of supermarkt kunt halen. Dat is in de verte vergelijkbaar met wat Moerman deed. Het gebruik van de spullen op die lijsten helpt de kwaal te voorkomen, te onderdrukken of zelfs te genezen. Deze lijsten kunt u voor gezonde mensen zonder problemen gebruiken en degenen die wat onder de leden hebben, zullen op de niet al te lange termijn het gelijk ervan ervaren.

   Nu is er op het Internet het een en ander te vinden op dit gebied, maar zonder deugdelijke kennis van planten te hebben, is dat een speeltuin voor suïcidalen.

   Zelfs de mooie database van James Duke - modern Amerikaans schrijver van kruidenboeken en zijn leven lang jaloersmakend bezig geweest met planten als voedingsmiddel en als alternatieve teeltmogelijkheid voor diverse ontwikkelingslanden - kan, onoordeelkundig gebruikt, grote rampen veroorzaken. Mijn boodschappenlijstjes zijn wel met behulp van die database samengesteld, maar doorbewerkt waar dat met de logica van digitale verwerkers niet kan. Ik heb er een aantal voor u meegenomen (te vinden op http://pollekens.webforums.nl).

^Naar het begin van deze pagina

Kruidenboek in de maak

   Wat maken kruidenboeken en de schrijvers ervan nu voor mij zo boeiend? Ik ben zelf al een flink aantal jaren bezig met het schrijven van een boek. Volgens mijn vrouw zal er met mij geen grote literator verloren gaan. Maar zij leest Anna Enquist en Allende, 't Hart, Grunberg, en Eva Bentis, die een boek schreef ("Het gif kraait koning in mijn hoofd") over een vergiftigingsgeval met ricine. Geen plantengek, die Eva, wel een schrijfster uit mijn nabuurstad Oosterhout. Maar ze wist niet toen ik haar vroeg of zij met de ricine, het afvalproduct van de wonderolieboon bedoelde, de albumine waarover laatstelijk in Engeland zoveel te doen was in verband met terrorismedreiging en de vondst ervan bij radicale moslims. Heel moeilijk om daar een terroristische aanval mee te doen, het lost niet op in water, het molecuul is te groot om vanuit de darmen de bloedbaan in te komen, waar het zijn werk moet doen. Er zijn moorden mee gepleegd, een heel beroemde ook, gedaan met een windbukskogeltje en een paraplu die Eva had geïnspireerd tot het boek.

   Een redacteur zal zijn tanden op mijn kruidenboek stuk mogen bijten, maar het is wel het boek zoals ik dat graag zelf zou hebben staan in mijn boekenkast, zodat ik het niet zelf had hoeven schrijven.

   Dat zelf schrijven maakt de waardering voor die anderen die ik kan en mag raadplegen en vergelijken, bekritiseren en soms beknorren, zo groot. De inspanningen van een Hilde, een Walafried, een Carl, een Pedanios, een Rembert zijn groot; een Paul daarbij vergeleken een niets niemendalletje. Ik heb er vreugde aan en plezier om er over te vertellen. Brood op de plank zal het niet brengen. Maar waarom ook, hebt u wel eens wilde peentjes gegeten? Ze zijn erg lekker en goed tegen wurmen, en wist u dat het ook goed voor de ogen is? Een plantengek weet dat caroteen daarvoor zorgt en niet omdat konijnen geen brillen dragen.

   Om Walafried, de dichter en tuinman, in zijn opdracht aan te halen:

Gedenk op zo'n moment dan, vader, mijn werk.
En treft u bij herlezing zwakke plekken?
Snoei ze weg en laat wat sterk is staan!

Dat God uw deugden immer groen laat zijn
en het eeuwig leven u bekronen mag ...

   Terrug (Breizh)/Breda 2005.

^Naar het begin van deze pagina

Bronnen

   Enkele Internetadressen die u kunt raadplegen:

Boeken:
  • Kruidengids (Ingrid Gabriel)
  • Plantenzielen (Mellie Uyldert)
  • Lexicon der geneeskruiden (Mellie Uyldert)
  • Hortulus (Walafried Strabo)

Deel van de titelpagina van Dodoens' Cruijdeboeck 1554
Meer over de Hesperiden, Hercules en de draak: klik hier

P.Munnik

Plantaardigheden.nu - Vragen en antwoorden en discussie

^Naar het begin van deze pagina

Aardigheden over planten
Overzicht
Hedendaags
  Het samenstellen van je eigen kruidenthee
  Wat is kruidengeneeskunde?
  Lijst van kruiden(middelen) positief beoordeeld door Commissie E
  Commissie E
  Sint-Janskruid en de pil
  De plant van Fred
  Kruiden in de keuken
  Enkele basisoliën
  Oliehoudende planten
  Bomen
    Bomen, een onderwerp apart
    Ginkgo
  Planten, informatie & wetenswaardigheden
    Vroeger
    Een oud-Romeinse boerenpesto
    Contraceptief in de oudheid: Duivelsnaaigaren
    Theriak (Theriacum)
    Wat waren de Kano-planten?
    Nu
    Signatuur van planten
    Signatuur van planten, uitgebreid met astrologie
    Toverplanten
    Over de plant als klok, een bloemenklok en Linnaeus
    Welke bloem of plant hoort bij vandaag?
    Geneeskrachtige planten op postzegels
    Cultuurgewassen, waar komen zij vandaan?
    Hennep is nog geen cannabis, maar wel een wonderplant
    Schrijvers en kruiden
    Klaprozendag of Poppy Day
    Monstransboon
    Paddenstoelen
    Regelmaat in het plantenrijk
    Dipsacus fullonum - Kaardebol
    Riet, typisch Nederlands, toch verrassend
  Bijzondere toepassingen
    Verfplanten
    Heggenleggen
    Papier van planten
    Toepassingen van planten
    Energiehagen rond tuinbouwgebieden
    Biobrandstoffen: biodiesel en koolzaadolie
  Medicinale toepassingen
    EHBO-Kruiden Top Tien
    Bijzondere kruidenthee (Canadian Essence)
    Maretak en kanker
    Medicinaal gebruik van kruiden, kort
    Antiviraal en daardoor ook tegen griep
    Zonnebloemoliekuur
  Kruiden(leer)
    Oude kruidenboeken online, overzicht, Alfabetisch auteurs
    Introductie
    Historische achtergronden
    Vroegste Oudheid
    Griekenland en Rome
    Middeleeuwen
  Bloeitijd van het kruidenboek
    11e eeuw tot 1475: Von Bingen - Anglicus
    1475 - 1539: Von Megenberg - Bock
    1542 - 1555: Fuchs - Lonicerus
    1554: Dodoens / Dodonaeus' Cruijdeboeck
    1571 - 1597: Lobelius - Gerard
    1601 - 1741: Clusius - Rumphius
    Latijn: Agricola - Tournefort
Taal en namen
  Volksnamen van planten: Uittien
    Namen en dingen
    Vergeten woorden
    Verbasteringen en volksetymologieën
    Goden en godinnen
    Spanjaarden en Turken
    Grappige namen
    Beenbreek en heelbeen
    Wonden en zweren
    Namen en legenden
    Mannetjes en wijfjes
    Angelsaksen en Nedersaksen
    Wedewinde en beerbinde
    Raadsels
    Taal en planten
    Nieuws over volksnamen van planten
    Volksnamen van planten (Vlaams)
    Plantennamen in de Nederlandse Dialecten (PLAND)
 
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel