Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

De volksnamen van onze planten (Uittien)

Wedewinde en beerbinde

   Eind 1933 verscheen bij uitgeverij Nijhoff in Den Haag (.) het boek "Enkele bloemennamen in de Zuidnederlandsche Dialecten" door dr. J.L. Pauwels, met medewerking van dr. L. Grootaerts.

   Het boek bevat zeven kaarten met volledige documentatie der gegevens en pogingen tot verklaring van de verspreiding en de betekenis der volksnamen van: haagwinde, klaproos, paardebloem, pioen, sering, anjer en muurbloem.

   In een eerdere publicatie kwamen op soortgelijke wijze al de rode bes en de aardappel aan de orde.

   Niet alleen voor de taalkundigen, ook voor plantkundigen zijn deze negen artikelen een vrijwel onuitputtelijke bron van gegevens en theorieën voor de verklaring en herkomst der volksnamen.

What is in a name?

   Vaak gaat er een brok beschavingsgeschiedenis achter een naam schuil.

   Vooral bij de volksnamen van planten, die vaak tientallen van eeuwen ongestoord en ongewijzigd in verborgen uithoekjes blijven leven, soms familiebezit, meestal stambezit van een boerendorp of streek, die hen tegen de beschaving beveiligt, zodat ze bij grote enquêtes, door de moderne dialectgeografie op touw gezet, als getuigen van vroegere beschavingen kunnen verrijzen en in het daglicht komen.

   Met de grootste kwaadwilligheid en vakkennis (die ik in dit geval beide mis) zou ik dan ook geen verkeerds van het bovengenoemde boek kunnen zeggen.

   Alleen zou ik een wijziging willen voorstellen in de verklaring van een paar volksnamen van de winde, die meer in het bijzonder in Noord-Nederland voorkomen en die, naar mijn mening, evenals de Engelse namen, te weinig in acht genomen zijn.

   Ik denk hierbij aan de Achterhoekse namen beerbente, beerbinde, wierwinde, de in Zeeland algemene vorm bewinde, voorts berwin (Zuid-Limburg en het noordoosten van Luik) en het Engelse bearbind met al zijn varianten.

   Behalve wierwinde wil ik al deze vormen met elkaar in verband brengen en als resten beschouwen van het woord beerbinde, dat 'gerst-binder' zal moeten betekenen.

Wedewinde: plant die zich om hout windt

   Gemakshalve zal ik geen onderscheid maken tussen de haagwinde (Calystegia sepium) en de akkerwinde (Convolvulus arvensis), die door het volk vrijwel overal gelijk benoemd worden, en de zwaluwtong (Fallopia convolvulus, de 'duizendknoopwinde', als we de vroegere naam Polygonum convolvulus volgen), die er ook dikwijls mee verward wordt.

   De eerste groeit vooral in heggen en struiken en wordt (vooral bij de namen wedewinde, woodbind, enz.) veel met kamperfoelie (Lonicera) en bosrank (Clematis) verward, beide houtige klimplanten; de beide laatste groeien dichter bij de grond, zijn meer akkeronkruiden, vooral hinderlijk bij het maaien van het koren, zodat hun verwarring voor de boeren wel erg voor de hand ligt.

   Fallopia convolvulus heet volgens een folklorist uit Zelhem, behalve wilde boekweit en windumme, ook wel wierwinde in tegenstelling met de gewone winde, "omdat de windingen bij deze plant zo in de wiere (war) zijn, het is een verwierde boel".

   Dezelfde naam wierwinde kreeg ik ook uit Geesteren bij Borkeloo. H. Marzell ("Wörterbuch der deutschen Pflanzennamen") geeft ook wierwinn en wierwin op voor Westfalen (Ibbenbüren), zowel voor Fallopia convolvulus als voor Convolvulus arvensis.

   Zonder twijfel denkt de boer hierbij aan "in de wier" (in de war), maar ik beschouw dit als volksetymologie en houd het voor een verbastering van het zeer ver verspreide wedewinde (Duitsland, de Graafschap, Vlaanderen, Engeland: woodbind, zoals Pauwels (blz. 36) naar mijn mening wel overtuigend aantoont:

"In het Oudwestvlaamsche Herbarium (10de eeuw) widebinde, ligustrum; in het Hs. Brit. (16de eeuw) komt wel wedewynde(n) driemaal voor, resp. met de vertalingen caprifolium, hedera en ramis; in den Grooten Herbarius (1514) wedewinde, concolculus; bij Kiliaen en De Bo wedewinde, hedera Helix, klimop. Het compos.

Komt voor in het Ags.: withowinde, widubindae, jonger wuduwinde.

Vgl ook de Hoogd. plaatsnamen op -wede, 'hoogbos' (zie hierover Grimm, D. Wtb. i.v. wehwinde).

   "De beteekenis van het eerste lid van dit compos. wede, ags. widu, wudu, is 'hout' en het geheel betekent dus: 'plant die zich om hout windt of slingert'.

   De bovenstaande vertalingen - zie vooral Hs. Brit. - bewijzen, dat het compos. wedewinde, evenals het niet-samengestelde winde, oorspronkelijk de algemeene beteekenis slingerplant had; later ontstond dan ook de neiging het meer bepaald op de convolvulus toe te passen, doch niet in dezelfde mate als voor het niet-samengestelde winde."

Noot van de auteur: Een Haarlems kruidboek uit 1625, namelijk Heyman Jacobs, "Den kleynen herbarius oft cruytboecxken", noemt de kamperfoelie: Weeu- oft Geytenblat.

   De rest van de hier behandelde groep volksnamen wordt door Pauwels, blz. 38-40, afgeleid van een vrijwel hypothetisch breewinde (eenmaal door H. Heukels, in het "Woordenboek der Nederlandsche volksnamen van planten", 1907), opgegeven voor Zuid-Beveland en eenmaal vermeld als bruwin uit Maastricht, het eerste naast het zeer algemene bewin, het tweede naast het driemaal vermelde berwin!), dat dan, in analogie met weegbree, 'winde die zich erg naar alle kanten verspreidt' zou moeten betekenen.

   Door omzetting van de r zou hieruit een, in Duitsland gevonden, vorm beerwinde zijn ontstaan en dan berwinde (Zuid-Limburg) en tenslotte bewin (Zeeland, Vlaanderen).

   Dit hypothesen-bouwwerk lijkt mij wat topzwaar.

Beerbinde: gerstbinder

   Het ligt naar mijn mening veel meer voor de hand als tweede uitgangspunt naast wedewinde een stamvorm beerbinde en beerwinde aan te nemen.

   (Dat binde vanouds naast winde voorkomt, betwijfelt Pauwels niet. Marzell noemt deze vorm voor de Elzas en de Beneden-Rijn; in Engeland en Zweden is ze even algemeen als wind en heel West-Vlaanderen en Frans Vlaanderen, streken die graag oude vormen verdedigen tegen het oprukken van de oostelijke indringers, kennen enkel de vorm binde.)

   De vormen bearbind en bearbine zijn in Engeland ver verspreid.

   Voor een van de Convolvulus-soorten worden ze door J. Britten en R. Holland ("Dictionary of plant names", 1886, blz. 30 en 509) vermeld uit Northumberland, Yorkshire, Worcester, Buckingham, Surrey, Middlesex en Kent, voor Fallopia convolvulus uit Stafford en Kent, voor de kamperfoelie uit Cheshire en voor de bosrank uit Kent.

   Heukels geeft nog beerbende en beerbente voor Fallopia convolvulus op uit de Graafschap (blz. 190) en beerbinde voor dezelfde plant uit het oostelijk deel van de Graafschap (blz. 191).

   Bärwinde en beerwinde zijn ook uit Duitsland opgetekend (zie Gerth. Van Wijk, "A dictionary of plantnames", 1911).

   Berwin wordt driemaal opgegeven voor de noordoosthoek van het Nederlands sprekende Luik en het aangrenzende Zuid-Limburg.

   Bovendien komt het al voor in een Angelsaksische woordenlijst uit de elfde eeuw, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (volgens Earle, blz. 32), als een vertaling van Umbilicum.

   Met Umbilicum (tegenwoordig Umbilicus) worden verschillende planten met schildvormige of diep hartvormig ingesneden bladen bedoeld, zoals waternavel (Hydrocotyle), Cotyledon (een soort uit de vetplantenfamilie; de variëteit Umbilicus horizontalis var. intermedius kent het synoniem Cotyledon intermedius), steenbreeksoorten (Saxifraga), Cyclamen, Oost-Indische kers (Tropaeolum majus); in een Duitse Apuleius-vertaling (Harley msc. n. 4986) wordt inderdaad bij Umbilicus de akkerwinde afgebeeld.

   Bewinde beschouw ik als ontstaan door slordige uitspraak uit berwinde, toen de betekenis van het klemtoonloze eerste deel verloren gegaan was.

   Het wordt door Heukels opgegeven voor Overflakkee, Schouwen, Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland; als bawinde en bowinde door De Bo (1888) uit Vlaanderen en door Pauwels uit de buurt van Antwerpen.

   Er blijven nu nog een drietal verbasteringen over, namelijk verwin, werewin en merwin met varianten, die alledrie zeker uit berwin zijn af te leiden, dan uit breewin, zoals Pauwels dat wil.

   Verwin is zesmaal aangetroffen, alle bij de grens van Nederlands Limburg, dus aansluitend bij het berwin-gebied; werewin en varianten liggen meer verspreid: één ten noorden van Maastricht, de rest langs de zuidrand van ons taalgebied, één ten westen van Brussel, vier ten oosten.

   Drie bijna onherkenbare verbasteringen liggen nog veel verder uiteen: miewinde, merwin, merminekes en mêrminrank.

   Wat betekent nu de stamvorm beerbinde?

   R.C.A. Prior ("The popular names of British plants", 1864, blz. 17) en Britten en Holland (1886, blz, 30) geven als verklaring: "from its binding together the stalks of bear or barly". Bear, beer, beir, bere zijn nog hier en daar voorkomende namen voor de gerst.

   Het is in het Angelsaksisch baer of bere, verwant met Gotisch baris en Latijn far, waarvan ook barley (gerst) is afgeleid (er is een glosse uit het jaar 996: baerlic, op gerst gelijkend; zie Skeat, "Etymological dictionary of the English language", 1910, blz. 48).

Taalrelict

   Hebben werkelijk in ons gebied naast elkaar of terzelfder plaatse twee stam-namen bestaan: wedewinde (hout-slingerplant) en beerbinde (korenbinder), dan is het volkomen verklaarbaar dat bij het in onbruik raken van de beide woorden wede en beer allerlei volksetymologische verbasteringen en tussenvormen zijn ontstaan, tot wilde winde, waaiwinde, wehwinde, wierwinde, breewinde, weeuwen en meerminekes toe.

   Kunnen de taalkundigen zich met mijn opvatting over deze woordafleidingen verenigen, dan is mijns inziens de meest opmerkelijke uitkomst wel dat we in dit geval evenals met de woorden hennebane en hennenbèze of -blomme in de Gelderse Achterhoek (zie het artikel "Angelsaksen en Nedersaksen") een relict gevonden hebben van een woord dat in Engeland alleen in ere is gebleven en vrijwel overal elders is uitgestorven of verbasterd.

Bron:

  • H. Uittien, "De volksnamen van onze planten", Zutphen 1946, blz. 78-82.

^Naar het begin van deze pagina

Aardigheden over planten
Overzicht
Hedendaags
  Het samenstellen van je eigen kruidenthee
  Wat is kruidengeneeskunde?
  Lijst van kruiden(middelen) positief beoordeeld door Commissie E
  Commissie E
  Sint-Janskruid en de pil
  De plant van Fred
  Kruiden in de keuken
  Enkele basisoliën
  Oliehoudende planten
  Bomen
    Bomen, een onderwerp apart
    Ginkgo
  Planten, informatie & wetenswaardigheden
    Vroeger
    Een oud-Romeinse boerenpesto
    Contraceptief in de oudheid: Duivelsnaaigaren
    Theriak (Theriacum)
    Wat waren de Kano-planten?
    Nu
    Signatuur van planten
    Signatuur van planten, uitgebreid met astrologie
    Toverplanten
    Over de plant als klok, een bloemenklok en Linnaeus
    Welke bloem of plant hoort bij vandaag?
    Geneeskrachtige planten op postzegels
    Cultuurgewassen, waar komen zij vandaan?
    Hennep is nog geen cannabis, maar wel een wonderplant
    Schrijvers en kruiden
    Klaprozendag of Poppy Day
    Monstransboon
    Paddenstoelen
    Regelmaat in het plantenrijk
    Dipsacus fullonum - Kaardebol
    Riet, typisch Nederlands, toch verrassend
  Bijzondere toepassingen
    Verfplanten
    Heggenleggen
    Papier van planten
    Toepassingen van planten
    Energiehagen rond tuinbouwgebieden
    Biobrandstoffen: biodiesel en koolzaadolie
  Medicinale toepassingen
    EHBO-Kruiden Top Tien
    Bijzondere kruidenthee (Canadian Essence)
    Maretak en kanker
    Medicinaal gebruik van kruiden, kort
    Antiviraal en daardoor ook tegen griep
    Zonnebloemoliekuur
  Kruiden(leer)
    Oude kruidenboeken online, overzicht, Alfabetisch auteurs
    Introductie
    Historische achtergronden
    Vroegste Oudheid
    Griekenland en Rome
    Middeleeuwen
  Bloeitijd van het kruidenboek
    11e eeuw tot 1475: Von Bingen - Anglicus
    1475 - 1539: Von Megenberg - Bock
    1542 - 1555: Fuchs - Lonicerus
    1554: Dodoens / Dodonaeus' Cruijdeboeck
    1571 - 1597: Lobelius - Gerard
    1601 - 1741: Clusius - Rumphius
    Latijn: Agricola - Tournefort
Taal en namen
  Volksnamen van planten: Uittien
    Namen en dingen
    Vergeten woorden
    Verbasteringen en volksetymologieën
    Goden en godinnen
    Spanjaarden en Turken
    Grappige namen
    Beenbreek en heelbeen
    Wonden en zweren
    Namen en legenden
    Mannetjes en wijfjes
    Angelsaksen en Nedersaksen
    Wedewinde en beerbinde
    Raadsels
    Taal en planten
    Nieuws over volksnamen van planten
    Volksnamen van planten (Vlaams)
    Plantennamen in de Nederlandse Dialecten (PLAND)
 
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel