Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Over de wilde cichorei (Cichorium intybus)

1. Namen, plantlore en ander merkwaardigs

Namen, nieuw en oud

De cichoreiplant heet in het Nederlands wilde cichorei, ter onderscheiding van de getemde cultuurvormen witlof en cichoreiwortel.
De botanische naam luidt Cichorium intybus.

In de meeste Europese talen is de naam voor de cichorei afgeleid van Cichorium.
Fries: sûkerei.
Engels
: wild chicory, wild succory, en verder o.a. blue sailors (vanwege de blauwe bloemen).
Duits: Zichorie, naast Wegwarte, Wegweiss, Weglug, Fraule Gretl, Sonnenbraut, Sonnenwende, Wirbelkraut, Eisenkraut en vele andere.
Frans: chicorée sauvage, chicorée amère, chicorée barbe de capucin, verder laidron, yeux de chat, écoubette.
Italiaans: sicoria silvatica, radicchio (roodlof).
Spaans: achicoria.
Deens: cichorenurt.
Noors: sikori.
Pools: cykorja.
Russisch: tsikorij.
Zweeds: vágvárda.
Tsjechisch: cekanka obecná.
Hongaars: katáng.

In de Griekse oudheid (bij Theophrastus en Dioscorides) werd de cichorei kichorion genoemd. Dit zou zijn afgeleid van Grieks 'kio' = ik ga en 'chorion' = plaats in de buurt waar mensen wonen, en wil zeggen: 'ik kom op plekken die makkelijk betreden worden (door mensen), of waar men langs loopt' (A. Usteri). Cichorei groeit inderdaad niet midden op de akker of in een weide, maar aan de rand ervan of langs wegen en rivieren. Bij Horatius is de variant kichore overgeleverd. In de middeleeuwse kruidenboeken duikt ook de naam kichora op. De Griekse naam is mogelijk ontleend aan Akkadisch 'kuk(u)ru', dat samenhangt met Soemerisch 'gurgur' (aanduiding voor een aromatische plant) of Egyptisch 'kesher'. Een andere Griekse naam is seris (Dioscorides, Galenus). Het is duidelijk dat de Latijnse naam Cichorium van de Griekse naam komt. Varianten zijn: cichoreum, cicoreum, cicorea (laatstgenoemde vorm bij Horatius). De soortnaam intybus komt of van het Griekse 'entomos' = ingesneden (vanwege de diep ingesneden bladeren), of van Latijn 'intubus', dat is samengesteld uit 'in' = in en 'tubus' = buis (vanwege de holle stengel). Vroeger werd de plant ook zonder meer inrybus, intybum of intuba genoemd. Door verbastering is dit ten slotte endivia geworden (de botanische naam van de aan de cichorei nauw verwante andijvie is Cichorium endivia). In het kruidenboek van Hieronymus Bock (1546) vinden we nog de opmerking dat de Egyptenaren de cichorei agon noemden.

In de loop der tijd heeft de cichorei tal van Latijnse benamingen gekend. In het "Capitulare de villis"

treft men haar aan onder de naam solsequium of solsequia. Dit komt van 'solem sequi': de zon volgen, want de geopende bloemhoofdjes van de cichorei staan naar de zon gericht. Bij Konrad von Megenberg (1309-1374) heet de plant dan ook Sonnenwende. Een naam die we in de middeleeuwen ook tegenkomen (bij Albertus Magnus, in "De vegetabilibus", 1256) en die eveneens duidt op het naar de zonzijde gewend zijn van de hoofdjes, is sponsa solis, hetgeen wil zeggen: zonnebruid. Beide Latijnse namen worden door von Megenberg genoemd in zijn "Buch der Natur". Een en ander slaat op de lichtgevoeligheid van de bloemen, want bij donker of regenachtig weer sluiten de hoofdjes zich of ze blijven gesloten. Andere oude Latijnse namen waren: ambrosia (godenspijs, de goddelijke plant), intubus erraticus (de dwalende), intubus agrestis (van het veld), intubus silvaticus (de wilde), Cichoria esculenta (de eetbare cichorei, als gekweekte vorm vermeld door H. Harder, eind 16e eeuw), Intybus silvestris of Cichorium silvestre fl. coeruleo (de wilde, blauwbloeiend; "Harzflora" van Thai, 1577), Cichorium Italicum (benaming van een cultuurvorm) en custos viarum (wegenwachter).

Wegenwachter

Over de naam wege(n)wachter (wegwarte, wegenwaarte) bestaan vele verhalen. Een ervan gaat zo: De cichorei begeleidt de mens getrouw langs al zijn wegen. Het is of zij met een ontroostbaar verlangen aan de weg staat te wachten op haar hemelse bruidegom: de zon, opdat hij haar dan naar het hemelse paleis terug zal voeren. De middeleeuwse ziel dichtte om dit wezenlijk verband een legende. Een jonkvrouw was verloofd met een dappere ridder, die met een kruistocht meeging en niets meer van zich liet horen. Haar vader wilde haar dwingen met een andere man te trouwen of in een klooster te gaan. Maar zij wilde op haar bruidegom wachten. Haar vader vervloekte haar: 'Blijf dan in alle eeuwigheid aan de weg staan om op hem te wachten!' Daarop veranderde het trouwe meisje in de hemelsblauwe wegewachter. Julius Wolff maakte er het volgende gedichtje op:

Daar wacht het bleeke jufferlijn
Den dag en den donkeren nacht alleen
Op haar hartelief aan den wege,
Wegewachter, Wegewachter!

Zij spreekt: 'Zelfs wen ik hier wortel sla
En wachten moet tot den jongsten dag,
Ik wachte op hem aan den wege,
Wegewachter, Wegewachter!'

Vergeten heeft haar de wilde knaap!
En waar zij gewacht heeft, daar vond zij haar graf,
Een bloemlijn spruit aan den wege,
Wegewachter, Wegewachter!

De zomer komt en de zomer gaat,
De herfstwind over de heide waait,
Het bloemlijn wacht aan den wege,
Wegewachter, Wegewachter!

Diabolisch en antidiabolisch kruid, magische eigenschappen

Veel planten zijn door de eeuwen heen op twee manieren gewaardeerd: als afgezant van de hemel (magisch of antidiabolisch kruid) en als afgezant van de duivel (diabolisch onkruid). De verering als magisch kruid gaat veelal terug tot de zonnecultus en de natuurverering in oude voorchristelijke culturen, de omslag naar duivelsonkruid is meestal te wijten aan de invloed van de katholieke Kerk, die de mensen van hun zonneverheerlijking weghaalde. De duivel werd ten tonele gevoerd, tot wiens rijk alles werd verklaard dat uit het heidens verleden nog niet aan de Kerk was getrokken en door haar van naam was veranderd. Zo werden de heilige weldoende planten van weleer tot duivelsonkruiden verklaard. Zo ook de cichorei. De tere bleke zonnebruid werd tot verwenste juffer en tot nachtduivelin. En in bovenstaande legende werden de rollen omgedraaid: het meisje werd haar verloofde ontrouw en moest, tot lering - veranderd in de cichoreiplant en met haar blauwe ogen steeds naar het oosten kijkend - en als voorbeeld voor alle ontrouwe meisjes, tot in eeuwigheid aan de weg wachten. En door een van die opvallende letterverwisselingen, waar de vroege kerkgeschiedenis zo rijk aan is, werd 'intybus' in verband gebracht met 'incubus': nachtduivel, en nu heette de cichorei voortaan Cichorium incuba oftewel nachtduivelin! Een incubus was een duivels wezen dat 's nachts met vrouwen samenkwam om bij haar duivelskinderen te verwekken, en een incuba bezocht mannen in hun dromen en verenigde zich met hen. Voortaan was de blauwbloeiende cichorei een betoverde slechte juffer en de zeldzame witte (de roze variëteit is nog zeldzamer, behalve in boeken, waarin de cichorei nogal eens te roseachtig is afgebeeld door een slechte kleurendruktechniek) zou een betoverd rein meisje zijn... Algemener gesteld: de blauwe bloemen, die het vaakst voorkomen, zijn boze mensen; de witte, de zeldzaamste, zijn de goede mensen.

De herinnering aan de weldoende kracht van de cichorei wilde kennelijk niet wijken. De witte cichorei behield dus haar oude magische kracht. Zij kon ketenen verbreken; indien men iemand, buiten zijn weten en gedurende zijn slaap, met boeien bond, dan vielen die vanzelf los, indien de slapende cichorei bij zich droeg. Zij kon doornen uit de huid trekken en de drager onzichtbaar maken. Zij bracht geluk, maar dan moest de vinder ook de bloem aan zijn wandelstok vastmaken. Verloor hij de bloem, dan was ook de onzichtbaarmakende kracht verdwenen. In deze gevallen moest de plant, zonder te spreken, op St. Jakobsdag (25 juli) met een goudstuk uitgegraven worden.

De wortel van de cichorei werd als amulet gedragen. Hij weerde onheil af en maakte de drager onkwetsbaar. Maar men moest de wortel dan wel, geknield, op St. Jan (24 juni), een weinig vóór zonsopgang, uitgraven. En wilde men zich van de volle kracht van de plant verzekeren, dan mocht de wortel niet met ijzer worden aangeraakt (want dat is magnetisch en onttrekt kracht aan het kruid). Men voorzag zich daarom van een gouden en zilveren voorwerp of muntstuk (de metalen van de zon en de maan) en groef daarmee de wortel uit. Daarbij werd een dankspreuk uitgesproken. Deze spreuken zijn in de loop van de middeleeuwen verchristelijkt. In plaats van tot de deva's en de natuurgeesten of tot de goden die het leven scheppen, onderhouden en doen vergaan (zoals in voorchristelijke tijden), richtte men zijn dankgebed tot de Drieëenheid van de christelijke Kerk:

Ik breek u, edele kruiden schoon,
voor der Hemelen Vaders Troon,
voor Zijn eniggeboren Zoon
en voor den Heiligen Geest.
Dat gij behoudt kracht en deugd en vlijt
om mij te wezen zekerheid
tegen den duivel en alle toverij.
In naam van de Vader, van de Zoon
en van de Heilige Geest. Amen.

Om de liefde voor een ander mens af te dwingen, moest de wortel worden uitgegraven met een hertengewei, het belangrijkste attribuut van de Keltische 'heer der dieren' Cernunnos, de levensgezel van de Witte Godin. Dat moest ook gebeuren rond de zomerzonnewende. Om precies te zijn: om 2 uur 's middags, drie dagen voor de dag van Petrus en Paulus (29 juni).

De blauwe bloem, hemelsleutel

Omdat het blauw van de cichorei oorspronkelijk werd geassocieerd met het blauw van de hemel - vandaar haar weldoende eigenschappen - werd ze, te samen met andere blauwe bloemen zoals de korenbloem en de vergeet-me-niet aangeduid als ' hemelbloemen'. Als de mens die stralend blauwe bloemen bekeek, dan zag hij er de hemel in en hij zag ook een verband tussen de blauwe bloemen en het oog (al dan niet blauw). De ogen zijn lichtorganen, zij drinken het hemellicht in en weerspiegelen het hemelblauw zolang de hemel nog leeft in de ziel, die door de ogen als uit vensters naar buiten kijkt. Zijn de ogen ziek, dan zijn het de verwante hemelbloemen die het oog kunnen genezen. (Proeven hebben uitgewezen dat de oude recepten juist zijn: bij slijmvliesontsteking van het netvlies en beschadiging van het oog helpen compressen, gedoopt in een mengsel van half cichoreiwater, half aftreksel van korenbloem.) De naam hemelsleutel, die al in 1514 als hemelslotel en hemelslotele voorkomt in de "Ortus sanitatis" ("De grote herbari", een vertaling van de "Duitse herbarius" door Johann von Cube uit 1485), is dus te verklaren doordat men geloofde dat een plant met zulke prachtige hemelsblauwe bloemen als de wilde cichorei uit de hemel gevallen moest ziijn. Ook vertelde men aan elkaar dat Petrus eens zijn sleutels op aarde had laten vallen. Toen de engelen de sleutels terughaalden, groeide op de plaats waar de sleutels de grond hadden geraakt, de cichorei.

In onze tijd zijn er steeds meer mensen die weer een innig contact met planten hebben. Zo iemand is bijvoorbeeld Ymelda Hamann-Mentelberg. Geïnspireerd door haar ontmoetingen met de cichorei schreef zij een sprookje over deze blauwe bloem. Een vertaling hiervan is opgenomen in BIJLAGE 1.

Suikerij

De naam cichorei is uiteraard onderhevig geweest aan verbastering (vergelijk ook de namen in andere talen) en het is dan ook niet verwonderlijk dat men de naam ging uitspreken als suikerij, hoewel de plant niets met suiker te maken heeft (de wortel en andere delen van de plant smaken bitter). Het is zuiver een klankverbastering. De naam is op vele plaatsen in Nederland in gebruik, met de nodige dialectische en gewestelijke vormen, zoals soekerij, sokerij, sokkerai(e), sokkerei, succoreye, suikerijlof, sükerei, sûkerei, sûkereiwortel, tsukerei en Brusselse suikerij. Deze verbasterde namen zijn niet van de laatste tijd, want dergelijke namen komen we als succoreie in 1514 tegen en als zukorey in ca. 1300.

Molsla, bitterpee, zwijnensla, korenbloem

De naam molsla (op Walcheren, Tholen, in Oost-Drente, Noord-Overijssel en Zuid-Holland) slaat op het verbleekte blad, dat gegeten kan worden (zoals de bladeren van de paardenbloem, die ook molsla heten). De namen bitter pee, bitterpeen, bitterij en bittere-peeënsla slaan op de bitter smakende verdikte wortel. Deze wortel werd onder meer in Middelburg een eeuw geleden nog gegeten, aangemaakt met azijn, stroop of suiker. De wortel werd en wordt nog als een uitstekend voer voor de varkens beschouwd. Hierop wijzen de volksnamen zwijnensalade en zwijnensla. De naam korenbloem op Over-Flakkee is eigenlijk niet terecht gegeven, want de overeenkomst met de echte korenbloem klopt niet helemaal: korenbloemen zijn een paar tinten dieper blauw.

Duitse koffie, peekoffie, chagrin, hupaardje

De naam Duitse koffie is als volgt te verklaren. Vanwege de hoge prijs van bonenkoffie zocht men naar een vervangingsmiddel. Zo vonden twee Franse artsen, Harpong en Brunon te Sessinez, de geroosterde en gemalen wortel geschikt om als surrogaat voor koffie te kunnen dienen. Vanwege het Continentale Stelsel, in het Napoleontische tijdperk, kreeg deze peekoffie, zo noemde men hem, grote bekendheid, want import van echte koffie was niet mogelijk. Dit surrogaat is intussen allang op zijn retour en de gemalen wortel werd tot voor kort aleen nog gebruikt in de zogenaamde koffiestroop (sommigen drinken nog wel cichoreikoffie in plaats van bijvoorbeeld bamboekoffie en soms wordt de cichorei gebruikt om echte koffie een extra aroma te geven). We vinden verder nog vermeld dat een majoor von Heine uit Brunswijk in 1770 een patent liet registreren om eveneens uit de wortel een vervangingsmiddel voor koffie te verkrijgen. Om dezelfde reden, het afvloeien van geld voor de aankoop van koffie naar het buitenland tegen te gaan, verklaarde Frederik de Grote (1712-1786) de handel in koffie tot staatsmonopolie en bevorderde daardoor de aanplant van cichorei. Uit deze laatste verordening zal dus wel de naam Duitse koffie ontstaan kunnen zijn. Over het gebruik van de cichorei als koffie vermeldt dr. H. Uittien (1946): 'Dit was een verdriet voor de menschen! Ze spraken dan ook van chagrin inplaats van cichorei. Ik heb een ouden man gekend, die zelfs zoover ging, dat hij van een pakje sjacherijn of een pakje verdriet sprak.' Op Walcheren maakten ze het zich ook gemakkelijk: daar noemden ze de plant hupaardje. Zelfs sprak men van het paardje, omdat de grootste cichoreifabriek een paardje als merk had.

Bloemensymboliek

Ook in de zeer oude symboliek van de taal der bloemen komt de cichorei voor. Een tak cichorei wil zeggen: 'Zoals de cichorei steeds naar de zon gericht staat en met haar meedraait, zo laat ik mij door niets afleiden om jou mijn liefde met hart, lichaam en ziel te schenken.' En een Duitse non uit Augsburg, die in de 15e eeuw leefde, schrijft dat iemand die de cichorei bij zich draagt, daarmee zeggen wil 'dat hij niet de weg kan vinden die hem tot zijn beminde voert, en dat hij verlangt dat hem die gewezen wordt'. Wie een cichorei-stengel aan een ander schenkt, spreekt daarmee de afgunst van zijn zelfloze liefde uit: 'De cichorei wendt zich te allen tijde, het beste willend, naar de zon; als dat ten koste gaat van haarzelf, troost zij zich met de gedachte, dat zij het goede doet' (geciteerd in Irmgard Zacharias, "Die Sprache der Blumen").

Kruidwis

De cichorei was (is?) ook een van de planten die werden gebruikt voor een ' kroetwusj' (kruidwis, kruidbos), een bos samengesteld uit wilde kruiden en veldvruchten. Een kruidwis kon, nadat hij op 15 augustus (Maria Hemelvaart) was gezegend, voor allerlei doeleinden worden gebruikt. O.a. werd hij opgehangen in stal of huis. Bij onweer sprenkelde men wat wijwater over een deel van de bos. Dit werd dan in het vuur geworpen, onder het prevelen van het, in de volkskunde zo belangrijke, Johannesevangelie, of van de rozenkrans. Het vochtige deel van de kruidwis ging op het vuur roken. Deze rook vormde de beschermende laag tussen het huis en de duivelse weersgesteldheden. Soms stak men een deel van de kruidwis in brand, waarmee de bewoners dan door het huis liepen. Ook werd de kruidwis, als antidiabolisch middel, gebrand op speciale rooknachten: de nacht voor Thomasdag, die voor Kerst- en Nieuwjaarsdag en die voor Driekoningen. Zij behoorden tot de kortste nachten van het jaar, tot de zes donkere weken (drie weken vóór en drie weken na Kerstdag). Duivel, spook en heks, die het volle licht vlieden, bezitten dan hun grootste macht. Gedurende de rooknachten gebruikte men meestal de zogenoemde Negenderhande kruiden. Soms verzamelde men wel vijftien kruiden. En in sommige streken vond men vijftien nog te weinig en maakte antidiabolische ruikers van 77 kruiden. In de eerstgenoemde wissen (9 en 15 kruiden) bevond zich gewoonlijk geen cichorei, wel in die met 77 kruiden. In het midden van de ruiker troonde de koningskaars (Verbascum thapsus), eromheen werden allerlei zomerkruiden gegroepeerd, waaronder de wilde cichorei.

Heiligen

Veel planten werden, door overlevering of naar hun krachten, aan een van de heiligen van de katholieke Kerk gewijd, of werden door hun bloeitijd met een bepaalde heilige verbonden. Zo bloeit op de feestdag van de heilige Vincentius van Paulo (27 september) een hele reeks composieten, die hem verzinnebeelden: acht soorten havikskruid, de herfstleeuwetand, het blauw heksenkruid, de grote klis, de dahlia, de zwartrode zonnebloem, de ruige rudbeckia en, met een beetje geluk - de cichorei kan tot in oktober bloeien - de cichorei. Vincentius van Paulo (geb. 24-4-1581 in Pouy bij Dax in Frankrijk), een priester, stichtte samen met seculiere geestelijken een missiecongregatie, die zich de 'lazaristen' noemde, en een vereniging van vrouwen uit de burgerij om de armen en zieken te troosten. Hieruit zijn de Zusters van Liefde voortgekomen. Vincentius werd de organisator van de liefdadigheid in Frankrijk. Hij stierf op 27 september 1660 in Parijs. Hij is de schutspatroon van de Lazaristen, de Zusters van Liefde, liefdadigheidsorganisaties en - verenigingen en helper bij het terugvinden van verloren voorwerpen. In 1885 werd hij uitgeroepen tot patroon van wezen en verwaarloosde jeugd en van alle 'liefdewerken'.

Van blauw naar rood

Tot slot nog een curieus aardigheidje. Vroeger gold het als een wonder dat de blauwe bloemen van de wilde cichorei in een mierenhoop gestoken, in rode (roze) bloemen veranderden. Tegenwoordig is bekend dat dit veroorzaakt wordt doordat het mierenzuur afkomstig van de mieren de kleurverandering teweegbrengt. Maar Hieronymus Bock schreef in 1546 in zijn "New Kreiitter Buch" nog 'als solten die blumen ob den íimeisen [mieren] erschrecken und allo in blutfarb verkert werden'.

Bronnen

De namen van de Bach-bloesemremedies

Van Dale's etymologisch woordenboek
Encyclopedie van heiligenlevens
H.L. Gerth van Wijk, A dictionary of plant names
H. Kleijn, Planten en hun naam
G. Madaus, Lehrbuch der biologischen Heilmittel
W.-D. Storl en M. Scheffer, Die Seelenpflanzen des Edward Bach
I. Teirlinck, Plantkultus, Flora Magica en Flora Diabolica
A. Usteri, Pflanzen-Wesen
M. Uyldert, De taal der kruiden
Philippe van Wersch, Folklore van wilde planten in België en Nederland

Diverse artikelen
Begin
Over planten
 

Geelwortel volledig gereviseerd

  De Meloen (Pompoen) – Cucurbita pepo L.
 

Kneuzingen, zwellingen en sportblessures

  Boom opzetten over Naaldhout
  Jacobskruiskruid, vragen, vragen en nog meer vragen
  Alternatieve landbouwgewassen
  Fluite(n)kruid
  Flierefluiten met een vlierfluit
  Silphium, het verdwenen kruid
  Winterlinde (Tilia cordata Mill)
  Mangosteen (Garcinia mangostana Linn)
  Medicijn en drogerij in den Bijbel - met registers met plantenlijst
  De planten voor de Karel de Grote-tuinen
  Sint-Antoniusraapje (Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem)
Diverse onderwerpen
 

Tips van Tenna: huismiddeltjes - EHBO uit uw keuken

  Prof. dr. Frits Muskiet: ‘Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’
  Bestanddelen van thee
  Bloementuin
  Vakantie
  Bijenhotels voor het helpen van solitaire bijen én drachtplanten
  Bijen@wur – voorheen "De Ambrosiushoeve"
  Over de wilde cichorei (Cychorium intybus)
Uitzendingen/Podcasts
P.Munnik over kruiden
   
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel