Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Over de wilde cichorei (Cichorium intybus)

5. Arietta cichoriata - andante semplice e cantabile

(Dagboekaantekeningen, 6 juni tot 16 augustus 1998, over de cichorei, maar ook over andere planten)

6/6 Wilde cichorei 'komt bij me binnen' als plant om me mee bezig te houden voor een kleine studie.

7/6 Naar de assortimentstuin in het Park Oudegein. In een van de bedden is cichorei gezaaid (vorig jaar), de planten zijn ca. 60 cm hoog; de rozet heeft zeer grote bladen ontwikkeld en ook de eerste stengelbladeren zijn groot. De stengel heeft zich nog niet vertakt. Nog geen bloemen.

10/6 Ik fiets voorbij de Lekbrug, richting Jaarsveld, om te kijken of er weer cichorei is opgekomen op de plek waar ik haar vier jaar geleden voor het eerst 'ontdekte'. Er staan inderdaad weer enkele planten, maar veel minder dan eerder, omdat er enorme graafwerkzaamheden zijn verricht in verband met de tweede brug over de Lek. De planten zijn hier lager dan in Park Oudegein, maar wél vertakt. Eén plant heeft al talrijke zijloten. Ook hier nog geen bloemen.

12/6 Naar Apeldoorn. Ik herinnerde me van vorig jaar (begin augustus 1997) de rijk begroeide bermen in de bebouwde kom, o.a. zeer uitbundig bloeiende cichorei. Ook nu al is hier cichorei in bloei (zeer vroeg, gewoonlijk gaat cichorei pas na de langste dag bloeien), dus duidelijk verder dan in Nieuwegein. In tegenstelling tot het fluitenkruid: dat is in Nieuwegein al hoog en breed uitgebloeid, op sommige plaatsen zelfs al gemaaid, terwijl het in Apeldoorn nog bijna overal waar ik het zag, stond te bloeien.

13/6 Op de plaats voorbij de Lekbrug graaf ik drie cichoreiplanten op. Het is lastig om de wortel gaaf uit de grond te krijgen, de uiteinden zijn kwetsbaar en breken gemakkelijk af. Ik kom niet verder dan zo'n 30 cm de grond in (harde klei, veel stenen). Het worteldeel dat ik opgraaf (ca. 15 cm) is een vertakte penwortel met fijne haarworteltjes, zoals bij een peen. Het eerste gedeelte van de wortel is duidelijk verdikt, daarna vertakt hij zich in twee of drie zijwortels, die zich op hun beurt weer splitsen in fijnere wortels. Thuisgekomen haal ik van één van de planten de bladeren van de stengel om er een bladreeks van te leggen. Ik leg ze eerst tussen kranten te drogen. Daarna zet ik de planten alledrie in een emmer met water, buiten op het terras aan de achterkant van het huis.

  • Afbeelding 7. Bladvormen van de wilde cichorei: een rozetblad (links) en twee stengelbladeren van het onderste gedeelte van de stengel.
  • Afbeelding 8. Bladvormen van de wilde cichorei: deze reeks is een selectie van de bladeren vanaf het midden van de stengel tot de top.
  • Afbeelding 9. Schematische weergave van de bloei van een cichoreiplant (opgegraven en in een emmer met water gezet op 13 juni). De plant had 18 vertakkingen en begon op 28 juni te bloeien, toen aan de top van de vertakkingen 10 t/m 12 (van boven gerekend) drie hoofdjes zich ontvouwden. De bloei duurde tot 22 juli. De volgorde waarin de knoppen zich openden, is in het schema met een cijfer aangegeven (1 = eerste dag met bloemen, enz.). In totaal heeft de plant 25 dagen gebloeid en 59 hoofdjes voortgebracht. De bloei begon ongeveer halverwege de hoofdstengel en 'kroop' tot en met dag 4 omhoog. Daarna is het beeld diffuser: zowel aan het boven-als aan het ondergedeelte van de stengel gingen er knoppen open, hoewel de hoger gelegen knoppen allemaal eerder tot bloei kwamen dan de lager gelegen knoppen. Het verloop van de bloei is aan de hand van cijfers bij de hoofdjes precies te volgen. Bloeidagen 1 t/m 10 zijn gemerkt met een open bolletje, bloeidagen 11 t/m 24 met een zwart bolletje.

14/6 Zijloten en toppen van de planten die ik gisteren in een emmer water zette, gingen na 5 à 6 uur slap hangen. Vandaag staan ze weer strak, ik vermoed door de vochtigheid van de atmosfeer en het koele weer (er was 's nachts veel regen). Ook de stengel waarvan ik de bladeren voor een bladreeks had verwijderd, staat er nog goed bij; de top, die ik intact had gelaten, toont geen zichtbare tekenen van verlepping.

17/6 Met Thomas bij 'Delphi' in Utrecht. Hij vertelt me dat hij voor de aardigheid cichorei (Chicory) op het Internet heeft opgezocht. Er blijken vele entries te zijn: globaal geschat zo'n 5000! Vermoedelijk veel vermeldingen van zaadhandels e.d. Ik laat het Internet maar voor wat het is en zoek m'n eigen weg in de informatie die ik her en der vind. - Wat betreft de cichoreiplanten in de emmer: na eerst slap hangen (zaterdagmiddag), daarna weer strekken, zijn de toppen loodrecht gaan staan (de planten staan schuin in de emmer).

19/6 Bezoekje aan de kruidentuin aan de Nedereindseweg in Nieuwegein. De cichoreiplanten zijn hier veel meer vertakt dan in Park Oudegein, maar bloeien nog niet.

20/6 Naar Fort Hoofddijk (botanische tuinen van de Universiteit van Utrecht). Ik vind alleen cichorei in de thematuin (rozetten). Later zie ik haar in de systeemtuin, in het bed met de composieten.

23/6 Park Oudegein, ca. 11 uur: eerste en enige hoofdje van de cichorei is open; de bloemblaadjes zijn helemaal opengespreid. Na enige tijd betrekt het, het begint zachtjes te motregenen: het hoofdje sluit zich voor de helft.

25/6 Cichorei aan de Lekdijk bloeit nu ook. De grootste plant is mooi vertakt.

29/6 Overwegend bewolkt, koel, af en toe iets lichter, een schaarse zonnestraal. Tegen 4 uur 's middags ga ik via de achterdeur naar buiten. Aan een van de cichoreiplanten in de emmer zie ik een geopend hoofdje, de bloemen zijn een beetje witachtig, én drie verwelkte bloemen. Ik ben de dag tevoren niet naar buiten geweest, en blijkbaar zijn op die dag drie knoppen opengegaan. De ontbladerde stengel is geelbruin geworden, vertoont tekenen van verwelking. In de tuin in Park Oudegein staan nu alle planten te bloeien. Ook hier (kwart over vier) zijn alle hoofdjes nog open. Er zijn enkele witte bloemen. Als ik thuiskom (kwart over zeven), zie ik dat de ene bloem nog steeds open is. Hoe dit kan? Ik kijk nog een paar keer die avond, het hoofdje sluit zich pas tegen 11 uur 's avonds helemaal (na het winnende doelpunt van Edgar Davids in de wedstrijd Nederland tegen Joegoslavië). Aan de wortel van de verwelkende stengel komen nieuwe rozetblaadjes!

30/6 Regenachtig, bewolkt. 8:00: nieuwe, zwellende knop, nog dicht, maar je ziet al duidelijk de blauwe lintbloemen (gisteravond nog groen). 10:00: knop opent zich een beetje, 11:30: bijna half open, 12:45: bijna helemaal open, 13:30: helemaal open, de blauwe lintbloemen zijn verbleekt door de regen. 17:00: bloem nog steeds open (het vervolg heb ik niet gezien, omdat ik tot de volgende dag weg ben).

1/7 Beter weer, meer zon. 20:00 thuis. Er zijn geen nieuwe bloemen. Blaadjes van de nieuwe rozet zijn iets gegroeid.

2/7 7:00: een nieuwe knop staat op het punt zich te openen, om 9:00 is er een nieuwe blauwe ster.

3/7 Grijs. 8:00: aan twee planten staan nieuwe knoppen op opengaan. 8:20: aan de ene plant een hoofdje (het bovenste) voor drie kwart open, het andere een fractie uit de knop. 9:10: bovenste hoofdje geheel geopend, onderste half open; het hoofdje aan de tweede plant ook geopend. 10:10: beide hoofdjes van plant 1 open. Aantal lintbloemen van de drie hoofdjes: 22, 23, 24. 20:30: bij plant 1 zijn de hoofdjes nog open, het hoofdje aan plant 2 is bijna dicht. 21:45: hoofdjes van plant 1 half dicht, het andere hoofdje bijna gesloten.

4/7 Grijs, 18 graden. 7:30: er zijn twee nieuwe knoppen aan plant 1, twee nieuwe knoppen aan plant 2. 9:00: alle hoofdjes open. 15:45: naar Lekdijk gefietst - bermen zijn gemaaid, cichoreiplanten verdwenen; ik vind slechts een paar rozetten. Bij een weidehek, iets verderop, ontdek ik nog een plant met drie bloemen; aantal lintbloemen: 18, 18, 17.

5/7 Bewolkt, regenachtig. 7:15: twee nieuwe knoppen aan plant 1. 9:00: bloemen open. 20:10: hoofdjes half gesloten, 21:30: dicht.

6/7 Weer bewolkt, grijs. 7:00: vier nieuwe knoppen aan plant 1 (één knop aan plant 2). 9:00: (plant 1) bovenste en onderste hoofdje open, de tussenliggende hoofdjes voor drie kwart open. Aantal lintbladen: top 25, nr.2: 25, nr. 3: 24, nr. 4: 25.

7/7 Vier nieuwe bloemen. Zelfde patroon als vorige dagen.

8/7 's Ochtends grijs en regenachtig, 's middags af en toe zon. Er zijn weer twee nieuwe knoppen, om 10:30 nog steeds in de knop. ' s Middags bezoek aan de kruidentuin van de Oude Hortus in Utrecht (Regiustuin). Ik ontdek dat het kenmerk 'vierkante stengel hoort bij lipbloemigen' niet helemaal waterdicht is. In het vak met kruiden voor de huid in de Regiustuin staat onder andere het knopig helmkruid (Scrophularia nodosa). Deze plant heeft óók een duidelijk vierkante stengel en gekruiste, tegenoverstaande bladeren, maar behoort tot de helmkruidfamilie. Al eerder had ik - in de tuin van Park Oudegein - de ijzerhardsoort Verbena bonariensis gevonden (deze soort is hoger, meer vertakt dan de gewone ijzerhard, Verbena officinalis; de bloemen zijn paarsachtig blauw). Ook deze plant heeft een vierkante stengel, maar niet altijd: ik heb ook exemplaren met een zeshoekige stengel gezien. Dan staan de stengelbladeren in drieën, om en om op drie van de zeshoekvlakken. Planten met een vierkante stengel hebben overstaande bladeren. Later zie ik in de tuin bij Fort Hoofddijk nog andere Verbena's: blauw ijzerhard (Verbena hastata) met blauwpaarse bloemen, Verbena rigida, met lichtpaarse bloemen, Verbena canadensis, met donkerroze bloemen. In principe hebben ze allemaal een vierkante stengel. In de systeemtuin op de Uithof staan ze in hetzelfde vak als de lipbloemigen. Ook in Heukels' Flora staan ze vlak bij elkaar. Kennelijk staan ze botanisch niet ver uit elkaar. In de tuin van de Oude Hortus zie ik ook voor het eerst echt duizendguldenkruid, een van de Bachbloesems. Ik ben enthousiast over het prachtige roze van de bloemen. Het is me al vaker opgevallen dat de kleuren van de Bachbloesems 'iets bijzonders' hebben dat, zoals ik het ervaar, lijkt te ontbreken bij veel andere bloemen: het roze van echt duizendguldenkruid, het geel van geel zonneroosje, het diepblauw van loodkruid, het hemelsblauw van wilde cichorei.

9/7 Grijs, bewolkt. 7:00: vier nieuwe knoppen, blijven dicht.

10/7 Grijs, bewolkt. Drie nieuwe knoppen. 21:50: twee half gesloten, andere twee voor drie kwart dicht. 11/7 Vijf nieuwe knoppen. Blaadjes van de nieuwe rozet groeien gestaag, de langste blaadjes zijn 4 cm. 17:00: alle bloemen verwelkt door de regen.

12/7 Grijs, regenachtig. Weer drie nieuwe knoppen, die tegen de middag opengaan. Het blijft vandaag bewolkt, veel regenbuien. De bloemen verregenen, verbleken en verwelken tegen 18:00. 13/7 Droog, veel bewolking, tussendoor ook wat zon. Vijf nieuwe hoofdjes aan de cichoreiplant in de emmer, niet eerder zoveel tegelijk. Om 15:45 staan ze er nog mooi bij. In de loop van de avond sluiten ze zich.

14/7 Grijs. Twee knoppen, zelfde als gister.

15/7 Grijs, regen; 's middags iets beter. Drie knoppen, idem als vorige dagen.

16/7 Grijs, regen; zon komt op het eind van de middag. Slechts één hoofdje opent zich.

17/7 Vandaag geen enkele knop die opengaat (19e dag van de bloei van deze plant). Bezoekje aan de kruidentuin aan de Nedereindseweg: ik ontdek dat de echte bloempjes van de scharlei lichtblauw zijn. De roze tot witte blaadjes aan het bovenste gedeelte van de stengel zijn helemaal geen bloembladen, het zijn stengelbladen waar het licht en de warmte zijn 'ingedaald'. Het bloeiproces van de scharlei is trouwens interessant om te zien. De grote knop hangt eerst naar beneden; als hij opengaat, verheft hij zich. Tijdens de bloei strekt het bloeigedeelte zich steeds meer omhoog, er ontstaan talrijke roze of witachtige 'schijnbloemblaadjes'. Een schitterend gezicht. Ik zag overigens dat de scharlei op Kraaybeekerhof bijna uitsluitend van die roze blaadjes had, terwijl in de tuin aan de Nedereindseweg de meeste bladeren wit waren. Het resultaat van betere verzorging van de grond (compost) op Kraaybeekerhof?

18/7 Dag begint bewolkt. 8:00: vier nieuwe knoppen.

19/7 Eerst grijs, in de loop van de morgen komt de zon. Vandaag geeft de cichoreistengel één bloem. Om 22:30 is de bloem verwelkt. Tijdens een wandelingetje in Park Oudegein ga ik een poosje in het gras zitten aan de kant van een sloot, waar de zwanenbloem groeit. Eén plant is nog in de knop; die bestaat uit drie bladen. In de knop zitten talrijke bloemen aan steeltjes. Als de knop nog gesloten is, is de steel paarsachtig gekleurd. Als de knop meer geopend is, wordt de steel van onderaf groener. Als de bloemen allemaal zijn uitgekomen, is de steel helemaal groen. Dit zie ik niet aan één en dezelfde plant, maar aan verschillende planten die bij elkaar staan en zich in een verschillend stadium van ontwikkeling bevinden. In de buurt staat de grote waterweegbree. Die heeft telkens zes zijloten op een knoop, drie lange en drie kortere, om en om. De bloempjes zijn drietallig, de topjes van de kelkbladen zitten tussen de kroonbladen.

20/7 Eindelijk zomers en tegelijk heel warm (30 graden). Er is één knop (9:30 nog gesloten). Overdag ben ik er niet. Om 17:15 is het hoofdje verfletst. 's Middags in de tuin van Kraaybeekerhof. Ik loop daar een uurtje langs de bedden met bloemen. Eén berenklauw is er nog, tegen de bijenschuur, de rest is gemaaid. Het balsemien'bos' is er weer. Hoog staan ze hier. Gezien dat de stengel van de reuzenbalsemien zeshoekig is, bladeren/stelen om en om verspringend. Het koninginnekruid en de reuzenscabiosa staan heel hoog, wel bijna 3 m! De tuin is op dit moment een oase (iedereen is met vakantie), heerlijk stil.

21/7 Minder warm dan gisteren, bewolking. 5:45: twee knoppen 'in het blauw', om 9:00 zijn ze geheel geopend. Sinds zaterdag (18/7) staat een plant in m'n tuintje die ik van het talud bij de tramhalte heb meegenomen om te bekijken: hoge plant (ruim 1 m), mooi geaderde bladeren, die gekanteld aan de stengel zitten, aan de onderkant stekels op de hoofdnerf. De bladeren zijn gaafrandig. Bloeit geel, met kleine composietenhoofdjes. De hoofdjes gaan 's ochtends open, sluiten zich 's middags. Blijkt een exemplaar van de kompassla (Lactuca serriola f. integrifolia) te zijn. De wilde sla, zoals Lactuca serriola ook wel werd genoemd, is interessant als 'kompasplant'. In aanleg zouden de bladeren volgens hun plaatsing aan en langs de stengel in acht verticale rijen boven elkaar moeten staan. Planten die zich onbelemmerd kunnen ontwikkelen - op enige afstand van buurplanten dus - richten de bladeren aan de noord- en zuidzijde van de stengel scheef-verticaal en hierdoor zijn de twee bladoppervlakken oostelijk en westelijk gericht. Hierbij treedt een natuurlijke draaiing in de bladsteel op. De bladeren aan de oost- en westkant van de stengel richten zich omhoog en dat brengt mee, dat de bladoppervlakken van deze bladeren ook oostelijk en westelijk gericht zijn. Een draaiing in de bladsteel is nu niet nodig, alleen een kromming. Als resultaat wijzen alle bladeren noord-zuid. De directe oorzaak van deze merkwaardige toestand is de lichtinval. Als deze gehinderd of verzwakt wordt - doordat de planten dicht opeen staan - treedt dit kompaseffect veel minder duidelijk op.

22/7 7:30: er is één knop, 10:00 heeft het hoofdje zich geheel ontvouwd, om 20:00 is het verwelkt.

23/7 Geen knoppen vandaag.

24/7 Ook vandaag geen nieuwe knop. Ik vermoed dat er geen nieuwe knoppen meer zullen komen.

25/7 Vandaag heb ik gekeken naar de 'onkruiden' tussen de tegels voor en achter m'n huis. Voor, tussen de voorgevel en de eerste rij stoeptegels, vind ik: Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis); één rij tegels verder: gewoon struisgras (Agrostis capillaris). Langs het dek, een voetgangersstraatje dat licht hellend naar een wat hoger punt in de straat leidt, staat Canadese guldenroede (Solidago canadensis) en kruipertje (Hordeum murinum). Achter, tussen muur en eerste rij tegels, maar zich uitbreidend: ook kruipertje. Wat een kunstwerkje is het struisgras, met z'n rechte ijle steel die steeds dunner wordt en aan de top in ragfijne twijgjes met aartjes uitloopt. De oude naam, Agrostis tenuis, was eigenlijk heel toepasselijk: inderdaad iets heel fijnzinnigs. In het compleet verwilderde achtertuintje van de buurman (twee huizen verder) groeit de kompassla en fijnstraal uitbundig, ze zijn hoog opgeschoten doordat de zon daar de hele middag ongehinderd kan schijnen. De guldenroede aan de voorkant van het huis staat al te bloeien, ook achter tegen de schuur gaan de bloempjes bijna open. De flora geeft aan: bloei vanaf augustus.

26/7 Mooie dag, 21 graden. Ik stap om 9:00 op de fiets en rijd naar Culemborg, via Tull en 't Waal. Het is pastinaak- en wilde-peentijd, ze staan vrijwel overal langs de dijk in de berm. Op de heenweg kom ik langs een paar polletjes cichorei, die tamelijk laag waren gebleven (nog geen 30 cm hoog), wel bloeiend. Ik reed er bijna aan voorbij, omdat ze enigszins waren verscholen in het hoog opgeschoten gras. Ik keerde om, om de planten alsnog te begroeten. M 'n doel was niet in de eerste plaats cichorei te vinden, maar ik was toch blij de plant al na een kwartier fietsen te ontmoeten. Na de veerpont bij Culemborg, aan de overzijde van de Lek, zag ik op een verwaarloosd stukje grond (op het zuidoosten) enorm hoog opgeschoten kompasslaplanten, zeker meer dan 2 m hoog. Vlak voor Everdingen, op de terugtocht van Culemborg, ook weer langs de Lekdijk, kwam ik langs een huis aan de voet van de dijk (binnendijks), dat 't Lot heet. Langs het hek stonden hele bossen cichorei! Ik moest afstappen - ik werd aangegrepen door al dit blauw. Ik bleef wel een kwartier kijken, erlangs drentelen, kon me er niet van losmaken. Op een gegeven moment kwam de bewoner ven het Lot-huis naar buiten. Hij zag me, en ik riep hem toe dat ik zijn cichorei bewonderde. Vond hij kennelijk wel leuk, hij riep terug: ja, de wilde! Bijzondere ervaring. Een bevestiging van wat ik ook al eerder had ervaren, wanneer ik onverwacht oog in oog sta met de cichorei. Als ik de plant ziet, valt me meteen het bijzondere blauw op en minstens voor een moment word ik weggerukt uit al m'n beslommeringen en is er alleen aandacht voor dit hemelse blauw. Weg uit het eigen ego en alleen maar aandacht voor een kruid langs de weg. Dit is ook de kwaliteit van de Bachremedie Cichorei: een beweging van egocentrisme, bezitterigheid, manipulerende 'liefde' naar onbaatzuchtige liefde.

28/7 Vandaag de tuinkamperfoelie (Lonicera caprifolium) eens goed bekeken. Er groeit een struik in de brandgang tegen de schuur van mijn overbuurman. Mijn Flora (Heukels, 1990) blijkt niet nauwkeurig te zijn. 'Bladen elliptisch tot omgekeerd eirond, die van de bloeiende takken aan de voet vergroeid.' Dit klopt. Maar de informatie kan vollediger: bladen zijn gaafrandig, tegenoverstaand (dit staat in de inleiding tot de familie); de stengel maakt een grijsachtige indruk, doordat hij berijpt is, daaronder is hij diep roodachtig tot paars; ook de oudere bladeren hebben die kleur in de nerven (heel goed te zien aan de onderkant). 'Bloemen in schijnkransen en in een zittend hoofdje.' Nauwkeuriger: de schijnkransen zijn gestapeld, 5 tot 6 kransen boven elkaar komen voor. Elke krans bestaat uit 6 bloemen. De bloemen zijn buisbloemen, die 5 à 6 cm lang kunnen zijn. 'Bloemkroon geelachtig wit of wit, van buiten roodachtig.' De bloemkroon is van buiten inderdaad roodachtig, maar eerder dieprood, paarsachtig of dieproze, een voortzetting van de kleur van de steel. Iets boven het midden van de buis opent de kroon zich in 2 lippen; de bloem is dus tweezijdig-symmetrisch. De bovenste lip, omhoog gericht, bestaat uit 4 slippen die vergroeid zijn, maar aan de top duidelijk zijn ingesneden, tot 5 mm; de onderste lip is veel smaller en hangt naar beneden. Het wit van de binnenkant overlapt de bovenslip: aan de buitenkant lijken de slippen tegen het witte van de binnenkelk aangeplakt. De binnenkant van de bloem is wit wanneer hij zich opent. Hij verkleurt geelachtig, indien er bestuiving heeft plaatsgevonden. De overige botanische informatie staat in de inleiding tot de familie, maar je moet telkens kiezen uit twee mogelijkheden. De kamperfoeliebloem is tweeslachtig: 5 meeldraden, 1 stamper. Stamper (met gele stempel) is duidelijk langer dan de meeldraden en hangt iets onderuit. De bloem is op de omgeving gericht. De bloembladen krullen na de bloei omhoog.

30/7 Antwoord van Jan Kees Luierink (zie hierna) op mijn briefje aan hem over de wijnruit (Ruta graveolens)! Dit is een goed moment om m'n ervaringen van de afgelopen maanden met de wijnruit in te voegen. In juni las ik in een boek van Jaap Huibers ("Kalmerende kracht van kruiden") een stuk over de wijnruit. Er is iets bijzonders met deze plant aan de hand. Op de top van de hoofdspruit van elke vertakking staat een bloem met 5 kroonblaadjes, of een vijflobbige vrucht. Daaromheen staan talrijke bloemen met 4 kroonblaadjes. De bloem met 5 kroonblaadjes staat lager dan die met 4 kroonblaadjes, die de 5-tallige bloem als het ware omvatten. Het blijkt een hoge uitzondering te zijn in de wereld van de planten, dat 5- en 4-tallige bloemen tegelijk in één bloeiwijze voorkomen. Dit was nieuw voor mij. Ik ging meteen naar de kruidentuin aan de Nedereindseweg om te kijken of het klopte. En het bleek inderdaad zo te zijn. Ik werd er helemaal opgewonden van. Op diverse andere plekken controleerde ik wijnruitplanten op dit verschijnsel en steeds klopte het. Op 26 juni waren we met de groep van de kruidencursus in Ruinerwold, op bezoek bij Jan Kees. 's Middags liet hij de tuinen vlakbij zijn huis zien. Toen we langs het vak met de wijnruit kwamen, kon ik mijn pas verworven kennis niet voor me houden en vertelde Jan Kees over het 4/5-verschijnsel en vroeg hem of hij daarover iets kon vertellen. Hij raakte geïnteresseerd en ging op zoek in zijn wijnruit-plant. En... tot mijn verbluftheid liet hij me aan die plant een bloem met 6 kroonbladen zien, daaromheen 5- en 4-tallige bloemen. Ik begreep er niets van en hield me stil. Jan Kees had wel een soort verklaring: het zou te maken kunnen hebben met de vitaliteit van de plant. Blijkbaar was deze plant zo vitaal, dat op de plaats waar normaliter een 5-tallige bloem verschijnt nu een 6-tallige bloem was gekomen. Daarmee was de vitaliteit niet op, maar ze was niet zo sterk dat er nog meer bloemen met 6 kroonbladen verschenen; een enkele met 5 kroonbladen, de rest met 4. Vond ik nog plausibel ook. Maar het was toch niet te rijmen met de strekking van het verhaal van Jaap Huibers, dat 4/5 kroonbladen een algemeen kenmerk van de wijnruit zou zijn, en dat je er zelfs een esoterische duiding aan kunt vastknopen: 5 staat voor de geest, 4 staat voor het aardse (in deze zin schrijft ook Mellie Uyldert over de wijnruit, in "Plantenzielen"; de gedachte schijnt terug te gaan tot de inzichten van de Pythagoreeërs). Een en ander liet me niet los, en ik besloot Jaap Huibers om opheldering te vragen, hij was immers de aanstichter van alles. Ik schreef hem een briefje, waarin ik vertelde wat ik met de wijnruit had beleefd en vroeg hem hoe universeel het fenomeen 4/5 kroonblaadjes is. Een dag of veertien later belde hij me op. Hij vond het leuk dat ik de moeite had genomen m'n waarneming aan hem voor te leggen en gaf een boeiende uiteenzetting van wel bijna een half uur. Het kwam erop neer dat hij ervan overtuigd is (al 40 jaar heeft hij het verschijnsel zelf waargenomen) dat de echte wijnruit bloemen met 5 en 4 kroonbladen maakt. Afwijkingen daarvan zouden volgens hem het gevolg kunnen zijn van (genetische) manipulatie. D.w.z. als je uitgangsmateriaal (plantje, zaad) uit het kweekcircuit komt, heb je geen garantie dat jouw plant echt een nakomeling is van een wilde plant van de wijnruit. Zelfs bonafide kwekers kunnen je die garantie niet altijd geven, omdat de herkomst van zaad vaak niet nauwkeurig is te traceren (aldus Jaap Huibers' eigen ervaring). Als voorbeeld noemde hij Echinacea purpurea (purperen zonnehoed). Hij had eens enkele Echinacea-planten uit de tuin van Biohorma zelf op tinctuur gezet en bij een bevriende relatie laten testen op het gehalte aan werkzame bestanddelen, en dit vergeleken met het resultaat van zijn eigen Echinacea-tinctuur, die hij maakt van planten die hij van een boer uit Amerika betrekt. Het gehalte aan werkzame bestanddelen in de Echinacea van Biohorma bleek lager te liggen dan dat in de Amerikaanse Echinacea. Een deel van de werkzame stoffen die in zuiver materiaal moeten zitten, is dus niet meer aanwezig in de planten afkomstig van de Biohormatuin. Dus: de Echinaforce van Biohorma is minder werkzaam dan hij zou kunnen zijn, als de beste planten worden gebruikt. Huibers' conclusie: Biohorma werkt niet met optimaal materiaal. Waar dit aan ligt, is overigens niet helemaal duidelijk. Het zou te maken kunnen hebben met verzwakt genetisch materiaal, maar mogelijk spelen factoren als bodemgesteldheid, klimaat e.d. een rol. In elk geval staat het voor hem vast dat je goed moet uitkijken met wat voor planten je werkt, er kan van alles mis mee zijn. De reactie van Jaap Huibers vond ik belangwekkend genoeg om er weer bij Jan Kees mee aan te kloppen. Ik schreef hem wat ik van Jaap Huibers had gehoord en vroeg hem of hij iets wilde zeggen over de herkomst van zijn wijnruitplanten. Bijna per kerende post (29 juli) kreeg ik het volgende antwoord:

"De fenomenen zijn objectief aanwezig, wij nemen waar, ordenen die waarnemingen, als het goed is gaat die ordening uit van het waargenomen object. Het kan dus niet zo zijn dat er waarnemingen zijn die niet mogen meetellen omdat we al 40 jaar wat anders hebben gedacht. Het kan ook niet zo zijn dat er dan plotseling echte en onechte wijnruit ontstaat of zuivere en onzuivere. Van belang is dat er een zekere mate van plasticiteit is in de bloemvorming en dat er een bepaalde ordening is binnen de bloeiwijze - te onderzoeken is of hier omgevingsinvloeden een rol spelen of dat er variantie is tussen verschillende populaties. In het laatste geval is er dan een genetische variabiliteit. Is het zo dat 4, 5 of 6 een belangrijk item is, wat ik betwijfel, dan zal je kunnen verwachten dat die variantie correspondeert met varianties in andere variabelen, bijv. in de samenstelling van de etherische oliën of verschillende gebieden van herkomst. Onderzoek je het niet, dan is ieder oordeel over 4, 5 of 6 kroonbladen uit de lucht gegrepen. Overigens, binnen de citrusachtigen wisselt het aantal kroonbladeren makkelijk tussen 4 en 8. Kijk verder eens naar de naaste verwanten: Ruta chalepensis, R. montana. Veel plezier ermee."

1/8 's Middags (zaterdag) op de fiets naar Jaarsveld, over de dijkweg. Op de terugweg, binnendoor over een onlangs aangelegd fietspad langs de Lopiker wetering, vind ik vlak voor Lopikerkapel waar het pad via een smal bruggetje over de wetering draait weer (ik kende de plek van voorgaande jaren) een randje cichorei, dat me altijd zo vriendelijk tegemoetstraalt wanneer ik er langs fiets. De planten waren minder hoog (ca. 40 cm) dan in vorige jaren - kennelijk is deze rand nog niet zo lang geleden gemaaid en zijn de stengels daarna weer uit de rozet omhooggeschoten.

2/8 Tijdens een ochtendwandeling in het nabijgelegen park ontmoet ik vier lipbloemigen, allemaal in bloei. Drie ervan zou ik vóór de kruidencursus die ik volgde niet meteen als een lipbloemige herkend hebben, maar tegenwoor dig 'val' ik op vierkante stengels, hoewel een vierkante stengel (of tegenoverstaande bladeren) niet altijd op een lipbloemige hoeft te duiden (zie m'n aantekening op 8/7). Bij de ingang van het park, langs een betonnen rand die een grasveldje naast een populierenbosje omzoomt, vind ik de moerasandoorn (Stachys palustris) met zijn fraaie roze bloemen. Ze groeien alléén langs de betonrand, waar ze volop zon ontvangen. Deze exemplaren hebben allemaal 6 bloemen in de schijnkrans (de Flora geeft aan: 4- tot 10-bloemig). De bladeren zijn iets gekarteld, de vier randen van de stengel behaard. In een ander gedeelte van het park, een nagebootst moerassig terrein waar een vlonderpad overheen is gelegd, vind ik de andere drie soorten: watermunt (Mentha aquatica), die ik al kende, en, nieuw voor mij hier, de wolfspoot (Lycopus europaeus) en het blauw glidkruid (Scutellaria galericulata). Ik ben vooral enthousiast over het glidkruid met zijn prachtige, diep paarsblauwe bloemen. De wolfspoot herkende ik meteen, omdat ik hem tevoren goed had bestudeerd in de Regiustuin in Utrecht. Ze groeien alledrie in of langs het water.

5/8 Naar de schraallanden langs de Meije, een 47 ha groot natuurreservaat dat door Staatsbosbeheer wordt beheerd. Het ligt in de polder Zegvelderbroek, zo'n 4 km ten noorden van Zegveld. Er is deze dag een excursie, anders is het gebied slechts beperkt toegankelijk voor het publiek. De hemel is bewolkt, maar de temperatuur is aangenaam (21 graden) en er waait een aangenaam briesje. Heerlijk om een paar uur door dit laagveengebied te sjouwen. Er is veel te zien. Speciaal voor dit gebied: blauwe en ronde zegge, klokjesgentiaan, tormentil, egelboterbloem, kleine zonnedauw, honds- en moerasviooltje, verder veenpluis, dophei, pitrus, blauwe knoop, moeraswederik, waterdrieblad, wateraardbei, grote ratelaar, Spaanse ruiter, kale jonker en diverse grassen. De viooltjes zijn van belang omdat ze waardplant zijn van een fraai getekend dagvlindertje: de zilveren maan (Clossiana selene). Het is niet zo'n grote vlinder (spanwijdte 3,5-4,2 cm), maar hij zier er prachtig uit: zwarte streepjes en vlekjes op een levendig oranjerode achtergrond, de onderzijde van de achtervleugels en voorvleugelpunten met een bont patroon van gele, witte en bruine velden. Het vrouwtje legt haar eieren op de onderkant van de bladeren van het moeras- en hondsviooltje. De vlinders vliegen in twee generaties, van mei tot september. Ze zuigen graag nectar van knautia en tijm, maar nemen ook genoegen met andere nectarplanten, zoals de kattestaart, die hier rijkelijk groeit. Staatsbosbeheer heeft, in samenwerking met de Vlinderstichting, in augustus 1993 enkele tientallen zilveren maantjes in dit veenweidegebied uitgezet en door de aanwezigheid van vooral het moerasviooltje blijkt de populatie goed te gedijen. Behalve de zilveren maan komt hier ook het bruin zandoogje voor.

8/8 Op de fiets een rondje langs de Lek tot Schoonhoven en via Haastrecht (langs de Vlist), Oudewater, Montfoort en IJsselstein terug. In Schoonhoven, een paar honderd meter achter de dijk op een 'wild' stukje grond bij een viaduct, rijd ik pardoes in een veldje met cichorei. Zeker acht vierkante meter staat helemaal vol met cichorei. De planten zijn hier hoog opgeschoten, over de twee meter. Ik kan niet zomaar voorbijrijden en stap af en kijk vol eerbied naar deze blauwe weelde. Ik tel van sommige hoofdjes het aantal lintbloemen: varieert van 14 tot 15.

13/8 Hoe staat het eigenlijk met de ananaskers of Kaapse kruisbes die ik van Kees Wisserhof heb gekregen (op 27 juni)? Ik heb hem binnen gehouden, één keer verpot naar een grotere pot. Hij is nu, ruim 6 weken later, 84 cm hoog. De stengel vertakt zich bij een hoogte van 60 cm in twee zijstengels, de vertakkingen splitsen zich zelf ook weer, na 14 cm. De stengel en bladstelen zijn beide zacht behaard. De plant telt momenteel 29 bladeren, het onderste blaadje is verwelkt. De bladvorm blijft van beneden tot boven ongeveer dezelfde: hartvormig en aan de top toegespitst. Het bladoppervlak zwelt van blad tot blad tot halverwege de stengel (grote bladeren), daarna neemt de omvang van de bladschijf geleidelijk weer af. De bladeren zijn langgesteeld, de steel is net zo lang als de middennerf van het blad. Op de vertakkingspunten van de stengel en de zijloten staat één blad, min of meer haaks op het vlak dat je je door de vertakkingen kunt voorstellen. In de bladoksels ontwikkelen zich kleine blaadjes. De bovenkant van de bladstelen is licht ingestulpt, bij een aantal in het onderste stengelgedeelte loopt er, van de voet van de steel tot de bladvoet, een paarsachtige gloed over. Er zijn nog geen bloemen.

15/8 Toestand van de drie cichoreiplanten die ik in een emmer water zette. De plant die ik voor een bladreeks gebruikte, is geheel verwelkt; maar de wortel leeft nog: er heeft zich een rozet gevormd met minstens 20 blaadjes, het langste blad is ruim 6 cm. De plant die ik van dag tot dag volgde, staat er nog steeds fris bij, hoewel hij al bijna een maand geen bloemen meer heeft voortgebracht. Stengel en blaadjes zijn nog van dezelfde kleur groen als in het begin. Ik zie nog zes knoppen, die in de afgelopen weken iets zijn gezwollen; misschien komen ze nog uit. Uit de wortel zijn ook rozetblaadjes ontsproten, die nog een stuk kleiner zijn dan die van de verwelkte plant (ca. 3 cm). Bovendien is er een hele bos fijne, witte worteltjes aan de bovenkant van de wortel gegroeid. De derde plant is gestorven, maar dat komt doordat de wortel door slakken is opgevreten. - De ananaskers is in twee dagen 3 cm gegroeid, hij is nu 87 cm hoog. Verder geen verandering.

16/8 Tot slot van deze aantekeningen volgt nog een legende over de cichorei, die ik een paar dagen geleden aantrof in een boek van Tine Cool uit 1928, "Bloemen-mythen en legenden":

Er was eens een fijn prinsesje, ze werd achttien jaar. De dag tevoren gaf haar peet haar een spiegeltje en zei erbij: hierin zal je jezelf niet zien, maar altijd het geluk of het ongeluk dat je overkomen zal. Het prinsesje keek en zag niets, want ze was immers nog geen achttien jaar! Maar de volgende dag, toen keek ze weer, en toen zag ze... wat?
Een prins! Haar wangen bloosden. Hij reikte haar een koningskroon, hij droeg er zelf ook een op het gouden haar. Zij wilde het kroontje nemen, maar toen was het of een vreselijke hand, grof als van een reus, haar wilde grijpen.
Hoe schrok zij! Het spiegeltje viel en brak. Zij schreide. Maar zij moest haar verjaardag vieren en zij moest naar de anderen. Haar vader, de koning, vroeg waarom ze er zo behuild uitzag. Zij vertelde van het gebroken spiegeltje, van de prins en van de hand. De vader lachte.
'De prins is er wel, weet je! Hij wordt vanavond verwacht, om je te zien. Trek je mooiste jurk aan, mijn klein meisje, en denk niet meer aan de hand.'
Maar toen de avond was gekomen, was er geen prins, maar wel leven en spektakel op de binnenplaats, en toen men keek, zag men een reus, zo groot! Hij schreeuwde en wilde het prinsesje tot vrouw.
Het prinsesje droeg een prachtige hemelsblauwe jurk. Toen zij hoorde wat de reus schreeuwde, werden haar wangen zo bleek, zo bleek van de schrik.
'Het was die hand die ik zag,' snikte zij. Maar de koning was niet bang en in zijn verontwaardiging joeg hij de reus het kasteel uit. Echter, wie kwam er die verdere avond, de prins niet. Zij wachtten ook de volgende dag, en het prinsesje keek in een scherf van het spiegeltje en zag een gedeelte van een bebloed gezicht, ze meende de trekken van de prins te herkennen.
Maar de scherf was maar klein, zij wist het niet zeker. Haar vader stuurde overal boden uit om te onderzoeken, en het prinsesje wachtte. Ze trok zelfs in haar onrust de kasteelpoort uit en stond aan de wegkant met haar vriendinnetjes in een kring om haar heen; zij wachtte. Och, zij wachtte dagen en nachten, altijd stond zij daar. Toen had de peet, die een fee was, medelijden met het meisje in 't blauw en veranderde haar en haar makkertjes in de cichorei, die mooie, grote bloem, die aan de weg nog steeds staat en eenzaam aan de stengel bloeit. De wegewachter wordt ze ook wel genoemd.

Diverse artikelen
Begin
Over planten
 

Geelwortel volledig gereviseerd

  De Meloen (Pompoen) – Cucurbita pepo L.
 

Kneuzingen, zwellingen en sportblessures

  Boom opzetten over Naaldhout
  Jacobskruiskruid, vragen, vragen en nog meer vragen
  Alternatieve landbouwgewassen
  Fluite(n)kruid
  Flierefluiten met een vlierfluit
  Silphium, het verdwenen kruid
  Winterlinde (Tilia cordata Mill)
  Mangosteen (Garcinia mangostana Linn)
  Medicijn en drogerij in den Bijbel - met registers met plantenlijst
  De planten voor de Karel de Grote-tuinen
  Sint-Antoniusraapje (Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem)
Diverse onderwerpen
 

Tips van Tenna: huismiddeltjes - EHBO uit uw keuken

  Prof. dr. Frits Muskiet: ‘Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’
  Bestanddelen van thee
  Bloementuin
  Vakantie
  Bijenhotels voor het helpen van solitaire bijen én drachtplanten
  Bijen@wur – voorheen "De Ambrosiushoeve"
  Over de wilde cichorei (Cychorium intybus)
Uitzendingen/Podcasts
P.Munnik over kruiden
   
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel