Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Over de wilde cichorei (Cichorium intybus)

6. Therapeutische toepassingen - van de oudheid tot Rudolf Steiner

Inhoudsstoffen van cichorei

Het melksap bevat intybine, lactucine, lactupicrine, lactucirol, verder hars, sporen van etherische olie, pectine, caoutchouc en mannitol. In de wortel zit inuline, de bladeren bevatten choline, inuline, levuline.

In de bloemen is cichoriine aangetoond. Verder nog: taraxasterol, cumarinen, pentosanen, inositol, vrije aminozuren, vitamine B, C, K en P, mineralen en spoorelementen.

De asbestanddelen bevatten 20 tot 30 % kaliumoxyde (paardenbloem 40 %, duizendblad 48 %), ca. 7 % kiezelzuur (paardnebloem idem), 6 tot 12 % magnesiumoxyde (paardenbloem 8 %), 8 tot 16 % natriumoxyde, 1 à 2 % ijzeroxyde. Het inulinegehalte in de wortel is (volgens Dragendorff, 1898) afhankelijk van de groeiperiode: juni 4,8 %, juli 36,54 %, augustus 44,01 %, september 44,9 %.

(Naar gegevens uit P. Holmes, 1997, en W. Pelikan, 1988)

Geneeskrachtige eigenschappen

  • aansterkend
  • bloedzuiverend
  • eetlustopwekkend
  • galdrijvend
  • galsecrestiebevorderend
  • koortswerend
  • laxerend
  • spijsverteringbevorderend
  • urinedrijvend

Cichorei in de geschiedenis

De wilde cichorei is een zeer oud, eerbiedwaardig geneeskuid dat in bijna alle oude westerse culturen bekend was. Zo eenzaam als de cichorei langs wegen en rivierdijken staat, zo'n eenzame en afzijdige plaats neemt zij in het huidige bewustzijn van veel artsen in, die geen oog voor haar hebben.

De wilde cichorei kan niet bogen op sterk werkzame inhoudsstoffen. Gewoonlijk rekent men haar eenvoudig tot de inulineplanten (inuline is een meervoudige suiker die als reservevoedsel in veel composieten voorkomt) en stelt haar vanuit dit gezichtspunt op één lijn met bijvoorbeeld de Griekse alant (Inula helenium), de wolverlei of arnica (Arnica montana), de paardenbloem (Taraxacum officinale) en dergelijke planten. Daarbij gaat men dan voorbij aan het bijzondere van de cichorei. De cichorei speelt tegenwoordig nauwelijks of geen rol in de reguliere geneeskunde en de homeopathie. Alleen de volksgeneeskunde heeft zich het een en ander uit oude overleveringen toegeëigend, zonder evenwel precies te begrijpen waarom deze plant vroeger zo hoog werd aangeslagen.

Als we in het verleden teruggaan en onderzoeken hoe de cichorei in de oudheid werd gewaardeerd, stuiten we in de literatuur al op zeer vroege vermeldingen van deze plant. Waarschijnlijk het oudste geschrift waarin de cichorei wordt genoemd, is de Eberspapyrus uit Egypte (ca. 2400 v. Chr.). Cichorei werd door de Egyptenaren als geneesmiddel en als maagversterkende groente toegepast. De Griekse geneesheer Hippocrates (460-377 v. Chr.) vermeldt de verkoelende werking van de plant. Pedanios Dioscorides (1e eeuw n. Chr.), die behalve de wilde vorm nog twee gekweekte vormen van cichorei onderscheidt, karakteriseert haar als samentrekkend, verkoelend en goed voor de maag. Gekookt en bereid met azijn, is vooral de wilde cichorei een goed middel voor de maag en tegen diarree, aldus Dioscorides. Uitwendig in de vorm van omslagen helpt de plant bij hartkwalen, podagra en oogontstekingen. De groene delen en de wortel zijn goed tegen de beet van een schorpioen en helen roos.

Uitgebreide adviezen zijn te vinden bij Plinius de Oudere (23-79 n. Chr.). Volgens hem splijt cichorei, als omslag gebruikt, gezwellen. Het afkooksel opent het lichaam. De plant werkt gunstig bij blaasontsteking en geneest lever-, nier- en maagklachten. Volgens Plinius is de cichorei ook een magische plant: 'De magiërs zeggen dat je, als je je insmeert met een mengsel van olie en het sap van de hele plant [cichorei], de gunst van een ander zult winnen en alles wat je wilt hebben zult krijgen.'

Volgens de arts Theodorus Priscianus uit de 4e eeuw wreef men 's morgens vroeg wratten met de bloemen van de wilde cichorei in.

Paracelsus (1493-1541) schaart de cichorei onder de zweetdrijvende middelen en kenschetst haar als het beste middel om zich tegen lepra te beschermen.

De lijst auteurs die cichorei vermelden, is lang. Hier volgen er nog enkele.

Volgens de Duitse kruidkundige Hieronymus Bock (1554) verminderen cichoreibladeren op ontstoken gezwellen de pijn en de hitte. Ze helpen o.a. bij   podagra (jicht). Een vochtige linnen doek gedoopt in cichoreiafkooksel ('gebrand water') werkte volgens hem verlichtend bij brandende ogen van zieken die aan de pest leden: 'Das Wasser von den blauen blümlein gebrannt ist ein edele Artzney zü den hitzigen und dunckelen Augen - überlegt.'

Ten slotte nog Dodonaeus in zijn "Cruydt-boeck" (1644): 'Soo wel de Tamme Endivie / als de Wilde Endivie / dat is de Cichoreye / zijn beyde koudt ende droogh in den tweeden graed / ende mede deelachtigh van eenige tsamentreckende kracht; ende door haer tamelijcke bitterheydt oock wat afvagende ende openende van aerd. (...) Om dese eygentheden (seydt Galenus) zijn deze cruyden bijster nut om de heete onghestelt heydt van de Lever te beteren: want behalven dat sy sachtelijck verkoelen / daer beneffens geven sy het inghewant eenighe sterckte door haer t ' samentreckende kracht: insghelijcks soo suyveren ende vaegen sy af de monden ende lochtgaten van de aderen / soo wel aen de voorste als aen de achterste sijde van de Lever. (...) Dan als daer gheen hittighe onghesteltheydt in de lever oft ander inghewant en is / oft als daer eenighe verstoptheydt omtrent het selve inghewant is / dan zijn dese cruyden bijster behulpsaem / met witten dunnen Wijn gedroncken / als daer by ghemenght worden dinghen die de pisse verwecken.'

Veel vermeldingen in de literatuur komen er dus op neer dat cichorei een middel is tegen maag-en darmcatarrhe, tegen stuwingen van de lever, tegen geelzucht, hysterie en hypochondrie, scheurbuik (de plant bevat relatief veel vitamine C!), bloed in de urine, huiduitslag, farunkels en karbunkels.

Recent zijn er ook proeven met deze medicinale plant gedaan, die hebben aangetoond dat cichoreipreparaten het glucosegehalte van het bloed (de bloedsuikerspiegel) met 15 tot 20 % verlagen.

Rudolf Steiner en de cichorei

Door de eeuwen heen werd de wilde cichorei 'kameraad van de lever' genoemd, omdat extracten ervan bij inwendig gebruik leverkwalen bestrijden. Maar aan het begin van de 20e eeuw leek het kruid vrijwel uit het bewustzijn van de medische stand te zijn verdwenen. Rudolf Steiner heeft echter opnieuw de aandacht op de geneeskrachtige eigenschappen van de cichorei gevestigd en haar wezen en werking in verband gebracht met de driegeleding van de mens. Hij heeft de cichorei in diverse voordrachten onder de aandacht gebracht. Alle plaatsen waar hij over de cichorei spreekt, zijn bij elkaar gezet in BIJLAGE 3.

Steiners uitlatingen over de cichorei bewerkstelligden een 'wederopstanding' van het kruid en een verdieping van haar mogelijkheden als geneesmiddel. Zij stelden artsen en kruidkundigen in staat een wezenlijke relatie met de cichorei aan te gaan, die niet in het uiterlijke bleef hangen, maar die diepere samenhangen doorlichtte, zoals ze nog niet door de middeleeuwse kruidenboeken konden worden geopenbaard. Deze hernieuwde aandacht voor een oude geneeskrachtige plant kan als voorbeeld dienen, hoe men op een moderne, rationele manier met geneeskruiden kan omgaan.

In de "Landbouwcursus" van Steiner (zie BIJLAGE 3, citaat V) wordt gewezen op de uiterlijke, aantoonbare, werkzaamheid van Saturnus en van de zon op het plantenleven op aarde. Als we in het licht van zulke betrekkingen - en er zijn er nog vele die niet of maar ten dele ontsluierd zijn - naar een plant als de wilde cichorei kijken, kunnen we leren hoe zich door de zonnewerking ook Saturnuskrachten in haar manifesteren. En we gaan begrijpen dat zij daardoor bepaalde substanties beheerst, en dat deze op hun beurt op verschillende wijze kunnen ingrijpen op de wezensdelen van de mens. De cichorei leert ons hoe wij fysiologische processen in verband kunnen brengen met de levensprocessen en gedaante van een medicinale plant, en omgekeerd de plant in zijn relaties tot de organische processen in de mens kunnen waarnemen. Bepaalde uitspraken van Steiner klinken nogal raadselachtig, zoals dit fragment uit citaat I van BIJLAGE 3: 'Anderzijds blijkt cichorium intybus echter ook op het bloed zelf te werken; het voorkomt dat het bloed zijn noodzakelijke processen verwaarloost, dat het bloed in de bloedvloeistof zelf storende processen laat ontstaan.' Plaatsen we dit in het perspectief van een andere reeks voordrachten die Rudolf Steiner heeft gegeven, namelijk over de verborgen fysiologie van de mens ("Eine okkulte Physiologie", Wenen, 20-28 maart 1911), dan blijkt hij zich in de derde en vierde voordracht van deze cyclus op ongeveer dezelfde manier uit te drukken met betrekking tot wat er in de milt gebeurt. De milt wordt daar omschreven als een ritme-orgaan bij uitstek. Dit ritme onderscheidt zich van de bekende ritmen, bijvoorbeeld die van het bloed, doordat de milt een tussenpositie inneemt tussen de buitenwereld - die wordt gekenmerkt door de tamelijk willekeurige, onritmische, manier waarop de mens voedsel opneemt - en een intieme binnenwereld, die weliswaar schuilgaat achter het wezen van het sympathisch zenuwstelsel, maar tegelijk ook de specifieke eigenschappen van de desbetreffende persoon in zich draagt. De taak van de milt is om het onregelmatige, ' onritmische', ritme van de voedselopname in te passen in het individuele ritme, waardoor het ritme van de bloedsomloop als uitdrukking van het menselijk ik niet ontregeld wordt. In dit proces van zich-eigen-maken van het vreemde, het zich-mee-laten-gaan op de stroom van het persoonlijke ritme van elk mens, zag men vanouds een oerwerking van Saturnus. In deze zin dienen alle nog in omloop zijnde verwijzingen naar samenhangen met Satumus te worden verstaan.

In deze zin is ook de functie van de milt in de mens op te vatten als iets satumaals. Dit Satumusproces, dat in oorsprong warmte is, leeft zich - ik-omvattend en ik-omhullend - uit in de miltfunctie, maar is ook terug te vinden in de koolhydraatstofwisseling van de lever en komt tot stilstand in de galfunctie. (Er is een correlatie met het eerste gedeelte van de grote bloedsomloop: na het verlaten van het hart stroomt het bloed eerst door de milt, dan door de lever, daarna door de gal; deze organen werden in verband gebracht met resp. Saturnus, Jupiter en Mars.)

In het cichorei-citaat herkennen we het ritmeproces, de miltfunctie als ritmisch proces in de cichorei. En dan wordt het duidelijk, waarom oeroud, intuïtief weten cichorei als 'miltmiddel' voorschreef. Bezien we het satumale in de mens - dat zich naar zijn wezen in de eerste plaats als warmte manifesteert, waarin het ik leeft, en dat, tot een zekere rust gekomen, vanuit een ander aspect voor de botvorming zorgt - als een uitdrukking van het individualiserende, van het op-zichzelf-terugtrekkende, dan laat zich de werking van de cichorei verklaren doordat het juist storingen van dit Satumusproces opheft. Ze verlost de mens, in de vorm van de bittere extractiestof uit de wortel, van de gevolgen van datgene wat men aanmerkt als de gevolgen van een gestoorde spijsvertering: verminderde eetlust, drukkend gevoel in de maagstreek, onaangename smaak in de mond (bij acute of chronische gastritis). De zwakke ik-organisatie wordt aangespoord zelf de gestoorde (verzwakte) spijsvertering in evenwicht te brengen.

Dit consequent doordenkend, is het ook te begrijpen dat cichorei lange tijd achtereen ingenomen dient te worden. Maar ook dat een aantal voor de hand liggende functionele stoornissen - die dan ook tot orgaanstoornissen kunnen worden - binnen het werkingsgebied van de cichorei vallen, zonder dat dit als bijgeloof behoeft te worden afgedaan. Het past zeker in het Satumusproces, dat chronische of acute aandoeningen van de huid of het hoofd op cichorei reageren. Men hoeft alleen maar te denken aan de bijzondere relatie van deze organen tot het menselijk ik.

Alle cichoreirecepten, zowel die uit het verleden als de meer recente, wijzen in essentie in de richting van datgene wat Rudolf Steiner het ' ik', de ' ik-organisatie' heeft genoemd. Als de oude literatuur bijvoorbeeld vermeldt dat cichorei 'de jager doelgerichter' maakt, of wanneer we de eerder vermelde werking op de bloedsuikerspiegel in de bechouwing betrekken, dan is toch steeds hetzelfde gebeuren in het menselijk samenstel van de drie wezensdelen in het geding. Ook de ontroerende legende over de betoverde maagd (zie het hoofdstuk over de namen van de cichorei) past in dit beeld. Het volksgeloof kenschetst de cichorei als het ware als kind van een dierenriemteken van dezelfde naam: de Maagd. Melancholie en zwaarmoedigheid waren vroeger een indicatie voor cichorei!

Bij de cichorei lijkt het belangrijk vooral op haar Saturnus- en zonneaspect te letten, welke zich ten aanzien van hun werkzaamheid met elkaar verbinden als de stengel en de bloemhoofdjes. En het zal dus een verschil zijn, of men het medicijn voorschrijft vanuit het perspectief van het Saturnusproces of vanuit de zonne- of Jupiterwerking; ook al hoeven grove wetenschappelijke onderzoeksmethoden geen duidelijke verschillen in resultaat op te leveren, er liggen niettemin praktisch gesproken werelden van verschil tussen beide benaderingen.

De cichorei en bijvoorbeeld de paardenbloem staan, bezien vanuit dit aspect, dan dichtbij elkaar. Maar vanuit een ander gezichtspunt zijn ze elkaars tegenpolen. De kleur van hun bloemen duidt al op hun ware oorsprong: het blauw van de cichorei verwijst naar Saturnus, het geel van de paardenbloem naar Jupiter. De zonnewerking, die de melksapvorming op gang brengt, verbindt ze evenwel, maakt ze tot echte 'melkbroeders'. Binnen de baan die de zon gedurende lente, zomer en herfst aflegt, zien we de paardenbloem al vroeg in het jaar, wanneer de zon nog stijgt, met zijn stralende gele bloemen verschijnen. De cichorei gaat pas bloeien wanneer de zon haar hoogste stand heeft bereikt, wanneer zij alweer op haar retour is. De cichorei begeleidt, vanaf de zomerzonnewende, slechts korte tijd het jaarverloop (tot begin oktober), terwijl de paardenbloem tot diep in de herfst kan bloeien.

Ook de manier waarop beide planten zich tot diverse stoffen verhouden, de manier waarop zij er de 'baas' over worden, heeft gemeenschappelijke kenmerken, maar vertoont daarnaast ook verschillen. Het is bekend dat ook de grove fysische analyses van cichorei en paardenbloem (zie de paragraaf over inhoudsstoffen) op grond van de aangetoonde werkzame bestanddelen duiden op de relatie met lever, gal en maag en, in het verlengde daarvan, met de nieren. (De cichorei, de paardenbloem, de artisjok en dergelijke planten worden dan ook als ' leverplanten' aangeduid.) Of in een speciaal geval cichorei, paardenbloem of een ander kruid aangewezen is, is uit de resultaten van de analyses niet op te maken. Daarom worden ze in de fytotherapie, die veelal alleen naar de buitenkant kijkt, vaak als evenwaardig beschouwd, of men mengt ze met elkaar of met andere kruiden met soortgelijke werkzame bestanddelen en meent dan op zeker te spelen, niets verkeerd te doen.

Juist dit soort ondeskundig mengen van kruiden in vroeger eeuwen was een doorn in het oog van de meer verlichte genezers. Voor Samuel Hahnemann was het de aanleiding om een andere weg in te slaan, die hem ten slotte tot de hemeopathie voerde. Door zijn geneesmiddelonderzoek wilde Hahnemann het wezen van de plant en zijn werking in de mens beter leren begrijpen en weer een zuiverheid in het voorschrijven van medicijnen invoeren, die het therapeutisch handelen overzichtelijk zou maken. Dan is ook het mengen van kruiden weer te rechtvaardigen - wat Hahnemann overigens niet deed - maar het maakt wel wat uit, of men op grond van inzicht, uit onwetendheid of door een onvolledige kennis kruidenrecepten mengt.

Cichorei in de volksgeneeskunde

  • Cichoreithee

Afkooksel van de hele plant, ook de wortel, vers of gedroogd (plukken als de plant bloeit): 15-30 g op 1 liter water; 5 minuten laten koken; 10-15 minuten laten trekken; zeven. Te drinken vóór elke maaltijd, 1 kopje. Dit afkooksel werkt eetlustopwekkend, is goed bij bloedarmoede, versterkt maag en ingewanden, reinigt het bloed, de lever, de milt en de nieren, kortom het geeft een 'schoonmaakbeurt' aan het hele organisme en zorgt daardoor voor nieuwe kracht. Het is dus bij uitstek geschikt voor mensen die klachten hebben over de spijsvertering (zwaar gevoel en pijn na de maaltijd, chronische constipatie), waterzucht, jicht, artritis en huidziekten (pukkels, eczeem) door het afvoeren van de afgebroken huidcellen. Ook bij ale kwalen die hun oorsprong vinden in een slechte leverfunctie, is er wetenschappelijk bewezen dat cichorei juist daar werkzaam is: het is namelijk bekend dat een cichorei-oplossing, intraveneus ingespoten, binnen een half uur de galafscheiding verdubbelt tot verviervoudigt.

  • Cichoreisiroop

Een ideaal bloedzuiverend middel voor baby's en kleine kinderen: 500 g sap van de geperste wortel en 500 g suiker zo lang laten koken tot er een stroopachtige vloeistof is ontstaan; bewaren in een goed gesloten fles; 1 kleine paplepel een- tot driemaal daags, al naar de leeftijd.

  • Tafeldrank

Voor mensen die lijden aan huidaandoeningen: aftreksel van 10-15 g gedroogde bladeren op 1 liter water; aan de kook brengen; van het vuur af 10 minuten laten trekken; naar wens drinken. Bij geelzucht: 30-40 g plant (bladeren, stengels en wortel) op 1 liter water; 5 minuten laten koken; door een schone doek zeven en goed uitdrukken; 3 kleine wijnglaasjes per dag; vooraf 1 blaadje salie eten; 3 opeenvolgende dagen volhouden.

  • Tinctuur

Om verlamde ledematen te versterken en vermageren en verzwakken tegen te gaan: een- tot tweemaal daags wrijven met alcohol waarin 1 maand lang 1 in rondjes gesneden verse cichoreiwortel heeft getrokken (dit is een flink handjevol op 1 liter); af en toe de fles schudden.

  • Cichoreiwijn

Bij verzwakte leverfunctie: 30 g gesneden wortel 2 weken laten trekken in 0,7 liter witte wijn; filteren. Hiervan, verspreid over de dag, 2-3 likeurglaasjes drinken.

  • Cichoreisap

Bij spijsverteringsstoornissen: 50 g bloeiende plant uitpersen en het sap, vermengd met wat water, vóór de maaltijd drinken, of verspreid over de hele dag.

Bronnen

P. Bosserdet, Gids voor geneeskrachtige planten
G. Buchner, Thee uit eigen tuin
Dodonaeus, Cruydt-boeck (editie 1644)
P. Holmes, The energetics of western herbs
G. Madaus, Lehrbuch der biologischen Heilmittel
J. Palaiseul, Uit grootmoeders kruidenkast
W. Pelikan, Heilpflanzenkunde I en II
J. de Rooij, Medicijn uit eigen tuin
W.C. Simonis, Medizinisch-botanische Wesensdarstellungen einzelner Heilpflanzen I
R. Steiner, diverse voordrachtencycli (zie voor exacte bronvermelding bijlage 3)

Diverse artikelen
Begin
Over planten
 

Geelwortel volledig gereviseerd

  De Meloen (Pompoen) – Cucurbita pepo L.
 

Kneuzingen, zwellingen en sportblessures

  Boom opzetten over Naaldhout
  Jacobskruiskruid, vragen, vragen en nog meer vragen
  Alternatieve landbouwgewassen
  Fluite(n)kruid
  Flierefluiten met een vlierfluit
  Silphium, het verdwenen kruid
  Winterlinde (Tilia cordata Mill)
  Mangosteen (Garcinia mangostana Linn)
  Medicijn en drogerij in den Bijbel - met registers met plantenlijst
  De planten voor de Karel de Grote-tuinen
  Sint-Antoniusraapje (Ranunculus bulbosus - Knolboterbloem)
Diverse onderwerpen
 

Tips van Tenna: huismiddeltjes - EHBO uit uw keuken

  Prof. dr. Frits Muskiet: ‘Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’
  Bestanddelen van thee
  Bloementuin
  Vakantie
  Bijenhotels voor het helpen van solitaire bijen én drachtplanten
  Bijen@wur – voorheen "De Ambrosiushoeve"
  Over de wilde cichorei (Cychorium intybus)
Uitzendingen/Podcasts
P.Munnik over kruiden
   
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel