|
|||||||||||
|
|||||||||||
|
Boekenrubriek met recensies van boeken over toepassingen van planten Atlas van plantengemeenschappen in Nederland Deel 1: Wateren, moerassen en natte gebieden
|
|||||||||||
![]() |
Planten groeien niet overal. Zij stellen eisen aan onder meer grondsoort, zuurgraad, zoutgehalte, vochtigheid, hoeveelheid zon of beschaduwing, voedselrijkdom, klimatologische omstandigheden. Planten die dezelfde eisen aan hun groeiplaats stellen, groeien bij elkaar. Ze vormen een gemeenschap. Plantengemeenschappen zeggen iets, vaak meer dan een afzonderlijke soort, over de kwaliteit van de Nederlandse natuur. De ontwikkeling in die kwaliteit geeft aan hoe het met de standplaatsen van die gemeenschappen is gesteld. |
![]() |
Daarom is kennis over de plantengemeenschappen een waardevol instrument voor natuurbeheerders, gemeentes en beleidsmakers om de mogelijkheid in te schatten welke plekken in Nederland het meest kansrijk zijn voor natuurontwikkeling, natuurbeheer en natuurbehoud. Een auteurscollectief - L. van Duuren, J.H.J. Schaminéee en E.J. Weeda (hoofdauteur) - is jarenlang bezig geweest met het in kaart brengen van de Nederlandse plantengemeenschappen. In 2001 verscheen het eerste deel, in april 2005 kwam het vierde en laatste deel uit. Deze vierdelige Atlas van plantengemeenschappen in Nederland geeft een volledig overzicht van de in Nederland voorkomende vegetatietypen. |
![]() |
Dit gebeurt aan de hand van telkens twee verspreidingskaarten: een voor de periode tot en met 1974 en een voor de periode 1975-1999; begeleidende teksten bij deze kaarten, waarin per vegetatietype uitleg wordt gegeven over samenstelling, standplaats, patroon van voorkomen en veranderingen die zich in dit patroon hebben voorgedaan; een uitvoerige inleiding per vegetatieklasse (dat is een groep van onderling verwante plantengemeenschappen) met als vaste onderdelen: ecologie, indeling, voorkomen, bedreigingen en herstelmogelijkheden. |
![]() |
De boeken bevatten veel illustraties van de planten van een specifieke vegetatie en hun toepassingsmogelijkheden. Elk deel heeft een apart inleidend hoofdstuk over herstelprojecten ten behoeve van de vegetatie als element van het landschap. |
Drs. E. Weeda en zijn collega's hebben ook oude bronnen in hun beschrijvingen gebruikt. Die zijn belangrijk om te bepalen of er oude zaadvoorraden in de bodem zitten die nieuw leven ingeblazen kunnen worden. Om een voorbeeld te noemen: langs het Bergumermeer in Noord-Friesland zijn onlangs zaden opgekomen van de draadgentiaan (Cicendia filiformis), waar anderhalve eeuw geleden melding van was gemaakt (o.a ook beschreven in de uitgebreide Flora van Nederland door C.A.J.A. Oudemans, 1873, blz. 355 e.v.). Uit de vegetatiegegevens in de Atlas is ook af te leiden waar endemische soorten de beste kans hebben om terug te komen (een endemische soort of endeem heeft een kleiner verspreidingsgebied dan het gemiddelde voor die soort, komt vaak alleen in een zeer beperkte regio of zelfs op maar een enkele groeiplaats voor). Zo ligt er volgens Weeda tussen Raalte en Wijhe een gebied waar het heidemelkviooltje (Viola persicifolia var. lactaeoides) - 'één van de weinige échte endemen', aldus Weeda - vroeger groeide en veel kans maakt terug te komen uit de zaadvoorraad. De Atlas is niet alleen een wetenschappelijk verantwoorde beschrijving en catalogus van de ontwikkeling in de verspreiding van plantengemeenschappen in Nederland, maar biedt ook veel waardevols voor een groter publiek. De tekst is over het algemeen heel goed leesbaar en overal zijn de Nederlandse benamingen van de beschreven plantengemeenschappen en plantensoorten vermeld. R. van der Hoeden Meer informatie bij de uitgever |
|