Beginpagina van Plantaardigheden.nl

 

 

Actuele toepassingen van planten
Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Boekenrubriek met recensies van boeken over toepassingen van planten

Drawn after nature
The complete botanical watercolours of the 16th-century Libri Picturati

Nu voor € 49,95 i.p.v. € 69,95
actieprijs geldig t/m 31 december 2011
lees ook de nieuwe bespreking van dit boek

  • Uitgave: KNNV Publishing, Zeist, The Netherlands (onder auspiciën van Gratama Stichting, Hortus botanicus Leiden, M.A.O.C. Gravin van Bylandtstichting, Stichting Dioraphte, Universiteit Leiden/Stichting Leiden University Press, Van der Mandele Stichting)
  • Onder redactie van: dr. ir. Jan de Koning, dr. Gerda van Uffelen (Hortus botanicus Leiden, Nederland), dr. Alicja Zemanek, dr. Bogdan Zemanek (Botanical Museum and Garden of Kraków University, Polen)
  • Auteurs: dr. Florike Egmond, prof. dr. Lipke B. Holthuis (†), dr. Pjotr Hordyński, dr. ir. Jan de Koning, prof. dr. Tomasz Majewski, dr. Luis Ramón-Luca, dr. Renate Schipke, prof. dr. Andrea Ubrizsy Savoia, dr. Gerda van Uffelen, Dr. Alicja Zemanek, dr. Bogdan Zemanek
  • 368 pagina's, harde kaft, 24,8 x 34 cm, met kleurenreproducties door het gehele boek
  • ISBN 978 90 5011 238 3, NUR 941
  • Prijs € 69,95
  • Meer informatie bij de uitgever
    Op 16 mei 2008 promoveerde Helena Wille aan de universiteit van Leuven op het proefschrift De albums van Karel van Sint Omaars. Een aristocratisch natuurobservator uit de Renaissance. Ruim een maand later, op 25 juni, werd het boek Drawn after nature, the complete botanical watercolours of the 16th-century Libri Picturati gepresenteerd. Dit wetenschappelijke werk, dat onder een Nederlands-Poolse redactie (Jan de Koning, Gerda van Uffelen, Alicja Zemanek, Bogdan Zemanek) met medewerking van diverse internationaal bekende auteurs tot stand kwam, heeft hetzelfde thema als onderwerp: de ‘Libri Picturati A 16-30’, albums met ruim 1400 aquarellen (voornamelijk van planten, maar ook van dieren), die in de Biblioteka Jagiellońska te Kraków (Krakau), Polen,worden bewaard.

Deze schitterende aquarellen komen nu, samen met de volledige annotaties, voor het eerst compleet in boekvorm voor de wetenschap en voor een groter publiek beschikbaar.

Wie was Karel van Sint Omaars en wat zijn de Libri Picturati?

   Karel van Sint Omaars (Omaers) of Charles de Saint Omer, heer van Dranouter (of Renouteren) en Moerkerke, was een Zuid-Nederlandse edelman, beschermheer en vriend van Clusius (Charles de l’Écluse), die in het kasteel te Moerkerke bij Brugge leefde. De befaamde onderzoeker en botanicus Clusius betitelde hem als ‘uniek in Europa’, want jonker Karel (1533-1569) spaarde kosten noch moeite om zoveel mogelijk soorten kruiden (en dieren), zowel inheemse als uit het buitenland geïmporteerde, in beeld te laten brengen. Karel van Sint Omaars was een belangrijke plantkundige in de tweede helft van de jaren zestig van de 16e eeuw (ca. 1564-1569). Hoewel hij zelf geen geschriften heeft nagelaten, kennen we zijn naam uit enkele werken van Lobelius en Dodoens, die beiden hoog opgaven van zijn kwaliteiten als tuinliefhebber en plantenkenner. Bij Lobelius (Kruidtboeck, 1581, blz. 968), bijvoorbeeld, komen we in het hoofdstuk over Water-Sterre-cruyt (oude Latijnse naam Stellaria aquatica) de volgende inleidende zin tegen: "Mijn-Heer van Reynoutre/ saligher ghedachtenisse die zijns ghelijcke niet ghehadt en heeft onder alle de Cruyde-Lief-hebbers van Europa om alle de gheslachten van cruyden tzy vremde oft inlandtsche te doen naer tleven conterfeyten/ gheenen cost spaerende/ noemde dit cruyt..." Zie de scan: http://visualiseur.bnf.fr/CadresFenetre?O=NUMM-98031&I=975&M=tdm

   Voor het vervaardigen van zijn collectie tekeningen had Karel van Sint Omaars bekwame schilders in dienst, onder wie Jacob van den Coornhuuse (ca. 1529 - ca. 1584) en vermoedelijk ook Pieter van der Borcht (1545-1608). Laatstgenoemde heeft ook veel tekeningen gemaakt voor de houtsneden in de boeken van Rembert Dodoens.

   Vele illustraties van de collectie werden door Clusius en Lobelius als voorbeeld gebruikt voor het laten maken van houtblokken en voor het bepalen van de kleuren bij het drukken van hun kruidenboeken en het inkleuren ervan.
   De verzameling aquarellen werd na de dood van Karel aan de medische faculteit van Leuven geschonken. In 1595 verwierf Karel van Arenberg (1550-1616) de collectie, die door hem werd uitgebreid met aquarellen van de hand van Raphaël van Coxcie. Later kwam de verzameling in de bibliotheek van Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg en later koning van Pruisen. Deze bibliotheek lag aan de basis van de Koninklijke Bibliotheek van Berlijn, die in 1919 de Preussische Staatsbibliothek werd. Zo belandden de Brugse aquarellen in Berlijn waar ze, ondertussen gebonden in 15 banden, een naamloos bestaan leidden onder de signatuur ‘Libri picturati A 16-30’.
   In de Tweede Wereldoorlog werd de collectie ter bescherming in de kerk van het Benedictinijner klooster in Grüssau (Krzeszów) in Polen (Silezië) ondergebracht. Na de oorlog bleef de verzameling in Polen en kwam in 1947 in de universiteitsbibliotheek van Krakau (Kraków), de Biblioteka Jagiellońska, terecht. Deze collectie bevat 112 aquarellen van vogels, 36 van vissen en 28 van viervoeters. Het grootste deel van de verzameling (1429 aquarellen, samengebracht in de banden A18 tot A30) bestaat uit aquarellen van planten. Ze kan als een der belangrijkste plantenverzamelingen uit de 16e eeuw bestempeld worden.

Inhoud van het boek

   Het zeer fraai uitgevoerde boek Drawn after nature gaat uitvoerig in op het ontstaan van de albums met aquarellen, op de historische achtergronden en op de hoofdrolspelers (Karel van Sint Omaars, Carolus Clusius, Jacob van den Coornhuuse, Pieter van der Borcht, Karel van Arenberg), en hoe de collectie van Brugge in Polen terechtkwam. Er zijn hoofdstukken over de bronnen die worden geciteerd in de geschreven tekst op de bladen met tekeningen; over de technische aspecten van de aquarelbladen; over de relatie met de geschiedenis van de Leidse Hortus medicus en Hortus botanicus (aan de wieg hiervan stond Clusius, die professor in Leiden was van 1593 tot aan zijn dood in 1609); over hoe de Libri Picturati zich verhouden tot de vroege botanische illustraties.

   De aquarellen worden van diverse kanten belicht. Er zijn aparte hoofdstukken over de algen, mossen en korstmossen in de Libri Picturati; over de paddenstoelen; over de bloeiende planten; over de morfologie en over de verspreiding en het voorkomen van de afgebeelde planten; over de eerste aanzet tot een ecologische benadering; over volksnamen (met name Italiaanse en Nederlandse volksnamen: veel namen in de annotaties op de bladen verwijzen o.a. naar Dodoens); over voedselplanten; over geneeskrachtige kruiden en keukenkruiden; over planten voor het vee en planten voor het dagelijks gebruiik; over sierplanten (waartoe vele voor die tijd nieuwe, uitheemse planten behoren); over de in de Libri Picturati afgebeelde dieren. In twee aanhangsels wordt aandacht besteed aan de naamgeving volgens Caspar Bauhin, die in de annotaties in de albums A18 en A19 wordt gehanteerd, en aan de wetenschappelijke namen van planten, dieren en voorwerpen afgebeeld op de aquarellen, met alle volksnamen. Een literatuuroverzicht en een uitvoerig zakenregister completeren het werk

Illustraties

   Bovenstaande heeft betrekking op de tekst. De kern van het boek wordt echter gevormd door de aquarellen zelf. Voor de eerste maal worden in één werk alle aquarellen (1429) van de planten in de Libri Picturati afgebeeld (banden A18-A30). (De albums met dierenafbeeldingen, A16 en A17, zullen in een aparte uitgave worden gepubliceerd.) Het is heel bijzonder dat men alle aquarellen, met de bijbehorende tekst die op de bladen is geschreven, bij elkaar in één band heeft samengebracht. De annotaties zijn volledig in druk weergegeven, met de recente wetenschappelijke namen erbij. Maar, ook al telt het boek 368 pagina's, een dergelijke omvang is bij lange na niet toereikend om de prachtige tekeningen allemaal paginagroot te reproduceren. De oorspronkelijke bladen hebben een afmeting van 35,5 x 50,5 cm. Deze moesten dus al worden verkleind tot de afmetingen van het boekblok: ca. 23 x 33 cm, om full page illustraties te krijgen. Hoe zijn de aquarellen nu in het boek weergegeven? Alle bladen zijn in kleur gereproduceerd, als een catalogus, in de volgorde van de albums. Dit zijn kleine plaatjes geworden, 4 x 5,8 cm. Voor de meeste is dit voldoende om een redelijke indruk van de oorspronkelijke aquarel te krijgen, maar van de schoonheid en detaillering van de illustraties is op deze plaatjes op postzegelformaat nauwelijks te genieten. Gelukkig is er van een behoorlijk aantal aquarellen een grotere afbeelding in het boek opgenomen. Er zijn drie formaten: ca. 7,5 x 10,5 cm (183 aquarellen), 10 x 14 cm (32 aquarellen, formaat: kwart pagina) en 23 x 33 cm (58 aquarellen, full page).

   De grote afbeeldingen (in totaal dus 90 reproducties) zijn verspreid over het gehele werk. De kleinere afbeeldingen staan in het catalogus-gedeelte. Dit is aldus vormgegeven: op twee tegenoverstaande pagina's worden telkens 16 tot 20 aquarellen getoond (op een aantal enkele pagina's 10 aquarellen) met de bijbehorende tekst in annotaties. Meestal worden twee van de kleine plaatjes per dubbelpagina in een iets groter formaat (7,5 x 10,5) weergegeven. Alles bijeen is er heel veel moois te zien, de aquarellen zijn van een grote schoonheid. De annotaties van de originele tekst (namen, gegevens over voorkomen, bloeitijd e.d.) en de recente botanische namen zijn boeiend en instructief.

   Misschien mogen we hopen dat er ooit een internetuitgave van de Libri Picturati verschijnt. De foto's zijn er al, de annotaties zijn uitgewerkt, de ‘vertaling’ van oude namen naar recente wetenschappelijke namen ligt klaar; dus het basismateriaal voor een prachtige website is aanwezig.

De Libri Picturati en Dodoens

   Omdat de site waarop deze bespreking wordt gepubliceerd een belangrijke plaats inruimt voor Rembert Dodoens, willen we hier ook enige aandacht schenken aan het feit dat Dodoens regelmatig in het onderhavige werk wordt genoemd. Dit heeft ermee te maken dat voor de naamgeving van de planten in de Libri Picturati nogal eens wordt verwezen naar Dodoens, met name naar diens Cruijdeboeck van 1554 en naar de Latijnse versie hiervan uit 1583, Stirpium historiae pemptades sex.

   Allereerst moet worden aangestipt dat het gebruik van de titels van Dodoens’ werken niet exact is. Naast elkaar worden gebruikt: Cruijdeboeck en Cruydt-boeck voor hetzelfde werk. Dodoens’ eerste botanische werk heeft als titel: Cruijdeboeck, dat in 1554 verscheen. In 1563 kwam hiervan een nieuwe druk uit. In feite was dit de derde herziene uitgave, want al in 1557 had Clusius een Franse vertaling gemaakt, die op zich een herziening van de complete tekst van 1554, met een uitbreiding van het aantal planten, behelsde. De uitgaven van 1554 en 1563 waren beide getiteld: Cruijdeboeck. Pas later, ná de publicatie van de Latijnse editie in 1583, is er sprake van de titel Cruydt-boeck: de herziene uitgaven, gebaseerd op de Latijnse edite van 1583, gingen zo heten. Hiervan verschenen drie edities, in 1608, 1618 en 1644.

   Op verschillende plaatsen in Drawn after nature wordt gesproken over het Cruydt-boeck, terwijl het Cruijdeboeck wordt bedoeld: (blz. 16) "... Cruydt-boeck, which was published in Dutch in 1554", (blz 45) "... Clusius translated both Dodonaeus's Cruydtboeck and Garcia da Orta's work on East Indian plants into Latin" [dit is bovendien niet helder geformuleerd: Clusius vertaalde het boek van Dodoens in het Frans, niet in het Latijn], en (blz. 52) "Cruydt-boeck (1554)".

   Op blz. 64 is er een verwijzing naar de Nederlandse vertaling van het Neue Kreüterbuch (1543) van Leonhart Fuchs. Deze vertaling wordt wel toegeschreven aan Rembert Dodoens; ze is echter niet verschenen in 1543 (of 1545), maar een aantal jaren later, namelijk in 1549. Ze moet in elk geval later dan 1545 zijn uitgekomen, want de Nederlandstalige uitgave is niet geïllustreerd met de kleurenplaten van de oorspronkelijk in het Latijn gepubliceerde editie (welke ook in de Duitse editie staan), maar bevat de sierlijke houtsneden uit 'das kleine Buch', de Fuchs in 'pocketformaat', met alleen de houtsneden, uit 1545. (Bron: Frederick G. Meyer, Emily Emmart Trueblood en John L.Heller, The great herbal of Leonhart Fuchs, Stanford University Press, Stanford 1999, blz. 135: "A Dutch edition in small folio, Den Nieuwen Herbarius, was published by Isengrin (...) with the smaller (12 cm) figures. According to Marzell (1938, p. 13) [Heinrich Marzell, Leonhart Fuchs und sein New Kreüterbuch (1543). In facsimile ed., pp. 1-80, Leipzig 1938], the text was a translation of the New Kreüterbuch of 1543. Claus Nissen and others are incorrect in dating the Dutch edition "um 1545". If Fuchs was 48 (XLVIII, as indicated in the title above the portrait) and had been born in 1501, 1549 would be the correct year of publication of the Dutch imprint.")

   Dan nog iets over de volksnamen bij Dodoens. In het hoofdstuk "Common names in French, German, and Dutch" (blz. 111-112) wordt een aantal keren verwezen naar pagina's uit het Cruijdeboeck van Dodoens. Het gaat dan om de uitgave van 1554. Ik vraag mij af: waarom is de eerste editie van het Cruijdeboeck uit 1554 gekozen als bron om uit te citeren, en niet de tweede, herziene en uitgebreide, editie uit 1563? Dit boek zou toch heel goed gebruikt kunnen zijn door de kring rond Karel van Sint Omaars, aangezien de activiteiten met betrekking tot het vervaardigen van de aquarellen van de Libri Picturati zich hebben afgespeeld in de jaren 1565-69 en de naamgeving vermoedelijk van nog latere datum is? Dat dit niet zo'n gekke gedachte is, blijkt uit een van de volksnamen die als illustratie worden vermeld. Op blz. 112, rechter kolom, lezen we dat de wegedoorn (Rhamnus cathartica) op blad A20.014 van de Libri Picturati Rynbeziedoorn en Rhynbesien wordt genoemd, "whereas these names are not mentioned in Dodoens". Inderdaad, in de eerste editie van het Cruijdeboeck (1554) komt de naam Rhynbesien nog niet voor, maar in de uitgave van 1563 wél (als Rhijnbesien naast Rhynbesien), namelijk in deel VI, hoofdstuk 30, bladzijde 608, zie de gescande pagina:

http://archiv.ub.uni-marburg.de/dodoens/boeck/pg_0654.jpg

   Ook in de edities van het Cruydt-boeck uit later jaren (1608, 1618, 1644) vindt men de naam Rhijnbesien/Rhynbesien terug, bijvoorbeeld in de uitgave van 1644 op blz. 1186 (oude Latijnse namen: Rhamnus solutivus, Baccae Rhenanae). Zie: http://www.leesmaar.nl/cruydtboeck/lr/01186.jpg

   Een andere volksnaam, cleyn tynghelkens, voor de kleine brandnetel (Urtica urens) wordt inderdaad noch in de uitgave van 1554, noch in die van 1563 vermeld, en evenmin in een van de drie edities van het Cruydt-boeck. Dit is des te verwonderlijker omdat tot op heden in Vlaanderen de namen tengel en tingel in gebruik zijn voor de brandnetel, evenals in Zeeuws-Vlaanderen en op Zuid-Beveland. Deze namen duiden op 'branden', want tingelen is een oud-Nederlands woord voor branden (speciaal gezegd van netels). En volgens de Vlaamse auteur E. Paque is tingelen een Vlaams woord voor steken. In Zuid-holland sprak men ook wel van zengel; deze naam is afkomstig van zengen, dat wil zeggen: licht branden.

Enkele links ter verdere oriëntatie

Karel van Sint Omaars (door Jacques de Groote)
http://www.tzwin.be/omaars.htm

De Libri Picturati (door Jacques de Groote)
http://www.tzwin.be/libri%20picturati.htm

Carolus Clusius
http://nl.wikipedia.org/wiki/Carolus Clusius

Clusiusproject Leiden en de Libri Picturati
Sinds 2004 wordt onder auspiciën van het Scaliger Instituut te Leiden het onderzoeksproject naar de botanicus Carolus Clusius (1526-1609) uitgevoerd (Clusius was van 1593 tot 1609 verbonden aan de Leidse universiteit). De uitgave van Drawn after nature is een publicatie die in samenwerking met het Clusiusproject tot stand is gekomen.
http://www.bibliotheek.leidenuniv.nl/bijzondere-collecties/scaliger-instituut/projecten/clusius.html

De Clusiustuin in Leiden
http://www.clusiusstichting.nl/tuin.html

Tuinen en Verborgen Hoekjes in Brugge (door Andries van den Abeele),
hoofdstukje "Een groot botanicus in Brugge
"
http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/tuinen.htm

R. van der Hoeden

Plantaardigheden.nu - Vragen en antwoorden en discussie

^Naar het begin van deze pagina

Recensies van boeken over toepassingen van planten
Begin
 
Plant
Heukels’ Flora van Nederland, 23e editie november 2005
Botanisch woordenboek. Verklaring en vertaling van floristische termen 2008
Drawn after nature The complete botanical watercolours of the 16th-century Libri Picturati december 2011

Zaaiagenda maart 2014

Planten een andere kijk December 2013.

Veldgids Paddenstoelen – plaatjeszwammen en boleten december 2013
Natuur in beeld serie compleet - planten & dieren herkennen 2013
Tijdreis in je eigen tuin 2013
Geboeid door het verleden december 2012
Tuinieren voor wilde dieren oktober 2012
Soortenstorm oktober 2012
Planten tellen - Over demografisch onderzoek juni 2012
Natuur in Nederland september 2011
Planten kijk- en wandelgids van Nederland mei 2010
Kijken naar natuur maart 2010
Gallenboek september/oktober 2009
Gallen in beeld augustus 2009
Veldgids Nederlandse Flora, 5e herziene druk 2007
Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest 2006
 
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel