|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Beschrijvingen van planten
Iris of Lis - Iris spec.Overzicht van deze plant
De diepe, intense kleur: voor de meesten van ons is dat de opvallendste eigenschap van de iris. Als je alle irissen in gedachten samen neemt, ontstaat een palet aan kleuren, een regenboog, en dat is precies wat de naam 'iris' betekent. De bron hiervan ligt in de Griekse mythologie. Het was de gevleugelde Iris die de goede en slechte boodschappen van de goden naar de mensen toe bracht. Als door een prisma straalden haar tijdingen naar de aarde, tot in de diepten van de zee. Haar woonplaats was de brug van de regenboog. Vele soortenHet geslacht Iris (de Nederlandse naam is Lis) telt circa driehonderd soorten die over de hele wereld voorkomen, vooral op het noordelijk halfrond. Je vindt ze hoog in de bergen, waar ze groeien als dwergvormen, tot in moerasachtige gebieden. Irissen zijn gemakkelijk kunstmatig tot bloei te forceren; 'op te trekken', zoals kwekers dat zeggen. In Nederland komt één wilde soort voor, de Gele Lis (Iris pseudacorus), die groeit op ondiepe oevers van zoet, niet te snel stromend water. Deze Iris pseudacorus, die braak- en laxeerstoffen bevat, draagt aan de top van haar gladde, rolronde stengel de kenmerkende felgekleurde gele bloemen. Vaak tref je in de buurt insecten aan, vooral hommels, die op haar geur en kleur afkomen. Bijzondere bloemenDe bloemen van de iris zijn ware huzarenstukjes van botanische architectuur. Ze houden het midden tussen een lelie en een orchidee. Elders in de natuur komt zo'n bouwplan niet voor. Het opengaan van de bloem is, indien gefilmd en versneld afgedraaid, een sierlijke choreografie. In een paar uur tijd barst de smalle, enigszins afgeplatte knop open. Van de twee kransen van drie kroonbladen die de irisbloem telt buigen eerst de buitenste open, naar beneden, als een omgestulpte lepel. De binnenste drie kleinere bloembladeren volgen kort daarop en maken een tegengestelde beweging: ze buigen juist naar boven en neigen naar elkaar. Sommige soorten, zoals de Blauwe of Duitse Lis (Iris germanica), dragen op de onderste kroonbladeren draden, ook wel 'baard' genoemd. Het lijken meeldraden maar zijn het niet. Voor de insecten die op bloem afkomen functioneert de baard als een soort landingsbaan, die houvast geeft op het gekromde kroonblad en als een richtingwijzer naar de diep in de bloem liggende, voedselrijke honingklieren (nectariën). Kruipend over dit pad krijgt de hommel op zijn rug wat stuifmeel afgezet. In de volgende bloem komt dat op de stempel die vlak boven de meeldraad zit. Die stempel is een extra vermelding waard, want ze is extreem groot en aan het eind gaffelvormig vertakt. Deze 'stempellobben' zijn bij de meeste irissen zelfs groter dan de drie naar boven gebogen kroonbladeren! Ze zijn zó opvallend dat een irisbloem negen in plaats van zes bloembladeren lijkt te hebben. Na de bloei verwelken de drie naar boven gebogen bloembladeren en spiraliseren samen met de andere tot een ineengedraaide knoedel die, voordat ze indroogt, merkwaardig nat aanvoelt. Ten slotte ontstaan dan de dikke, bruine zaaddozen met de vele, platte zaden. Sprookje van Hermann HesseDe Duitse schrijver Hermann Hesse wijdde aan de Duitse Lis (Iris germanica) het sprookje Iris. Centraal daarin staat de naar volwassenheid groeiende jongen Anselm. Als kind sprak hij met 'kiezelstenen, was bevriend met kevers en hagedissen, vogels vertelden hem vogelverhalen'. Van alle levende wezens was de iris hem het meest dierbaar. Als hij in haar bloem keek las hij 'het boek der wonderen' en zag 'de sleutel tot de schepping'. De iris maakte hem duidelijk dat 'al het zichtbare een gelijkenis is en dat daarachter de geest en het eeuwige leven schuilgaan'. Maar de tuin, beeld voor de jeugd, gaat dicht. Anselm vertrekt naar de grote stad waar hij uitgroeit tot gerespecteerd en ijdel man. Daar ontmoet hij een vrouw... Iris. Hij vraagt haar ten huwelijk maar ze houdt af. Ze vindt dat hij te veel met de uiterlijke dingen van het leven bezig is. Ze stelt hem een vraag: 'Ga heen en zie dat je in je herinnering datgene terugvindt waaraan mijn naam je doet denken'. Maar voordat hij een antwoord op deze vraag kan vinden, sterft ze. Toch gaat Anselm door en bezoekt zijn geboortegrond, de magische tuin uit zijn jeugd. Daar komt hij aan bij een rotsspleet waarvoor een wachter staat. Hij gaat naar binnen en ziet een blauw pad met aan weerszijden gouden zuilen: de irisbloem! Hij beseft dat de rots 'Iris was, wier hart hij betrad' en hij 'verzonk in het geheim dat achter alle beelden ligt'. Hermann Hesse beschrijft de bloem van de Duitse Lis exact en vol verbeelding. Hij schetst de anatomie van de bloem in poëtische woorden: 'Daar stonden lange rijen gele vingers, ze rezen uit de bleekblauwe bloembodem op en ertussen leidde een doorschijnend pad naar het diepere domein van de kelk en het verre, blauwe geheim van de bloem. Dat was hem zeer lief. Lang blikte hij naar binnen en nu eens leken de verfijnde, gele leden hem een gouden omheining rond een koningstuin, dan weer zag hij ze staan, roerloos en onbewogen, als een dubbele haag van schone droombomen met daartussen de geheimzinnige weg naar het inwendige, transparant en doortrokken van levende adem, ragfijn als glas. De welving beschreef een gigantische boog en verder naar achteren verloor het pad zich tussen de gouden bomen eindeloos diep in ondenkbare krochten, waar overheen de violette boog zich majesteitelijk welfde en betoverend ijle schaduwen over het stil wachtend wonder.' Vol tegenstellingenDe iris is een plant vol tegenstellingen. Enerzijds zijn er de subtiele, kleurrijke bloemen, aan de andere kant de stevige bladeren. In de wind blijven ze lang rechtop staan waardoor irissen vaak een roerloze, stramme, autonome indruk maken. Het blad heeft de vorm van een sabel, daarom noemen de Duitsers de Blauwe Lis vaak 'zwaardlelie'. Zelfs ingedroogde bladeren blijven stevig en elastisch. Ideaal materiaal voor vogels om in hun nesten te vlechten. Een nog grotere tegenstelling vormen de massief ogende wortelstokken, de 'rizomen'. WortelstokkenDe wortelstokken liggen horizontaal in de bodem, vlak onder de aarde of met de bovenkant in het zonlicht. Ze zijn een depot van reservevoedsel, vooral zetmeel. Vanuit de wortelstokken groeien nieuwe wortels en bladeren. Dat gebeurt altijd vanuit één (zij)kant. Vanuit dit jongste deel van het rizoom schieten de dicht opeen gegroepeerde bladeren loodrecht omhoog, onder een hoek van 90 graden met de wortelstok. De eigenlijke wortels van de iris, klein ten opzichte van de wortelstok, doen hetzelfde, maar dan loodrecht naar beneden. Zo is de vorm van de iris een merkwaardige: de verticaal georiënteerde wortels en bladeren en de daar horizontaal tussen geplaatste wortelstok. In het verleden zijn de rizomen voor verschillende doeleinden gebruikt. De Romein Plinius schrijft in de eerste eeuw: 'Als men een wortel wil uitgraven, giet men drie maanden ervoor honingwater er omheen om de aarde goed te stemmen, trekt met een zwaard een drievoudig kruis om haar heen, steekt de wortel uit en houdt haar zo tegen de hemel aan. Kinderen die tanden moeten krijgen hangt men deze wortel om.' Al in de twaalfde eeuw werd uit de wortelstok van de Florentijnse Lis (Iris florentina)een naar viooltjes geurende etherische olie gewonnen, ook wel 'viooltjeswortelolie' genoemd. Deze witte iris groeide, zoals de naam al zegt, rondom Florence. De 'lelie' in het wapen van Florence, waarschijnlijk een gestileerde irisbloem, herinnert hier nog aan. In Engeland was het gebruikelijk de wortelstokken van deze iris te vermengen met anijs als een parfum om bij schoon wasgoed te stoppen. De kweek van de Blauwe Lis was rond de vorige eeuwwisseling op zijn hoogtepunt. In Italië waren er irisvelden, qua omvang vergelijkbaar met de lavendelvelden in Zuid-Frankrijk. Boeren oogstten in die periode honderden tonnen rizomen per jaar. WaterhuishoudingDe wortelstok heeft ook nog een andere functie, namelijk in de waterhuishouding. Binnenin vormt de iris slijmachtige stoffen die water kunnen vasthouden en weer afgeven. Hierdoor kan een blader- en wortelloze iris maandenlang droogte doorstaan. Als bijna gemummificeerde rizomen in water worden gelegd, groeien er weer wortels uit. Verder bevat de irisknol stoffen die urinevorming kunnen opwekken en slijm oplossen. Ook de bladeren gaan op bijzondere wijze met water om. Als de iris te veel water bevat, scheidt zij dat via de bladeren uit. In de vroege ochtend zie je dan rijen 'dauwdruppels' aan de bladeren hangen. De band die de iris met het water heeft komt ook terug in de irisolie die uit de rizomen wordt bereid. Dit is een goed in de huid trekkende olie die wordt gebruikt bij de bereiding van parfums, zepen en huidcrèmes. R. van der Hoeden bewerkte tekst uit Flora's Kus met toestemming van Weleda |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||